>>>Mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie: aankomende nieuwigheden (BDO)

Mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie: aankomende nieuwigheden (BDO)

Auteurs: Charlotte Broekaert, Kim Van Woensel en Tine Slaedts (BDO)

Publicatiedatum: 13/02/2019

De ministerraad van 1 februari 2019 heeft een voorontwerp goedgekeurd van een wet die de Europese Richtlijn 2017/1852 van 10 oktober 2017 over de mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de EU omzet in Belgische wetgeving. Deze Richtlijn komt op haar beurt voort uit de aanbevelingen in het BEPS-actie plan (Base Erosion and Profit Shifting) van de OESO. Dit voorontwerp van wet wordt nu doorgezonden naar de Raad van State om nadien te worden neergelegd bij de Kamer.

De wettekst beoogt een efficiënt mechanisme om belastinggeschillen te beslechten die voortvloeien uit een verschillende interpretatie of toepassing van bilaterale belastingovereenkomsten.

Van een middelenverbintenis naar een resultaatsverbintenis

Waarom is deze nieuwe wetgeving noodzakelijk?

De bilaterale overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting bevatten geen bepalingen voor de ondertekenende Staten om situaties van dubbele belasting te vermijden. Om hieraan te verhelpen werd op 23 juli 1990 het Europese Arbitrageverdrag in het leven geroepen met als doel Staten te verplichten een akkoord te vinden om dubbele belasting te vermijden. Dit verdrag geldt enkel in geval van een transfer pricing aanpassing of winsttoerekening aan een vaste inrichting. De tekst van het verdrag creëert een procedure in twee fasen: een procedure voor onderling overleg, gevolgd door een arbitrage wanneer de eerste fase geen oplossing biedt.

Welke nieuwigheden brengt de nieuwe wet?

De nieuwe wet voert een procedure in drie fasen in en onderscheidt zich van de procedure voor onderling overleg door het bindend karakter in de laatste fase. Arbitrage is momenteel voorbehouden aan transfer pricing geschillen of geschillen waarbij winsten worden toegerekend aan een vaste inrichting. De nieuwe regeling breidt het toepassingsgebied van de arbitrageprocedure uit naar andere gevallen van dubbele belasting die het gevolg zijn van de toepassing van dubbelbelastingverdragen, alsook naar geschillen die voortkomen uit de schending van de bepalingen in bilaterale belastingovereenkomsten.

Fase I: bezwaarfase

Vanaf de datum van ontvangst van de eerste kennisgeving van de handeling die aanleiding geeft tot het geschilpunt beschikt de belastingplichtige over een termijn van drie jaar om bezwaar in te dienen bij de Belgische bevoegde autoriteit, alsook bij de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidsta(a)t(en). Om ontvankelijk te zijn moet het bezwaar bepaalde gegevens vermelden en worden bepaalde bewijsstukken toegevoegd.

De bevoegde autoriteit beschikt vervolgens over een termijn van zes maanden om zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van het bezwaar. Het bezwaar wordt geacht ontvankelijk te zijn wanneer deze autoriteit binnen de gegeven termijn geen antwoord verstrekt. Dan gaat de procedure over naar de tweede fase: het onderling overleg.

Fase II: Procedure voor onderling overleg

De betrokken Lidstaten zijn verplicht om overleg te plegen om een oplossing in onderling overleg te vinden binnen een termijn van twee jaar. Deze termijn kan eenmalig verlengd worden voor maximum één jaar met een gemotiveerd verzoek van één van de betrokken autoriteiten. Bij akkoord wordt de belastingplichtige op de hoogte gebracht van de beslissing, die hij zowel kan accepteren als weigeren. Bij aanvaarding ziet de aanvrager af van andere rechtsmiddelen en wordt hij verwacht een einde te stellen aan de rechtsmiddelen die eventueel al werden aangewend. In geval geen akkoord bereikt werd, treedt de derde fase in: de arbitrage.

Fase III: Arbitrage

De betrokken Lidstaten zijn verplicht om een raadgevende commissie op te richten. Deze bestaat uit een voorzitter, één of twee vertegenwoordigers van de betrokken Lidstaten. De Belgische bevoegde autoriteiten kunnen ook overeenkomen om een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting op te richten in de plaats van een raadgevende commissie. Deze commissie kan permanent worden ingesteld.

De raadgevende commissie geeft zijn advies aan de bevoegde autoriteiten binnen een termijn van zes maanden (die éénmalig kan verlengd worden tot drie maanden). Daarna kunnen de betrokken Lidstaten een gezamenlijke beslissing nemen om ofwel af te wijken van het advies, ofwel het advies te volgen dat daardoor bindend wordt. Wanneer de Lidstaten beslissen om een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting op te richten kunnen ze overeenkomen om het advies van deze commissie te volgen. Dit advies wordt dan ook bindend.

Vereenvoudigde administratieve procedure voor particulieren en kmo’s

De wet voorziet een vereenvoudigde procedure voor particulieren of kmo’s die gebruik willen maken van voormelde procedure.

Toepassingsgebied

De nieuwe wet heeft een ruimer toepassingsgebied dan het Europees Arbitrageverdrag, omdat het niet beperkt wordt tot transfer pricing geschillen of geschillen over winsttoewijzing aan een vaste inrichting.

Inwerkingtreding

De wet is voorzien om in werking te treden op 1 juli 2019 en zal van toepassing zijn op elk bezwaar dat wordt ingediend bij de bevoegde autoriteiten na deze datum mits het gaat over inkomsten of vermogen verkregen in een inkomstenjaar dat begint op of na 1 januari 2018.

Impact op de belastingplichtige

Voortaan kunnen natuurlijke personen en ondernemingen die betrokken zijn bij een fiscaal geschil dat dubbele belasting met zich brengt makkelijker aanspraak maken op hun rechten en een disproportionele belastingdruk vermijden, dankzij het bindend karakter van de fase van arbitrage. Door bij te dragen aan de rechtszekerheid en transparantie van procedures draagt deze nieuwe wet bij aan een beter fiscaal en economisch landschap en bevordert ze de investeringen binnen de Europese Unie.

De omzetting van de Richtlijn in alle EU-Lidstaten zorgt eveneens voor een uniform juridisch kader waarin ondernemingen verder kunnen groeien en hun risico’s en gevaren voortvloeiend uit verschillende procedures kunnen beperken.

Nieuwe wet is goed nieuws

De omzetting van deze Richtlijn in Belgisch wetgeving is alleen maar goed nieuws. Dit garandeert immers de eliminatie van dubbele belasting op grotere schaal en een soepelere en meer toegankelijke procedure voor particulieren en kmo’s.

Wij kijken er eveneens naar uit dat België op bilaterale wijze permanente commissies voor alternatieve geschillenbeslechting opricht met de grenslanden (Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk), aangezien dergelijke commissies ongetwijfeld voor vereenvoudiging en versnelling van geschillenbeslechting kunnen zorgen. Deze grenslanden zijn immers vaak de eerste landen naar waar onze kmo’s hun activiteiten uitbreiden.

Lees hier het originele artikel

2019-03-12T10:04:58+00:00 12 maart 2019|Categories: Directe belastingen - Fiscaal recht|Tags: , , , |