>, Droit de la famille, Droit fiscal, Droits d'enregistrement, de donation et de succession>Het nieuwe erfrecht en de schenking van familiebedrijven: wat wijzigt er? (Tiberghien)

Het nieuwe erfrecht en de schenking van familiebedrijven: wat wijzigt er? (Tiberghien)

Auteurs: Murielle Gijbels en Alain Van Geel (Tiberghien)

Publicatiedatum: 28/09/2017

Het nieuwe erfrecht treedt in werking op 1 september 2018. Vanaf dan geldt als algemene regel dat de inbreng van geschonken goederen gebeurt op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op dag van de schenking, evenwel geïndexeerd met de index der consumptieprijzen tot op dag van het overlijden.

Aangezien de waardering op dag van de schenking (zij het geïndexeerd) in het nieuwe erfrecht de regel wordt, werd de specifieke regeling voor de schenkingen van familiebedrijven (artikel 922 lid 2 B.W.) geschrapt. Bij de grondwettigheid van deze bijzondere regeling werden reeds vragen gesteld, in de rechtsleer, maar ook in de Memorie van Toelichting bij het ingetrokken eerste wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek.1

Belangrijk is echter dat op deze principiële regel van waardering op dag van de schenking een uitzondering is voorzien in geval de schenking plaatsvindt met voorbehoud van vruchtgebruik. In dat geval gebeurt de inbreng wel nog steeds op datum van overlijden of op datum van afstand van het vruchtgebruik (geïndexeerd vanaf deze datum tot de datum van overlijden).

Nemen we het voorbeeld van Bart, 60 en vader van 3 zonen. Hij wil de aandelen van zijn familiale vennootschap schenken aan zijn twee zonen die de drijvende krachten van het bedrijf zijn. Bart wenst zich evenwel het vruchtgebruik voor te behouden om zijn huidige levensstandaard te kunnen behouden.

Op vandaag zijn de aandelen 100 waard, bij het overlijden van Bart per hypothese 150. Op vandaag dienen de twee zonen de aandelen in te brengen aan een waarde van 100, zijnde de waarde op datum van de schenking. Dat is enigszins logisch: het feit dat de aandelen met 50 in waarde gestegen zijn, kan toegeschreven worden aan de inspanningen van de twee actieve zonen. Het is dan ook zeer verdedigbaar dat deze waardestijging alleen hun toekomt en niet gedeeld moet worden met de derde, niet-actieve zoon.

In het nieuwe erfrecht moeten de twee zonen de aandelen, gelet op het voorbehoud van vruchtgebruik, inbrengen aan de waarde op datum van overlijden van Bart, zijnde 150. De inspanningen van de twee actieve zonen die resulteren in 50 waardestijging zullen dus in dit geval wél gedeeld moeten worden met de derde niet-actieve zoon. De twee actieve zonen zijn dus, hoewel er bij de bijzondere regeling van artikel 922 lid 2 B.W. vragen gesteld kunnen worden in het licht van de grondwettigheid, slechter af onder de nieuwe regeling.

Kan Bart voorkomen dat de nieuwe regeling van toepassing wordt op de schenking die hij gedaan heeft voor 1 september 2018 en de waarde van de schenking vastklikken op de waarde op datum van de schenking? Ja, in dat geval moet hij vóór 1 september 2018 een verklaring voor notaris afleggen, doch hierdoor maakt hij de oude regels toepasselijk op alle schenkingen (dus ook bijvoorbeeld op schenkingen van andere roerende of onroerende goederen) die reeds gedaan zijn. Een afweging van alle belangen en nazicht van het volledige dossier zijn hier dus noodzakelijk.

Is voor deze problematiek een oplossing onder het nieuwe erfrecht uitgewerkt? Ook hier is er een oplossing mogelijk onder de vorm van een punctuele erfovereenkomst, in de schenkingsakte of bij latere overeenkomst waarin de waarde op de dag van de schenking wordt vastgeklikt. Hiertoe is wel het akkoord vereist van Bart en van al zijn kinderen, dus inclusief de derde zoon die initieel niet bij de schenking betrokken was. Zoniet geldt de vastgeklikte waarde op dag van de schenking voor de derde zoon niet. Het akkoord verkrijgen van de derde niet-actieve zoon zal bij een goede familiale verstandhouding misschien geen probleem vormen, maar bij een minder goede verstandhouding uiteraard wel en mogelijks de twist nog verder doen oplaaien. Naast de juridische werkelijkheid, winnen hier dus ook timing en psychologie aan belang.

En wat nu als door deze schenking van Bart aan de twee actieve zonen de reserve van de derde zoon geschonden wordt? Onder de huidige regeling heeft hij dan recht op de aandelen van het familiebedrijf zelf (reserve in natura), terwijl onder het nieuwe recht hij enkel een aanspraak op de waarde en dus een vorderingsrecht heeft (reserve in waarde). Gelet op de wens van Bart spreekt dit dan weer in het voordeel van het nieuwe erfrecht, althans indien de twee actieve zonen over voldoende middelen beschikken. De keuze voor een schenking van een familiebedrijf vóór of nà 1 september 2018 en al dan niet met voorbehoud van vruchtgebruik is dus complex en delicaat.

Lees hier het volledige artikel