>, Droit judiciaire>De burgerlijke vordering inzake bestuurdersaansprakelijkheid, ingesteld voor de burgerlijke rechter (Larcier)

De burgerlijke vordering inzake bestuurdersaansprakelijkheid, ingesteld voor de burgerlijke rechter (Larcier)

Uittreksel ‘Misbruik van vennootschapsgoederen’ (Larcier – 2017) – Luidens artikel 61 W.Venn. zijn de leden van de vennootschapsorganen in beginsel persoonlijk niet verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap. Met betrekking tot verenigingen zonder winstoogmerk is de situatie identiek. De vereniging is aansprakelijk voor de fouten die kunnen worden toegerekend aan haar aangestelden of aan de organen waardoor zij handelt, terwijl de bestuurders en de dagelijks bestuurders inzake de verbintenissen van de vereniging geen enkele persoonlijke verplichting aangaan (art. 14-15 V&S-Wet).  In tegenstelling tot de V&S-Wet, die op dat punt veel beperkter is voorziet het Wetboek van Vennootschappen evenwel – als uitzondering op voornoemd principe – in talrijke aansprakelijkheidsgronden op grond waarvan de vennootschap en/of derden wel degelijk een aansprakelijkheidsvordering kunnen instellen voor fouten die een bestuurder heeft begaan en waardoor zij schade hebben geleden.

Lees hier het volledige uittreksel

2017-02-03T08:56:27+00:00 3 février, 2017|Categories: Droit des societés - Droit judiciaire|Tags: , |