>>Vertalers en tolken, onmisbare medewerkers van het gerecht: een analyse van hun benarde situatie in deze Corona-tijden (Henri Boghe)

Vertalers en tolken, onmisbare medewerkers van het gerecht: een analyse van hun benarde situatie in deze Corona-tijden (Henri Boghe)

Auteur: Henri Boghe (Translatica VOF)

Publicatiedatum: 25/03/2020

De dwingende maatregelen met betrekking tot de bestrijding van de verspreiding van het coronavirus en de dienstverlening van justitie betekenen ook voor beëdigd tolken een heuse ramp. Al minstens tot 19 april 2020 vallen daardoor zowat alle opdrachten voor tolken bij justitie weg. Zonder specifieke maatregelen om deze dramatische periode te overleven, komt er een tsunami aan faillissementen aan.

De voorbije week werden veel maatregelen en richtlijnen afgekondigd binnen justitie. Op een punt blinken ze uit in uniformiteit: van tolken is er zelden of nooit sprake. Nochtans is in rechtszaken met anderstaligen de tolk in de regel de persoon die het dichtst naast de verdachte of beklaagde staat en zit, op een paar tientallen centimeter. Ten gevolge van de richtlijnen zien beëdigd tolken sinds enkele dagen de ene opdracht na de andere geannuleerd. De annulatievergoeding voorzien in het tarievenbesluit biedt geen soelaas. Deze compensatie wordt enkel toegekend indien de geplande prestatie minder 24 vooraf wordt geannuleerd. In de meeste gevallen is ze thans niet van toepassing. Deze vergoeding bedraagt bovendien amper 35 euro bruto voor een geannuleerde opdracht.

“Noodzakelijk voor bescherming van vitale belangen van de Natie”, maar zonder opdrachten

Er zijn nauwelijks nog zittingen van correctionele kamers en er worden veel uitstellen verleend. Jeugdkamers houden geen zitting, raadkamers verlopen zoveel mogelijk of helemaal zonder gedetineerden. Ook politieverhoren worden beperkt tot een absoluut minimum. Enkel bij zwaardere feiten, waarbij een voorleiding bij de onderzoeksrechter zich opdringt, vindt een verhoor plaats. Maar van zodra een aanhoudingsbevel is afgeleverd en betekend, kan de verdere procedure (met verschijningen voor de raadkamer en eventueel kamer van inbeschuldigingstelling) verder verlopen zonder aanwezigheid van een anderstalige verdachte, op voorwaarde dat zijn advocaat bereid is hem te vertegenwoordigen. Normaal gezien is dit een uitzonderingsprocedure, maar nu wordt de vertegenwoordiging door advocaten massaal aangewend als noodoplossing. Het aantal opdrachten voor tolken is aldus gereduceerd tot een absoluut minimum.

Vertalers en tolken moeten niet hun “zaak” sluiten zoals de meeste winkels en veel bedrijven. Integendeel, de beroepen vertaler en tolk zijn opgenomen in de lijst van “diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking” (Ministerieel besluit van 18 maart 20201). In de praktijk komt het erop neer dat de meeste beëdigd tolken weken en mogelijk zelfs een paar maanden zonder opdrachten en dus zonder inkomen tegemoet gaan. Beëdigd tolken hopen daarom, net als tolken in vreemdelingenzaken (ingezet door diensten van Binnenlandse Zaken) en sociale tolken (ingezet door de Vlaamse overheid), die zich in hetzelfde schuitje bevinden, dat de beleidsverantwoordelijken hen niet vergeten bij het uitwerken van steunmaatregelen of tegemoetkomingen. Anders worden financiële drama’s en faillissementen in de tolkensector onvermijdelijk.

Sowieso is tolken voor verdachten bij politieverhoren, bij voorleidingen bij onderzoeksrechters en bij de zeldzame zittingen waarop toch nog een tolk wordt gevraagd (het recht op vertolking is een mensenrecht) in de huidige omstandigheden heel risicovol: er zijn bij justitie en politie geen faciliteiten zoals tolkcabines of tolkenkoffers voorhanden. Videotolken wordt om allerlei redenen niet toegepast. Ook mede door de slechte akoestiek in heel wat zittingszalen, het ontbreken of niet gebruiken van geluidsinstallaties en de gehanteerde tolktechniek (fluistertolken), zitten tolken noodgedwongen op nauwelijks een paar tientallen centimeter van verdachten of beklaagden. Gelukkig wordt in het kader van de dwingende maatregelen waar mogelijk gebruik gemaakt van grotere verhoorlokalen of zittingszalen. Maar het blijft behelpen en improviseren.

