>>>Planning met burgerlijke maatschap : Vlabel toont zich soepeler (Deknudt Nelis)

Planning met burgerlijke maatschap : Vlabel toont zich soepeler (Deknudt Nelis)

Auteur: Deknudt Nelis Advocaten

Publicatiedatum: maart 2018

De voorafgaande beslissing nr. 17054 dd. 19 februari 2018 betreft de oprichting van twee burgerlijke maatschappen waarin aandelen van een NV en een BVBA worden ingebracht. Vervolgens zouden de delen van de maatschappen (gedeeltelijk) aan de twee kinderen worden geschonken voor Belgische notaris met voorbehoud van vruchtgebruik (en met toepassing van de schenkbelasting aan 3%).

Relevante statutaire bepalingen

– De duur is bepaald op maximum drie jaar na het overlijden van de langstlevende ouder en minstens totdat het jongste kind de leeftijd van 35 jaar heeft bereikt;

– In het college van zaakvoerders zetelen niet alleen de ouders-schenkers maar ook de kinderen-begiftigden; deze laatsten hebben evenwel binnen het college geen stemrecht.

Voormeld college van zaakvoerders heeft de meest ruime bevoegdheid met betrekking tot het bestuur en de vertegenwoordiging van de maatschappen.

Verder kan dat college onder meer exclusief het stemrecht verbonden aan de ingebrachte aandelen uitoefenen en de vermogensbestanddelen van de maatschappen vervreemden.

– Het stemrecht van de deelbewijzen van de maatschappen komt in principe toe aan de vruchtgebruikers, zij het dat belangrijke beslissingen samen met de blote eigenaars moeten worden genomen zoals bijvoorbeeld een statutenwijziging van de maatschappen en de zekerheidsstelling van het vermogen van de maatschappen.

In deze voorafgaande beslissing werden de (inmiddels) klassieke artikelen van de VCF in het kader van een successieplanning met een burgerlijke maatschap afgetoetst.

Beslissing 

Omtrent art. 2.7.1.0.9 VCF (oud art. 11. W. Succ) stelt Vlabel dat dit artikel niet aan de orde is, vermits de aanvrager zelf aangeeft dat de voorgenomen verrichting een schenking betreft en er geen lasten zijn voorzien die de verrichting zouden kunnen kwalificeren als een overdracht onder bezwarende titel.

Omtrent art. 2.7.1.0.7 VCF (oud art. 9 W. Succ.) stelt Vlabel – intussen klassiek – dat de overdracht van delen van een burgerlijke maatschap beschouwd wordt (voor de registratie- en erfbelasting) als een overdracht van de in de maatschap ingebrachte goederen. Dit laatste ondanks alle motivering van de aanvrager dat een schenking van de delen van een maatschap niet zomaar kan worden gelijkgesteld met een schenking van de onderliggende vermogensbestanddelen. Vermits het hier de bedoeling was om de schenking te verrichten voor Belgische notaris met toepassing van het 3%-tarief vormde dit artikel in de interpretatie van Vlabel evenmin een probleem.

Verrassend (gelet op de geschetste feiten) is wel de beoordeling van Vlabel in het kader van art. 2.7.1.0.3,3° VCF (oud art. 4,3° W. Succ.) al dan niet in samenhang met de antimisbruikbepaling van art. 3.17.0.0.2. VCF. Volgens Vlabel zijn deze artikelen niet van toepassing en dit “aangezien de schenkers zich niet exclusief de beschikkingsbevoegdheid voorbehouden over de geschonken goederen”.

Nochtans volgt uit de geschetste feiten dat dit eigenlijk wel zo is (althans indien men de reeds eerder gekende visie van Vlabel volgt dat een te uitgebreide controle voor de schenker binnen de maatschap betekent dat de schenker zich de beschikkingsbevoegdheid voorbehoudt).

De aanvrager vermeldt weliswaar ergens: “De structuur van de burgerlijke maatschap leent zich ertoe om de kinderen op termijn steeds meer en meer zeggenschap toe te kennen, zodat de kinderen stapsgewijs worden voorbereid op het aandeelhouderschap”. Maar in de statutaire bepalingen wordt dit niet meteen vertaald.

Besluit

Op het eerste zicht zou hier een versoepeling in de houding van Vlabel kunnen worden uit afgeleid. Een vrij verregaand controlevoorbehoud voor de ouders-schenkers (en dus een vrij beperkte inspraak voor de kinderen-begiftigden) middels een burgerlijke maatschap lijkt voor Vlabel in het voorgelegde geval geen bezwaar te vormen. Waar dan precies de grens ligt voor Vlabel tussen te veel en te weinig controlevoorbehoud, zal de toekomst verder moeten uitwijzen. Het gegeven dat er hier wordt afgerekend in de schenkbelasting, zal mogelijks ook wel een bepaalde rol hebben gespeeld.

Lees hier het originele artikel