>>Bemiddeling met overheden = aan te moedigen! (Gevaco Advocaten)

Bemiddeling met overheden = aan te moedigen! (Gevaco Advocaten)

Auteur: Wim Mertens (Gevaco Advocaten)

Publicatiedatum: 14/01/2019

De geschillen daarover met overheidsinstanties, zoals gemeenten, OCMW, provincies, Vlaams Gewest, Belgische Staat en allerlei parastatale rechtspersonen zijn voor de burger en bedrijven dikwijls frustrerend. Vaak wordt vastgesteld dat de overheidsdienst met wie het geschil gevoerd wordt, “de paraplu open trekt” en zegt dat de rechtbank maar moet beslissen.

Soms biedt een interne beroepsprocedure soelaas, maar dikwijls is men genoodzaakt naar de gewone rechter te stappen.

Indien de overheid dan verliest in eerste aanleg, wordt ook zeer vaak hoger beroep aangetekend.

Alhoewel bemiddeling nog in zijn kinderschoenen staat in ons Belgisch rechtssysteem is er toch weer een juridische tool mogelijk die zou toelaten om ook geschillen met overheden sneller op te kunnen lossen….

* * *

Ingevolge publicatie in het Belgisch Staatsblad van 31/12/2018 is de volledige Titel 9 “Diverse wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing” van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing in werking getreden.

Het verdient dan ook nu de nodige aandacht om de nieuwe bemiddelingswet te promoten en vooral wat ze voor publiekrechtelijke rechtspersonen en iedereen die met de overheid in aanraking komt, kan betekenen.

Recente wetswijzigingen inzake bemiddeling

Art. 1724 Gerechtelijk Wetboek (afgekort hierna: Ger.W.). stelt nu dat “elk al dan niet grensoverschrijdend geschil van vermogensrechtelijke aard, met inbegrip van een geschil waar een publiekrechtelijke rechtspersoon is bij betrokken, het voorwerp van een bemiddeling (kan) uitmaken”.

Het behoort nu ook tot de plichten van de gerechtsdeurwaarders en de advocaten om de rechtszoekenden te informeren over de mogelijkheid tot bemiddeling en, in de mate van het mogelijke, te trachten die te bevorderen ( zie art. 444 et 519 Ger.W.).

Ook de rechters worden aangezet om de minnelijke oplossing van de geschillen te bevorderen (art. 730/1, § 1, Ger.W.). Behoudens in kort geding, kunnen ze zelfs de persoonlijke verschijning van de partijen bevelen om ze te bevragen over de wijze waarop zij voorafgaand aan het geding gepoogd hebben het geschil minnelijk op te lossen en hen in te lichten over de mogelijkheden om daar alsnog toe over te gaan (art. 730/1, § 2, Ger.W.).

In de meeste zaken kan de rechter, mits akkoord van de partijen, in elke stand van het geding zolang de zaak niet in beraad is genomen, ook een bemiddeling bevelen (art. 1734, § 1, 1ste lid, Ger.W.). Hij kan dit ook indien slechts één van de partijen hiermee instemt, maar enkel op de inleidingszitting of op een zitting die op de laatste dag van de maand die volgt op die van de neerlegging van de eerste conclusies van de verweerder is bepaald, en na de partijen gehoord te hebben (art. 1734, § 1, 2e lid, Ger.W.).

Typische kenmerken van bemiddeling

Ten eerste is bemiddeling een vrijwillig proces. Niemand mag verplicht worden om in de bemiddeling te blijven. Elke partij kan op ieder ogenblik een einde stellen aan de bemiddeling zonder dat dit haar tot nadeel kan strekken (art. 1729 Ger.W.). In dat geval, zal de erkend bemiddelaar die door een rechter aangesteld werd deze laatste laten weten dat de bemiddeling niet gelukt is (art. 1728, § 2, al. 1, Ger.W.). Belangrijk is dat de bemiddelaar geen reden moet vermelden zodat de rechter daarna de zaak onbevooroordeeld dan verder behandelen.