De “lopende zaken” spelen de beëdigd vertalers en tolken duidelijk parten

Een extra moeilijkheid voor de tolken bij dit alles is dat op 1 januari 2020 een nieuwe wetgeving gerechtskosten in strafzaken in werking trad. In zijn persbericht van 19 april 20192 kondigde minister Koen Geens het als volgt aan: “Vertalers-tolken, psychiaters en andere gerechtsdeskundigen zullen veel sneller betaald worden voor hun diensten. (…) Iedere betaling voltrekt zich vanaf nu binnen een redelijke termijn.” 

Helaas: in de praktijk blijkt er na bijna drie maanden nog steeds geen budget voorhanden bij justitie om de prestaties geleverd sinds 1 januari 2020 uit te betalen. Vorige week keurde de Kamer van volksvertegenwoordigers het wetsontwerp “voorlopige kredieten” goed. Dat is een noodzakelijke stap voor het vrijmaken van o.a. de nodige middelen voor gerechtskosten in strafzaken (een schijf van ruim 24 miljoen euro), maar we zijn nog niet aan effectieve betalingen toe.

Volgens de laatste berichten van de dienst Gerechtskosten van de FOD Justitie zouden de eerste betalingen voor prestaties die tolken en vertalers sinds 1 januari 2020 leveren voor opdrachten in strafzaken (politie en justitie), pas begin april kunnen aanvangen. Men zou met het resterend budget eerstdaags wel overgaan tot het uitbetalen van tolkprestaties uit januari, maar voor het betalen van vertaalwerk zouden de middelen niet volstaan. Het onderscheid dat men zou maken met de behandeling van kostenstaten van tolken enerzijds en vertalers anderzijds is onbegrijpelijk. Het water komt immers zowel heel wat vertalers als tolken al tot de lippen.

Uit het “Kwaliteitshandboek vertalers en tolken”3, een uitgave van de FOD Justitie uit 2017, blijkt dat men bij de FOD Justitie goed beseft dat vertraging in de betalingen de vertalers en tolken in financiële moeilijkheden kan brengen: “Het is goed eraan te herinneren dat de opdrachten die vertalers/tolken krijgen van de gerechtelijke overheden vaak hun broodwinning zijn en dat vertraging bij de betaling van hun kosten- en ereloonstaten hen in financiële moeilijkheden kan brengen. Als die vertraging niet aan henzelf is te wijten, dan is ze onrechtvaardig en asociaal. Vertalers en tolken zijn vaak onmisbare medewerkers van het gerecht en hun werk verdient respect. Dat houdt ook in dat ze vergoed worden op een correcte manier.”

Aanbevelingen Hoge Raad zijn dode letter gebleven

Het is dan ook jammer om vast te moeten stellen dat is en er met de aanbevelingen van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO (HRZKMO), vervat in een advies uit 20174, niets is aangevangen:

“Het is echter ook gebruikelijk dat de betalingen uitgevoerd worden in functie van de budgettaire mogelijkheden, wat inhoudt dat de dienstverleners vaak onderworpen zijn aan lange wachtperiodes vooraleer hun facturen voldaan worden. Zoals aangegeven werd in een vorig advies, kan de Hoge Raad deze praktijk, die deze partijen (of hun bedrijf) in de problemen brengt, niet aanvaarden. Er moet onderlijnd worden dat veel vertalers/tolken quasi voltijds voor het gerecht werken. De impact van de niet-betaling is voor hen dan ook nog schadelijker dan voor andere dienstverleners.

Om deze reden brengt de Hoge Raad in herinnering dat hij het elementair acht dat de overheidsdiensten, vooraleer zij beroep doen op dienstverleners, op voorhand de nodige middelen in hun begroting voorzien om de gevraagde diensten te kunnen betalen. Situaties waarbij gewacht moet worden op de volgende begroting alvorens de overheid in staat is om de dienstverleners uit te betalen, dienen absoluut vermeden te worden.”

Justitie duidelijk nog niet klaar voor digitalisering

In het reeds geciteerde persbericht waarmee Koen Geens de nieuwe wet gerechtskosten in strafzaken aankondigde, viel ook nog te lezen:  “Justitie gaat professioneler en klantvriendelijker te werk tegenover hun gerechtelijke prestatieverleners. (…) Digitaal is de norm. (…) Verder wordt het digitaal bezorgen van de vorderingen verplicht, tenzij er objectieve redenen zijn waarom dit onmogelijk is.”

