>>>Ontsnappingsroute aanslag geheime commissielonen schendt het gelijkheidsbeginsel, dixit het Grondwettelijk Hof (PwC Legal)

Ontsnappingsroute aanslag geheime commissielonen schendt het gelijkheidsbeginsel, dixit het Grondwettelijk Hof (PwC Legal)

Auteurs: Véronique De Brabanter en Luk Cassimon (PwC Legal)

Publicatiedatum: 02/10/2019

De aanslag geheime commissielonen (hierna ‘AGH’) blijft voor beroering zorgen. Het Grondwettelijk Hof oordeelde in het arrest dd. 26 september 2019 dat het feit dat de ontsnappingsroute enkel geldt indien de verkrijger ondubbelzinnig werd geïdentificeerd binnen de termijn van 2 jaar en 6 maanden, het gelijkheidsbeginsel schendt.

Waarover gaat het?

Bepaalde vergoedingen, commissies, bezoldigingen en voordelen van alle aard moeten op een individuele en een samenvattende fiche worden vermeld. Als dit niet het geval is, kan de fiscale administratie een zogenaamde bijzondere aanslag geheime commissielonen vestigen (art. 219 WIB92 en art. 223 WIB92). Dit is een afzonderlijke aanslag van 100% of, in bepaalde gevallen, 50% , te vermeerderen met de aanvullende crisisbijdrage (dus 103% of 51,5%).

De AGH zal niet worden toegepast “indien de verkrijger op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd uiterlijk binnen 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffend aanslagjaar” (art. 219, zevende lid WIB92 en art. 223, vierde lid WIB92). Deze ontsnappingsroute volgt uit de gedachte dat de AGH thans slechts een vergoedend karakter meer heeft. Deze termijn zou de fiscale administratie in staat moeten stellen om de verkrijger alsnog te belasten binnen de gewone driejarige aanslagtermijn (art. 354 WIB92).

Wat gebeurt er nu indien de verkrijger van het commissieloon slechts na deze termijn van 2 jaar en 6 maanden wordt geïdentificeerd, maar wel effectief wordt belast? In zulk geval geldt de ontsnappingsroute niet en zal men dus geconfronteerd worden met een dubbele belasting, nl. in hoofde van de verkrijger alsook in hoofde van de onderneming. Het hof van beroep Antwerpen werd recent geconfronteerd met dergelijke problematiek en besliste om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof.

Oordeel van het Grondwettelijk Hof

Het hof van beroep Antwerpen stelde de vraag of er sprake is van discriminatie doordat:

  • een onderneming die een voordeel van alle aard toekent, maar niet op een fiche vermeldt, zal kunnen ontsnappen aan de AGH indien de verkrijger tijdig wordt geïdentificeerd, terwijl;
  • eenzelfde onderneming, doch waarvan de verkrijger buiten de termijn van 2 jaar en 6 maanden wordt geïdentificeerd, maar toch nog effectief wordt belast, niet zal kunnen ontsnappen aan de AGH.

Het Grondwettelijk Hof bevestigt dat de ondubbelzinnige identificatie binnen de termijn van 2 jaar en 6 maanden tot doel heeft om alsnog een aanslag te vestigen in hoofde van de verkrijger. Vervolgens verwijst het Hof naar de aanslagtermijnen die de fiscale administratie kan toepassen om deze aanslag te vestigen. Deze aanslagtermijnen zijn niet beperkt tot de “normale” driejarige aanslagtermijn, maar hieronder vallen ook de buitengewone aanslagtermijn i.h.g.v. fraude (zeven jaar – art. 354, tweede lid WIB92) of de bijzondere aanslagtermijnen (waarmee de fiscus 5 jaar kan teruggaan, bijv. wanneer bewijskrachtige gegevens uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven – art. 358 WIB92).

Rekening houdende met deze doelstelling oordeelt het Grondwettelijk Hof dat het gelijkheidsbeginsel inderdaad wordt geschonden indien de ontsnappingsroute niet kan worden toegepast wanneer de verkrijger van het commissieloon buiten deze termijn wordt geïdentificeerd, maar wel effectief wordt belast. Zo stelt het Grondwettelijk Hof onder meer dat: “de afzonderlijke aanslag op de geheime commissielonen mag bijgevolg geen toepassing vinden wanneer de verkrijger van het voordeel van alle aard binnen de wettelijke aanslagtermijnen effectief werd belast” (B.7).

Wat zijn de gevolgen voor de praktijk?

Met dit arrest komt het Grondwettelijk Hof tegemoet aan een belangrijke verzuchting met betrekking tot de bijzondere aanslag geheime commissielonen. Wanneer de verkrijger van het commissieloon buiten de termijn van 2 jaar en 6 maanden wordt geïdentificeerd, maar wel effectief kan worden belast, zal de bijzondere aanslag geheime commissielonen dus niet kunnen worden toegepast.

Belastingplichtigen waarbij de fiscus een aanslag geheime commissielonen heeft gevestigd omwille van een niet-tijdige identificatie van de verkrijger van het commissieloon, doen er dan ook goed aan om na te gaan of er ook geen aanslag werd of nog kan worden gevestigd in hoofde van de verkrijger. Is dit het geval, biedt het arrest van het Grondwettelijk Hof mogelijkheden om de aanslag geheime commissielonen alsnog te betwisten.

Lees hier het originele artikel

2019-10-02T17:47:20+00:00 3 oktober 2019|Categories: Directe belastingen|Tags: , , |