>, Droit judiciaire>Bewijsrecht : wat zijn de krachtlijnen van de geplande wijzigingen? (LegalNews.be)

Bewijsrecht : wat zijn de krachtlijnen van de geplande wijzigingen? (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 12/12/2017

Uit de Memorie van toelichting en het Voorontwerp van wet houdende invoeging van Boek VIII « Het bewijsrecht » in het nieuw Burgerlijk Wetboek (opgesteld door de Commissie tot hervorming van het bewijsrecht) hebben we een aantal krachtlijnen gebundeld:

1. Algemeen. De huidige regeling van het wettelijke bewijs blijft behouden, maar zij wordt evenwel op verschillende wijzen versoepeld:

–  het plafond van €375,00 wordt aanzienlijk verhoogd tot € 5.000,00, zodat voor veel courante verrichtingen gebruik kan worden gemaakt van het vrije bewijs

– het vrije bewijs wordt uitgebreid naar alle ondernemingen en niet enkel naar de handelaars, om de evolutie van het economisch recht te volgen

– het vrije bewijs wordt veralgemeend voor alle eenzijdige handelingen.

2. Definities:

– het ‘geschrift’ wordt gedefinieerd als een open definitie, van toepassing op enige vorm van geschrift, opgemaakt op om het even welke drager (traditioneel geschrift samengesteld uit alfabetische tekens, aangebracht op een papieren drager en andere vormen van geschriften voor zover zij begrijpelijk zijn en een zekere duurzaamheid vertonen)

– de ‘handtekening’ is zowel van toepassing op de handgeschreven als op de elektronische handtekeningen en de definitie neemt de twee basisfuncties over die over het algemeen aan de handtekening worden toegekend: te weten de mogelijkheid bieden de handtekening aan een persoon toe te schrijven en een wil te uiten ten aanzien van de ondertekende akte.

3. Bewijslast:

– bewijs door geschrift: een bedrag van € 5.000,00 wordt ingevoerd

– bewijs van eenzijdige rechtshandelingen: om te voorkomen dat complexe en moeilijk ten uitvoer te leggen onderscheiden worden ingevoerd, staat de voorgestelde tekst over het algemeen ook het vrije bewijs van de eenzijdige handelingen toe

– bewijs door en tegen ondernemingen: de vrijheid van bewijs geldt, behoudens wettelijke uitzonderingen. Deze vrijheid van bewijs geldt ongeacht de positie van de onderneming in het geding (eiser of verweerder) en ongeacht de rechtsinstantie waarvoor het geding is ingeleid. De vrijheid van bewijs belet evenwel niet dat de wetgeving in een aantal materies van economisch recht bepaalde vormvereisten oplegt (bijvoorbeeld voor de oprichting van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid of de overdracht van intellectuele rechten).

De vroegere tekst van het Wetboek van Koophandel vroeg om een ‘regelmatig gehouden boekhouding’: deze vereiste wordt geschrapt, maar het blijft de taak van de rechter om de bewijswaarde van de boekhouding te beoordelen, mede rekening houdend met het regelmatig karakter ervan. De aanvaarde factuur heeft de waarde van een onderhandse akte.

4. Bewijsmiddelen:

4.1. Schriftelijk bewijs:

– de authentieke akte mag op elke drager geplaatst worden, mits ze opgemaakt en bewaard wordt onder de door de wet of KB bepaalde voorwaarden

– de onderhandse akte levert een bewijs op tussen de ondertekenaars van de akte en ten aanzien van hun erfgenamen en rechtverkrijgenden. De elektronische onderhandse akte heeft dezelfde wettelijke bewijswaarde als de akte op papieren drager, voor zover enige wijziging van de gegevens na de opmaak ervan aantoonbaar is. De onderhandse akte die overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling door  de advocaten wordt medeondertekend levert een bewijs op van het geschrift en  van de handtekening van de bij de akte betrokken partijen, zowel onderling als tegenover hun erfgenamen of rechtverkrijgenden.

4.2. Bewijs door getuigen en door rechterlijke vermoedens:

deze getuigenissen zijn enkel toelaatbaar in de gevallen waarin de wet het bewijs met alle middelen van recht toelaat. Wat bewijs door rechtelijke vermoedens betreft, wordt In de voorgestelde tekst afstand gedaan van de verwijzing naar de ‘gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende’ vermoedens, wat in de praktijk niets betekent (één enkel vermoeden kan volstaan), en wordt de voorkeur gegeven aan een formulering die meer overeenstemt met de effectieve taak van de rechter.

4.4. Bekentenis:

deze kan gerechtelijk of buitengerechtelijk, uitdrukkelijk of stilzwijgend, al dan niet opzettelijk zijn. Het enige nieuwe element van dit artikel is het door de rechtspraak erkende niet-opzettelijke karakter van de bekentenis, nu opgenomen in de wet.

4.5. Eed:

de bepalingen met betrekking tot de eed werden behouden, hoewel er nog nauwelijks gebruik ervan wordt gemaakt.

De integrale Memorie van Toelichting leest u hier

Het Voorontwerp leest u hier

2017-12-12T12:53:42+00:00 12 décembre, 2017|Categories: Droit civil - Droit judiciaire|Tags: |