Het is uiteraard lovenswaardig dat digitaal vorderen verplicht wordt en digitaal werken de norm zou moeten zijn. In 2020 lijkt justitie hier  nog niet klaar voor te zijn. Vertalingen en de facturen daarvoor uploaden via e-deposit blijkt nog toekomstmuziek. In de praktijk betekent digitaal werken in het beste geval een pak mails versturen, ontvangen en verwerken. Per (soms kleine) vertaalopdracht moeten tot vijf mails administratief worden verwerkt. Op die manier dreigen vertalers te verzuipen in een vloedgolf aan mails, net als magistraten en hun griffiers. De taxatiebureaus dreigen zich te verliezen in de verwerking van al die mails.

Vertalers en tolken verstoken van essentiële informatie

Volgens een interne omzendbrief van de FOD Justitie (nr. 275) zou er ook een aanvullend ministerieel besluit in voorbereiding zijn. Dit is er op heden nog steeds niet. En dat zorgt in de praktijk voor onduidelijkheid. Voormelde omzendbrief heeft het ook over een zgn. kwaliteitshandboek gerechtskosten, dat praktische toelichting geeft over de werkwijze, die zal gevolgd worden door de nieuwe arrondissementele taxatiebureaus. “Deze tekst, en nog vrij nieuw type van omzendbrief, is bindend voor de bevoegde diensten en bevat daarom meteen ook alle nuttige informatie voor de prestatieverleners”. Ondanks aandringen bij de centrale dienst Gerechtskosten van de FOD Justitie, krijgen vertalers en tolken dat kwaliteitshandboek niet in handen en blijven ze dus verstoken van essentiële informatie.

Zonder dit ministerieel besluit zijn er ook geen officiële modellen voor vorderingen en geen modellen voor goedkeuringsfiches. Op het terrein ziet men steeds meer willekeur en eigen regels opduiken. Het is ronduit absurd dat vertalers en tolken aan magistraten, rechters, griffiers en politieagenten duidelijk zouden moeten maken hoe ze een prestatie moeten goedkeuren en daar moeten op aandringen.  Zonder “goedkeuring” wil het taxatiebureau echter een factuur niet in betaling zetten. Men zou toch denken dat het de taak en verantwoordelijkheid van de administratie van justitie is om te zorgen voor duidelijke communicatie en richtlijnen voor alle betrokken actoren met betrekking tot de nieuwe wetgeving.

Excessieve administratieve last bestendigt weinig aantrekkelijk statuut

Het heeft er veel van weg dat men bij de uitwerking van de nieuwe wet gerechtskosten in strafzaken5 en het gerechtskostenbesluit6 op bepaalde punten ondoordacht te werk is gegaan. Het valt ook te vrezen dat een en ander niet of onvoldoende op voorhand intern getest is. Zonder voldoende middelen voor een daadwerkelijke digitalisering en met excessieve administratieve last voor de prestatieverleners, dreigt de op zich noodzakelijke modernisering van de gerechtskostenwetgeving enkel voor nog meer ergernis bij de vertalers en tolken te zorgen. De aanbevelingen van de federale Ombudsman aan het parlement uit 2014 blijken onvoldoende ter harte te zijn genomen. Die luidden: “het procesmatig beheer van de bestelling, be­groting, controle en betaling van staten van kosten en ereloon van de dienstverleners in strafzaken efficiënter maken; en voldoende budgettaire middelen vrijmaken zodat deze tijdig kunnen worden betaald”7.

In het kader van de wetgeving van het nationaal register hebben in december jl. alle vertalers en tolken de eed moeten afleggen voor het hof van beroep. Daarbij viel op dat er weinig jonge mensen tussen waren. De vraag rijst dan ook: hoe denken justitie en de federale overheid op termijn het korps van beëdigd vertalers en tolken te verjongen en aan te vullen?  Ook op dat gebied is bovenvermeld advies van de HRZKMO uit 2017 nog steeds brandend actueel:

“De verschillende hierboven ter sprake gebrachte aspecten tonen hoe weinig aantrekkelijk het statuut van beëdigd vertaler/tolk nog is. Hierdoor beginnen de rechtbanken geconfronteerd te worden met een schaarste, want ze slagen er niet altijd in de tolk te vinden die ze nodig hebben, zelfs voor de minder exotische talen.” 

 

2020-03-25T14:05:50+00:00 25 maart 2020|Categories: Gerechtelijk recht|Tags: |