>, Fiscaal recht, Intellectuele rechten>Geen persoonlijke creatie, geen auteursrechten (Lauwers & Seutin)

Geen persoonlijke creatie, geen auteursrechten (Lauwers & Seutin)

Auteur: Thierry Lauwers (Lauwers & Seutin)

Publicatiedatum: 12/02/2018

Een recente ruling van de Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft meer duidelijkheid gebracht over de mogelijke fiscale kwalificatie van een inkomen als een vergoeding voor de cessie of concessie van een auteursrecht. Zulke vergoeding wordt immers fiscaal veel gunstiger behandeld, als een roerend inkomen belast aan een afzonderlijk tarief van 15 %, voor wat betreft de eerste schijf van 58.720 EUR (geïndexeerd), zelfs indien deze wordt verworven in het kader van een beroepsactiviteit.

Zowel de zaakvoerder als een werknemer van een boekhoudkantoor (vennootschap) wensen een gedeelte van hun bezoldiging te kwalificeren als een vergoeding voor de cessie of concessie van auteursrechten aan deze vennootschap.

Het takenpakket waarop deze auteursrechtenvergoeding betrekking zou hebben bestaat uit: het schrijven van samenvattingen voor de wekelijkse interne opleidingen, het geven van externe opleidingen, het opmaken van berekenmodules en het schrijven van fiscale en boekhoudkundige adviezen.

De DVB is van oordeel dat er in casu geen beroep kan worden gedaan op het fiscaal (gunst)regime van de auteursrechten, aangezien er niet voldoende sprake was van een “persoonlijke creatie” in hoofde van de genieters van de vergoedingen wat betreft de voorgestelde verrichtingen waarvoor de vergoeding dan zou worden toegekend.

Het geven van adviezen, het opmaken van de berekenmodules en het geven van opleidingen, betreft veelal gewoon een voorstelling van de werkelijkheid waarin de uitvoerder te weinig persoonlijke creatieve vrijheid heeft om echt te kunnen spreken van een persoonlijke creatie.

Volledigheidshalve dient er wel op te worden gewezen dat indien een spreker op een seminarie een substantiële informatiedrager heeft gecreëerd waarvan de rechten gedeeltelijk in concessie worden gegeven, kan volgens de DBV 50 % van deze vergoeding worden gekwalificeerd als de tegenprestatie voor de concessie van auteursrechten.

In casu werd echter geen informatiedrager gecreëerd voor de cliënten, waardoor ook in het kader van de opleidingen er geen beroep kon worden gedaan op het gunstregime.

Lees hier het originele artikel

2018-02-27T10:58:39+00:00 27 februari 2018|Categories: Directe belastingen - Fiscaal recht - Intellectuele rechten|Tags: , |