>>>Fiscale stimulans voor bouwsector verruimd (De Broeck, Van Laere & Partners)

Fiscale stimulans voor bouwsector verruimd (De Broeck, Van Laere & Partners)

Auteur: De Broeck, Van Laere & Partners

Publicatiedatum: 29/04/2019

Vorig jaar is de vrijstelling van doorstorting voor ploegenarbeid uitgebreid tot de bouwsector. Dankzij een aanpassing van het indexeringsmechanisme kan die maatregel nu toegepast worden op de doelgroep waarvoor hij eigenlijk bedoeld is.

Sinds 1 januari 2018 kunnen ook werkgevers in de bouwsector de klassieke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid toepassen (zie ons artikel “Nieuwe gunstmaatregel voor bouwsector”).

Zij hoeven dus een deel van de bedrijfsvoorheffing die ze inhouden op het loon van hun werknemers, niet door te storten aan de Schatkist. De vrijstelling beliep oorspronkelijk 3% van het brutoloon maar bedraagt momenteel 6% (sinds 1 januari 2019). Volgend jaar wordt de vrijstelling verder opgetrokken tot 18% van het brutoloon. Specifiek voor de bouwsector wordt het begrip “ploegenarbeid” ruimer omschreven: het hoeft niet om opeenvolgende ploegen te gaan, het volstaat dat een groep werknemers samenwerkt.

De belangrijkste voorwaarde voor het stelsel was tot nu toe dat alle leden van de ploeg een bruto-uurloon ontvangen, vóór inhouding van de persoonlijke socialezekerheidsbijdrage, van minstens 13,75 euro. Het was immers niet de bedoeling om sociale dumping te belonen. Maar de wetgever was uit het oog verloren dat dit minimum in de praktijk zou oplopen tot 17,73 euro door het gewone mechanisme van indexering. Daardoor zouden alleen de best betaalde werknemers in aanmerking komen voor de maatregel.

Indexering minimumloon bijgesteld

Daarom wordt een speciaal indexeringsmechanisme in het leven geroepen specifiek voor die loongrens. Het bedrag van 13,75 euro wordt nog wel geïndexeerd maar komt na indexatie nu uit op “slechts” 13,99 euro voor kalenderjaar 2019.

Een tweede aanpassing houdt in dat het niet altijd meer vereist is dat alle leden van de groep minimaal 13,75 euro per uur verdienen. Studenten en leerlingen in een alternerende opleiding worden uitgezonderd. Dus als zij een lager loon zouden krijgen, gaat het fiscale voordeel niet meer verloren voor de rest van de ploeg.

Belangrijk is dat de aanpassingen met terugwerkende kracht van toepassing zijn vanaf 1 januari 2018. De wet is definitief goedgekeurd in de Kamer en verschijnt binnenkort in het Staatsblad.

Bron: Wet houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter, van de wet van 5 april 1955 (artikel 5, 6° tot 8°).

Lees hier het originele artikel

2019-05-11T14:23:02+00:00 11 mei 2019|Categories: Directe belastingen - Fiscaal recht|Tags: |