>>>Franse dividenden: Cassatie veroordeelt opnieuw dubbele belasting (De Broeck, Van Laere & Partners)

Franse dividenden: Cassatie veroordeelt opnieuw dubbele belasting (De Broeck, Van Laere & Partners)

Auteur: De Broeck, Van Laere & Partners

Publicatiedatum: 05/01/2021

Franse dividenden ondergaan in hoofde van Belgische particuliere aandeelhouders nog steeds zowel Franse bronheffing als Belgische roerende voorheffing. De fiscus wordt daar nu opnieuw voor op de vingers getikt door het Hof van Cassatie. Maar binnenkort maakt het nieuwe verdrag een einde aan de discussie.

Als een inwoner van België een dividend ontvangt van een Franse vennootschap, betaalt hij/zij daarop twee keer belasting. Want in Frankrijk wordt bronheffing ingehouden, en daarna is op het saldo ook nog eens de gewone 30% Belgische roerende voorheffing verschuldigd. Nochtans hebben beide landen een verdrag afgesloten om dubbele belasting te vermijden. En dat verdrag regelt ook specifiek de behandeling van dividenden (artikel 19). Het verdrag schrijft voor dat de Belgische belasting verminderd wordt met het zogenaamde FBB (forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting).

Verdrag verwijst naar (afgeschaft) Belgisch FBB

De verdragstekst voegt er wel aan toe dat dit moet gebeuren onder “de door de Belgische wetgeving vastgestelde voorwaarden”. En daarin schuilt het probleem. Want het verdrag dateert al van 1964. En sindsdien is de Belgische FBB-regeling grondig aangepast. Met name is het voordeel afgeschaft voor particuliere beleggingen. Gezien de duidelijke verwijzing in het verdrag naar de interne Belgische wetgeving, ziet de Belgische fiscus geen reden meer om een FBB te verlenen aan particuliere beleggers.

Maar de tekst van het verdrag gaat nog verder. In het betreffende artikel staat er namelijk ook nog dat het FBB niet minder mag bedragen dan 15% van het netto-dividend. De fiscus is er altijd van uitgegaan dat die regel zonder voorwerp geworden is door de afschaffing van het FBB in België. En dat dus ook de regel dat een verdrag primeert op nationale wetgeving, niet van toepassing is.

De rechtspraak ziet dat echter anders. Al in 2017 oordeelde het Hof van Cassatie dat België in elk geval een FBB van 15% moet verrekenen, en dat de afschaffing van het systeem in de interne wetgeving dus geen impact heeft (zie ons artikel “Franse dividenden: Cassatie maakt einde aan dubbele belasting”).

Cassatie: toch FBB van 15%

Concreet zou dat betekenen dat een Belgische aandeelhouder van een Frans dividend netto 72,25 overhoudt (85 na Franse bronbelasting – (30% Belgische roerende voorheffing – 15% FBB)). De Belgische roerende voorheffing zou dus bijna volledig geneutraliseerd worden door de verrekening van het FBB. In de interpretatie van de fiscus zou de aandeelhouder slechts 59,5 overhouden (85 – 30%).

Maar de fiscus bond niet in (zie ons artikel “Franse dividenden: nog steeds dubbele belasting”). De minister van Financiën merkte toen op dat er nog een tweede zaak hangende was voor het Hof van Cassatie. En de fiscus wou eerst wachten op die tweede uitspraak van Cassatie vooraleer eventueel zijn standpunt bij te stellen.

Die tweede uitspraak is er nu. En de fiscus krijgt nog maar eens ongelijk. Het Hof van Cassatie poneert als principe dat een intern-Belgische rechtsregel die afbreuk zou doen aan de duidelijke regel uit het verdrag, buiten toepassing moet blijven. Het antwoord van de fiscus daarop is dat de intern-Belgische regel op zich het recht op een FBB niet ontzegt aan de belastingplichtige maar alleen voorwaarden stelt aan de uitoefening van dat recht. Het Hof van Cassatie verwerpt dat tegenargument echter.

Verdrag aangepast

Een officiële reactie van de fiscus is er nog niet, maar eigenlijk kan hij niet anders meer dan inbinden. Hoe dan ook wordt binnenkort de discussie definitief beslecht door een aanpassing van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk. Die aanpassing gaat weliswaar in de andere richting. Het nieuwe verdrag – waarover vertegenwoordigers van beide landen onlangs een akkoord bereikt hebben – vertolkt inzake FBB namelijk ondubbelzinnig het standpunt van de fiscus.

Het nieuwe verdrag moet in beide landen echter nog de hele parlementaire goedkeuringsprocedure doorlopen, zodat het nog een paar jaar kan duren vooraleer het in werking treedt.

Bron: Arrest van het Hof van Cassatie van 15 oktober 2020 

Lees hier het originele artikel