>>Hoe bewijs ik mijn gelijk? Versoepeling van de bewijsregels vanaf 1 november 2020 (Van Steenbrugge Advocaten)

Hoe bewijs ik mijn gelijk? Versoepeling van de bewijsregels vanaf 1 november 2020 (Van Steenbrugge Advocaten)

Auteur: Anneloes Baert (Van Steenbrugge Advocaten) 

Publicatiedatum: 22/05/2020

U heeft een geschil met een particulier of een onderneming omtrent een overeenkomst en moet dagvaarden voor de rechtbank. Uw advocaat zal u vragen om de bewijzen te leveren die uw vordering staven. Welke bewijsmiddelen zijn toelaatbaar?

De bewijsregels in burgerlijke zaken werden gewijzigd bij de wet van 13 april 2019, die op 1 november 2020 in werking zal treden. Deze wet beoogt voornamelijk het bewijsrecht te moderniseren en aan te passen aan de technologische ontwikkelingen en noden van de 21e eeuw.

Welk bewijsmiddel toelaatbaar is, hangt af van de hoedanigheid van de partij tegen wie de procedure gevoerd wordt. Ook de waarde van de rechtshandeling (bv. de verkoop) is van belang.

Bewijs tussen en tegen particulieren

Tegen een particulier kan een rechtshandeling niet steeds met alle bewijsmiddelen worden bewezen. Indien de rechtshandeling een bepaalde waarde overstijgt, is in principe een ondertekend geschrift vereist.

Vandaag geldt dit voor alle verrichtingen boven 375 euro. Door de nieuwe wet wordt een ondertekend geschrift  slechts vereist voor transacties van 3.500 euro of meer.

Bijgevolg is binnenkort voor een groot aantal dagelijkse verrichtingen onder 3.500 euro geen ondertekend geschrift meer vereist. Onder deze grens zijn alle bewijsmiddelen toegelaten, zoals o.a. getuigen en vermoedens, maar ook alle hedendaagse bewijsmiddelen van de digitale maatschappij zoals (niet-ondertekende) e-mails, sms’en en WhatsApp-berichten.

Boven dit grensbedrag is een ondertekend geschrift vereist. Weet dat niet enkel een traditioneel papieren document met een handgeschreven handtekening als ondertekend geschrift wordt beschouwd. Ook elektronische bestanden, zoals een e-mail, kunnen als een geschrift worden aanvaard. De voorwaarde daartoe is dat het geschrift begrijpelijk is, een zekere duurzaamheid vertoont, en de integriteit ervan beschermd is. De handtekening kan ook elektronisch zijn, bv. een gescande handtekening of een e-mailhandtekening, zolang de ondertekenaar zich maar identificeert en zijn wilsuiting uit zijn handtekening blijkt.

Voorbeeld: Indien een onderneming een zitmaaier van 3.500 euro verkoopt aan een particulier, zal voor het bewijs van de verkoop tegen de particulier in principe een ondertekend geschrift vereist zijn. Voor de verkoop van een robotmaaier ter waarde van 750 euro zal een sms volstaan.

Bewijs tussen en tegen ondernemingen

Ondernemingen zijn meestal vennootschappen. Maar ook personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid (bv. de maatschap) zijn “ondernemingen”. Zo zijn ook bestuurders, beoefenaars van een vrij beroep (bv. dokters, advocaten, architecten en accountants), verenigingen en stichtingen ondernemingen.

Behoudens wettelijke uitzonderingen is het bewijs tussen en tegen ondernemingen vrij, ongeacht de waarde van de rechtshandeling. Alle bewijsmiddelen zijn toegelaten, waaronder de bijzondere bewijsmiddelen in het ondernemingsrecht, m.n. de boekhouding en de factuur.

Wanneer het gaat om een rechtshandeling die onmiskenbaar vreemd is aan de ondernemingsactiviteit die een natuurlijk persoon voert, gelden echter de bovenvermelde bewijsregels tussen en tegen particulieren.

Voorbeeld: Indien een accountant een tuinterras van minstens 3.500 euro laat aanleggen in zijn privétuin en het duidelijk is dat de aankoop niets te maken heeft met zijn onderneming, zal een ondertekend geschrift vereist zijn om deze overeenkomst tegen de accountant te bewijzen.

Een onderneming kan haar eigen boekhouding als bewijsmiddel tegen een andere onderneming inroepen. De rechter oordeelt in principe vrij over de bewijswaarde van de boekhouding. Indien de (regelmatige dan wel onregelmatige) boekhouding van de onderscheiden partijen echter overeenstemt, zijn zowel de rechter als de partijen gebonden door dit bewijsmiddel. Daarnaast kunt u ook de boekhouding die uw wederpartij heeft opgesteld als bewijsmiddel inroepen.

Wat betreft de factuur, verduidelijkt de nieuwe wet dat niet alleen een door een onderneming aanvaarde factuur, maar ook een factuur die niet binnen een redelijke termijn werd geprotesteerd, tegen een onderneming bewijs oplevert van alle rechtshandelingen. Vroeger was dat een soort gewoonterecht. Nu is dat uitdrukkelijk in de wet bepaald.

Bewijs door en tegen derden

Derden die geen partij zijn bij de overeenkomst – en dus logischerwijze ook niet over een originele overeenkomst beschikken – kunnen het bewijs ervan met alle bewijsmiddelen leveren. Onder de nieuwe wet geldt dit nu ook andersom en kan een partij bij een overeenkomst t.a.v. derden het bewijs ervan leveren met alle bewijsmiddelen.

Besluit

Bij het sluiten van een overeenkomst dient u steeds rekening te houden met de waarde van de rechtshandeling en de hoedanigheid van uw wederpartij (particulier, onderneming, derde). Deze criteria bepalen immers of u al dan niet uw afspraken dient vast te leggen in een ondertekend geschrift.

De wetgever heeft het aantal gevallen waarin een ondertekend geschrift vereist is, beperkt en houdt zo rekening met het feit dat veel courante verrichtingen vandaag minder formalistisch en vaak elektronisch (via sms of WhatsApp-bericht) gebeuren.

Lees hier het originele artikel

2020-07-10T11:39:19+00:00 14 juli 2020|Categories: Gerechtelijk recht|Tags: , |