Op die manier is en blijft de bemiddeling volstrekt vrijwillig, zelfs wanneer een rechter de partijen beveelt om een bemiddelingspoging te ondernemen.

De bemiddeling is bovendien ook gekenmerkt door vertrouwelijkheid. Tenzij een andere schriftelijke afspraak tussen alle partijen zijn de documenten opgemaakt en de mededelingen gedaan in de loop van en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure immers vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangevoerd in enige procedure en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis. Het staat de partijen zelfs vrij om in onderling akkoord en op schriftelijke wijze, documenten of mededelingen daterend van vóór de aanvang van het bemiddelingsproces vertrouwelijk te maken (art. 1728, § 1, Ger.W.).

Ook is het belangrijk dat bemiddeling een proces is dat de partijen ertoe aanzet om hun verantwoordelijkheden op te nemen. De erkend bemiddelaar geeft meestal niet zelf een oplossing voor het geschil o.w.v. het risico om zijn neutraliteit te verliezen. Wel zal hij, dankzij de bemiddelingstechnieken, de partijen in staat stellen om hun geschil op te lossen. Anders dan in een gerechtelijke procedure, geven de partijen hun geschil dus niet uit handen; ze lossen het zelf op en blijven zo steeds vrij om iedere oplossing te aanvaarden of te weigeren. Elke partij behoudt dus de vrijheid om tot een oplossing te komen.

Bemiddeling met publiekrechtelijke rechtspersonen

In bemiddelingen met publiekrechtelijke rechtspersonen moet de bemiddelaar wel extra aandachtig zijn dat de regels inzake bevoegdheid van de overheid en de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende organen van eenzelfde overheid nageleefd worden.

Artikel 1724 Ger.W. geeft duidelijk de publieke rechtspersonen de mogelijkheid om aan bemiddeling mee te werken. Dit kan dus zowel in relatie met eigen personeel als met externe natuurlijke personen en rechtspersonen.

Procedure en gevolgen

Na ondertekening van het bemiddelingsprotocol, wordt de verjaringstermijn ook geschorst voor de duur van de bemiddeling (art. 1731, §§ 3 en 4, Ger.W.). Hetzelfde geldt voor de proceduretermijnen wanneer de partijen er gezamenlijk om verzoeken dat een bemiddeling wordt bevolen, en dit vanaf de dag dat zij dat verzoek doen (art. 1734, § 5, Ger.W.). Ook op procedureel vlak is het dus veilig om te bemiddelen.

Op procedureel vlak moet daarbij nog benadrukt worden dat het aangetekend overgemaakt voorstel tot bemiddeling dat een aanspraak bevat op een recht, gelijkgesteld wordt met de ingebrekestelling bedoeld in artikel 1153 B.W. (art. 1730, § 2, Ger.W.). In dezelfde omstandigheden schorst het voorstel gedurende een maand de verjaring van de aan dat recht verbonden vordering (art. 1730, § 3, Ger.W.).

Een bemiddelingsakkoord afgesloten onder leiding van een erkend bemiddelaar kan door de rechtbank worden gehomologeerd. Dit heeft dan de gevolgen van een vonnis, in de zin van artikel 1043 Ger.W. (art. 1733 en 1736 Ger.W.).

Goede wensen !

Bemiddelingen leiden meer tot een akkoord dan dat het geschil toch nog verder voor een rechtbank moet behandeld worden.

Die vorm van geschillenoplossing is meestal sneller en goedkoper dan een gerechtelijke procedure.

Een goed voornemen voor 2019 zou dan ook kunnen zijn dat publieke rechtspersonen, ambtenaren, burgers en bedrijven proberen om hun geschillen via bemiddeling op te lossen. Daarbij is de bijstand van een advocaat meestal noodzakelijk.

Lees hier het originele artikel

2019-01-30T15:39:54+00:00 30 januari 2019|Categories: Gerechtelijk recht|Tags: , |