>, Droit fiscal, Droits d'enregistrement, de donation et de succession>Beleggingsverzekeringen op twee hoofden : de laatste ontwikkelingen (LegalNews.be)

Beleggingsverzekeringen op twee hoofden : de laatste ontwikkelingen (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 08/12/2017

LegalNews.be vroeg meer uitleg over de laatste ontwikkelingen aan de expert ter zake, de heer Paul Van Eesbeeck, juridisch raadgever en vennoot Vereycken & Vereycken Legal.

1. Waarover gaat het?

Levensverzekeringen met twee verzekeringnemers en twee verzekerden zijn ingeburgerd in de sfeer van de beleggingsverzekeringen van tak 21 en tak 23. De meest voorkomende combinatie is de zogeheten configuratie ‘laatststervende’.

Die werkt als volgt:

– verzekeringnemers: A en B

– verzekerden: A en B

– begunstigde bij louter overlijden van A: –

– begunstigde bij louter overlijden van B: –

– begunstigde bij het laatste overlijden van A en B: C

Dergelijke verzekeringen worden in de regel gesloten door echtgenoten of wettelijk of feitelijk samenwonenden (A en B). Bij het overlijden van A of B is er (nog) geen uitkering. Pas wanneer A én B (al dan niet simultaan) overleden zijn, keert de verzekeraar de verzekeringsprestatie uit aan de begunstigde(n), bv. de kinderen van de verzekeringnemers.

Zoals gezegd, is er dus bij het louter overlijden van A of B nog geen uitkering. Wel voorzien die levensverzekeringen veelal in een wederzijdse post mortem-overdracht van alle rechten op de polis (afkooprecht, recht om de begunstigden te wijzigen, enz.) door de eerststervende verzekeringnemer aan de langstlevende verzekeringnemer (cf. art. 183 en 184 Verzekeringswet). De grote onbekende bij het sluiten van dergelijke verzekering, is wie van A of B eerst zal sterven. Voormelde wederzijdse post mortem overdracht van alle rechten houdt in dat als A eerst sterft, B voor 100% ‘titularis’ wordt van de levensverzekering (met bijhorend afkooprecht) die dan op zijn of haar hoofd – vaak levenslang – verder loopt. En omgekeerd wordt A voor 100% ‘titularis’ van de levensverzekering die op zijn of haar hoofd verder loopt als B eerst overlijdt.

2. Is er erfbelasting verschuldigd door de langstlevende verzekeringnemer?

Met dergelijke wederzijdse post mortem-overdracht van alle rechten op de polis door de eerststervende verzekeringnemer aan de langstlevende verzekeringnemer, vertoont zo’n levensverzekering veel verwantschap met de wijdverspreide aanwas- of tontinebedingen. In de vakliteratuur wordt trouwens, naar het beeld van die aanwas- en tontinebedingen, vrij algemeen aangenomen dat als er een ‘evenwaardig kanscontract’ voorligt en als ook het akkoord van beide verzekeringnemers nodig is om te sleutelen aan het contract of het contract af te kopen, de overlevende verzekeringnemer ten gunste van wie de levensverzekering aldus ‘aanwast’, geen erfbelasting verschuldigd is.

Wat het Vlaams Gewest betreft werd dat ook met zoveel woorden bevestigd in het eerste gedeelte van het Vlabel-Standpunt nr. 16029 van 20 april 2016. Naar onze mening wordt deze passage van het Vlabel-Standpunt niet ontkracht door het nieuw artikel 2.7.1.0.6, § 1, derde lid VCF, zoals ingevoegd door artikel 34 van het Vlaams decreet van 23 december 2016, ook niet als de langstlevende verzekeringnemer effectief overgaat tot afkoop van de levensverzekering waarvan hij enige titularis geworden is. Het nieuwe Vlabel-Standpunt nr. 17016 van 3 april 2017 stelt echter dat het voormelde eerdere Vlabel-Standpunt nr. 16029 van 20 april 2016 niet meer geldt voor overlijdens vanaf 1 januari 2017 en zwijgt in alle talen over de al dan niet toepassing van erfbelasting in hoofde van de langstlevende echtgenoot. Het is niet meteen duidelijk wat er uit die weglating moet afgeleid worden. Het lijkt er op dat Vlabel van oordeel is dat zelfs als er een evenwichtig kanscontract voorligt, de langstlevende verzekeringnemer toch erfbelasting moet betalen over in principe de helft van de uitkering die hij uit de polis zou genieten. Dit blijkt uit een – niet gepubliceerd – antwoord de dato 21 februari 2017 van Vlabel op een interpretatieve vraag die betrekking had op echtgenoten getrouwd met scheiding van goederen. Samen met anderen, zijn wij van oordeel dat dit Vlabel-standpunt hoogst betwistbaar is. Voor echtgenoten getrouwd met gemeenschap van goederen is het weer een ander verhaal.

3. Is er erfbelasting verschuldigd door de begunstigde?

In punt 2. kwam de vraag aan bod of de overlevende verzekeringnemer-verzekerde al dan niet successierechten moet betalen op het hem overgedragen levensverzekerings-contract. Als de overlevende verzekeringnemer-verzekerde op zijn beurt overlijdt en het contract tot uitkering komt, zijn de begunstigden normaal wel successierechten verschuldigd.

In zijn hoogst opmerkelijk Standpunt nr. 16029 van 20 april 2016 heeft Vlabel echter geoordeeld dat de begunstigden al bij het eerste overlijden erfbelasting verschuldigd zijn. En dit dus op een ogenblik waarop die begunstigden nog niets krijgen en wetende dat zij mogelijk nooit iets zullen krijgen (de overlevende verzekeringnemer kan immers eigenhandig de polis volledig afkopen, mogelijk zelfs zonder medeweten van die begunstigden). Dit Vlabel-standpunt werd zwaar op de korrel genomen in de pers. Het is trouwens als reactie op die kritiek dat er nog een last minute-amendement in het Vlaams decreet van 23 december 2016 werd geschoven. Het decreet heeft aldus die ‘ongerijmdheid’ uit de wereld geholpen. Luidens het nieuw artikel 2.7.1.0.6, § 1, lid 3 VCF zoals ingevoegd door artikel 34 van het Vlaams decreet van 23 december 2016, is er enkel erfbelasting verschuldigd door wie effectief een som ontvangt ten kosteloze titel, en dit ook pas op het ogenblik waarop de betrokkene die som ontvangt. In zijn Standpunt nr. 17016 van 3 april 2017 stelt Vlabel in dit verband dat als de begunstigde door de langstlevende niet werd gewijzigd, de begunstigde prorata erfbelasting verschuldigd is in de nalatenschap van de eerstoverleden verzekeringnemer en in de nalatenschap van de laatstoverleden verzekeringnemer.