>>>Kadastraal inkomen is in strijd met het vrij verkeer van kapitaal (Adhemar Advocaten)

Kadastraal inkomen is in strijd met het vrij verkeer van kapitaal (Adhemar Advocaten)

Auteur: Stefanie Debeuf (Adhemar Advocaten)

Publicatiedatum: 25/05/2018

De Hof van Justitie heeft in haar arrest van 12 april 2018 nogmaals extra druk gezet op het gebruik van het kadastraal inkomen (KI) als basis voor het belasten van de inkomsten uit onroerende goederen. Het Hof oordeelde dat de huidige Belgische regelgeving leidt tot een ongelijke behandeling, waardoor Belgische inwoners kunnen worden ontmoedigd om te investeren in vastgoed in het buitenland.

Adhemar Advocaten licht u de krachtlijnen van dit arrest hierna kort toe.

1. Juridische context

De Belgische staat werd op 3 maart 2017 door de Europese Commissie via een inbreukprocedure voor het Hof van Justitie gedaagd, omdat zij volgens de Commissie haar verplichtingen in het kader van artikel 63 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 40 van de Europese Economische Ruimte-overeenkomst (EER-overeenkomst) niet zou nakomen.

Artikel 63 VWEU verbiedt alle beperkingen tussen de Europese lidstaten onderling en/of tussen Europese lidstaten en derde landen m.b.t. het vrij verkeer van kapitaal. Het equivalent van deze bepaling binnen de Europese Economische Ruimte (EER) is artikel 40 van de EER-overeenkomst.

De Commissie stelde vast dat er bij de berekening van de belastingen op de inkomsten uit onroerende goederen, die gelegen zijn in België, gebruik wordt gemaakt van een forfaitaire basis (het kadastraal inkomen). Wanneer het onroerend goed verhuurd is en in het buitenland gelegen is worden de belastingen echter berekend op basis van de ontvangen huur. In het geval van niet-verhuurde onroerende goederen die in het buitenland gelegen zijn, hanteert men de reële huurwaarde van het goed als berekeningsbasis.

Verder argumenteerde de Commissie dat het kadastraal inkomen nog steeds minder bedraagt dan de reële huurwaarde of de werkelijke huur van een onroerend goed. Bijgevolg zou dit volgens de Commissie een verschil in behandeling teweegbrengen voor Belgische burgers met een tweede verblijf in een andere EU-lidstaat. Belgen zouden omwille van deze nadelige fiscale behandeling dan ook minder geneigd zijn om te investeren in onroerende goederen in een andere EU-lidstaat, wat het vrije verkeer van kapitaal belemmert.

2. Beoordeling Hof van Justitie

In haar beoordeling volgt het Hof het standpunt van de Europese Commissie.

In eerste instantie stelt ook het Hof vast dat voor onroerende goederen in België de inkomsten uit onroerende goederen forfaitair worden belast op basis van het kadastraal inkomen, terwijl dit voor goederen in het buitenland gebeurt op basis van de reële huurwaarde of de werkelijke huur.

Om te kunnen beoordelen of deze verschillende waardering van onroerende goederen, naargelang hun ligging (in België of in het buitenland) kan leiden tot een verschil in behandeling, moet er volgens het Hof een vergelijking worden gemaakt tussen de kadastrale waarde, de huurwaarde en de huur die daadwerkelijk kan worden verkregen op de huurmarkt.

Het Hof stelt dat de kadastrale waarde van een onroerend goed aanzienlijk minder bedraagt dan de werkelijke huur of de reële huurwaarde van een onroerend goed. Dit leidt ertoe dat het inkomen van een onroerend goed in het buitenland wordt overschat in vergelijking met een onroerend goed gelegen in België.

Deze overschatting heeft tot gevolg dat de onroerende inkomsten van dergelijke goederen (gelegen in het buitenland) een hogere belastinggrondslag met zich meebrengen dan wanneer een bedrag zou zijn gehanteerd dat vergelijkbaar is met de kadastrale waarde, zoals gehanteerd in België.

Het Hof van Justitie besluit dan ook dat de regeling zoals neergeschreven in artikel 7 en artikel 13 WIB92, in samenhang gelezen met de nummers 13/7 en 13/8 van de administratieve commentaar op het WIB92, in strijd is met het beginsel van het vrije verkeer van kapitaal.

België zal ten gevolge van dit arrest een oplossing moeten uitwerken om deze ongelijke behandeling op een structurele manier weg te werken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het toewijzen van een kadastraal inkomen aan tweede verblijven in het buitenland.

Het staat vast dat dit hoe dan ook een politiek gevoelige kwestie zal zijn.

Voor vragen kan u contract opnemen met Stefanie Debeuf, Pieter-Jan Dirkx of Elke Paenhuysen

Lees hier het originele artikel

2018-05-29T08:09:57+00:00 29 mei 2018|Categories: Directe belastingen - Fiscaal recht|Tags: , |