>>Potpourri en de burgerlijke rechtspleging (Larcier)

Potpourri en de burgerlijke rechtspleging (Larcier)

Image result for larcier

Potpourri en de burgerlijke rechtspleging. De werking van de gewone rechtsmiddelen – artikelen 1397 en 1495 Ger.W. – Uittreksel uit het boek ‘De Potpourri-wetten. Een eerste evaluatie van de quick wins, reparaties en grondslagen voor organisatorische vernieuwingen’ (Larcier)

Voor de wijzigingen die de Potpourri I-Wet aanbracht aan de regels inzake de uitvoerbaarheid van vonnissen (het betreft de art. 1397, 1398, 1398/1, 1398/2, 1399, 1400, 1401 en 1495 Ger.W.), voorzag artikel 50, tweede lid wet 19 oktober 2015 in een overgangsmaatregel. Samengevat komt die erop neer dat de nieuwe bepalingen toepassing vinden op zaken die in eerste aanleg voor de justitiële rechtscolleges aanhangig zijn gemaakt vanaf de datum van inwerkingtreding van die wet, dit is vanaf 1 november 20151.

Een gevolg hiervan is dat – wellicht nog voor een aantal jaren – de oude en nieuwe tekstversies van die bepalingen naast elkaar bestaan. Voor de rechtspracticus impliceert dit het naast elkaar hanteren van uiteenlopende regelen van het Ger.W. en in elke zaak minutieus nagaan welk regelenstel – het oude of het nieuwe – toepassing vindt.

Om hiervoor een helpende hand aan te reiken heb ik in de volgende randnummers – althans voor standaarduitspraken – die oude en nieuwe regels samengevat in een aantal schema’s. Omwille van de verschillen in functie van de aard van de veroordeling – een geldsomveroordeling dan wel één die dat niet is – worden telkens verschillende hypotheses besproken met referentie aan de toepasselijke wetsbepalingen.

Lees hier het volledige uittreksel

2017-06-15T15:17:01+00:00 6 juni 2017|Categories: Gerechtelijk recht|Tags: , |