>>>Onroerende verhuur met BTW vanaf 1 januari 2019 (De Broeck, Van Laere & Partners)

Onroerende verhuur met BTW vanaf 1 januari 2019 (De Broeck, Van Laere & Partners)

Auteur: De Broeck, Van Laere & Partners

Publicatiedatum: 20/11/2018

In het Staatsblad is de wet verschenen die de mogelijkheid invoert om verhuur van onroerende goederen te onderwerpen aan BTW. De wetswijziging was midden 2017 al aangekondigd maar de effectieve invoering ervan verliep niet zonder hindernissen. Vanaf begin volgend jaar is het eindelijk zover.

De verhuurder kan er dus binnenkort voor kiezen om de verhuur van een gebouw (of een deel ervan) te onderwerpen aan BTW. Hij moet dan BTW aanrekenen aan de huurder (21%) maar het grote voordeel is dat hij de BTW kan aftrekken die hij zelf betaald heeft op de kosten met betrekking tot het gebouw. De regering hoopt op die manier de investeringen in nieuw vastgoed aan te zwengelen (zie ons artikel “Onroerende verhuur kan binnenkort aan btw onderworpen worden”).

Vrijstelling van BTW blijft wel de basisregel voor onroerende huur. Er verandert dus niets voor bijvoorbeeld een particulier die zijn woning huurt. Onderwerping aan BTW is een optioneel stelsel dat alleen in specifieke omstandigheden van toepassing is. Zo moet het gebouw professioneel gebruikt worden en moet de huurder akkoord gaan.

Alleen nieuwe gebouwen: gebouwd vanaf 1 oktober 2018

En alleen nieuwe gebouwen komen in aanmerking. De scharnierdatum is 1 oktober 2018. Het optiestelsel is alleen van toepassing op gebouwen waarvoor nog geen BTW opeisbaar geworden is op die datum, m.a.w. waarvoor nog geen factuur uitgereikt is of nog niets betaald is op die datum. Facturen voor de architect, voorstudies of sloop- en saneringswerken tellen echter niet mee.
Dat voor die werken of opdrachten al betaald is vóór 1 oktober 2018, belet dus niet dat verhuur van de nieuwbouw achteraf aan BTW onderworpen wordt.

Een grondige renovatie wordt gelijk gesteld met nieuwbouw.

Van de gelegenheid is ook gebruik gemaakt om nog twee andere dingen te regelen. Zo krijgt de verhuur van (professionele) opslagruimte een eigen statuut. Onderwerping aan BTW wordt mogelijk als het gebouw voor minstens 50% gebruikt wordt voor opslag, en ook voor bestaande bergruimte. Daarnaast wordt onderwerping aan BTW verplicht voor kortdurende verhuur (tot zes maanden). Daar is dus geen sprake van een optiestelsel. Er wordt wel een uitzondering gemaakt voor woningen en voor verhuur aan VZW’s.

Bron: Wet van 14 oktober 2018, Staatsblad van 25 oktober 2018

Lees hier het originele artikel

2018-12-04T10:54:54+00:00 4 december 2018|Categories: BTW en douane - Fiscaal recht|Tags: , |