>, Vennootschapsrecht>Fiscus wordt teruggefloten: kapitaalvermindering kan niet zomaar belast worden als een dividend (Van Haevermaet)

Fiscus wordt teruggefloten: kapitaalvermindering kan niet zomaar belast worden als een dividend (Van Haevermaet)

Auteur: Gert De Greeve (Van Havermaet)

Publicatiedatum: 22/10/2019

Onder oudere wetgeving was het voor vennootschappen mogelijk hun (fiscaal) kapitaal te verhogen door inbreng in natura van aandelen van andere vennootschappen. Concreet werden aandelen ingebracht in een holdingvennootschap. Via deze holdingvennootschap kon de aansturing over de ondernemingsgroep worden gecentraliseerd. Verder fungeert de holding o.m. als verstrekker van financiering en ankerpunt voor aandeelhoudersafspraken.

Enkele fiscale voordelen van de holdingvennootschap

Ook op fiscaal vlak is de holdingvennootschap erg interessant:

  • De dividendstromen van de ingebrachte (werk)vennootschappen aan de holding zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (zogenaamde DBI-aftrek).
  • Het kapitaal kan belastingvrij worden terugbetaald aan de aandeelhouders.

De fiscus heeft deze techniek op een aantal manieren bestreden:

  • De meerwaarde uitgedrukt ingevolge de inbreng van aandelen zelf zou belastbaar kunnen zijn (tegen 33%) als abnormale verrichting.
    Over deze vraag is heel wat inkt gevloeid. Talloze rulings werden bij de fiscus aangevraagd. In veel omstandigheden ging de fiscus er echter mee akkoord dat de inbreng van aandelen onbelast kon blijven.
  • De kapitaalvermindering zou een fiscaal misbruik kunnen uitmaken. De redenering hier is dat een belastingheffing als dividend (in principe roerende voorheffing van 30%) wordt vermeden.
Kapitaalvermindering en misbruik

Het Hof van Beroep te Gent heeft zich nu uitgesproken over de toepassing van de antimisbruikbepaling op een uitgevoerde kapitaalvermindering. De vennootschap in kwestie voerde in de periode van 2006 tot 2013 vijf kapitaalverminderingen door, waardoor het initiële kapitaal van 50 miljoen werd herleid naar bijna nul. Daarnaast ontving de vennootschap dividenden van haar dochtervennootschap in steeds dezelfde grootteorde als de doorgevoerde kapitaalvermindering.

De fiscus zag hierin fiscaal misbruik en argumenteerde dat de kapitaalvermindering een verdoken dividenduitkering was.

Volgens de fiscus opteerde de belastingplichtige voor een kapitaalvermindering, aangezien deze belastingvrij kan gebeuren, daar waar er op een dividenduitkering roerende voorheffing verschuldigd is. De fiscus redeneert dat een gezonde operationele vennootschap haar kapitaal nodig heeft en een dividenduitkering bijgevolg de “normale” gang van zaken zou zijn.

In strijd met de doelstelling van de wet?

Om de antimisbruikbepaling succesvol te kunnen toepassen moet de fiscus aantonen dat de gestelde handeling in tegenspraak is met de doelstellingen van een welbepaalde fiscale bepaling.

Een handeling kan enkel strijdig zijn met de doelstelling van een fiscale bepaling, wanneer die doelstellingen voldoende duidelijk blijken uit de wet en de parlementaire voorbereidingen. Dit is hier niet het geval.

Het feit dat een gestelde verrichting mogelijks “abnormaal” lijkt, is dus niet voldoende om deze als een fiscaal misbruik te kwalificeren.

Gangbare praktijken

Inmiddels is de wetgeving aangepast, op twee fronten:

  • De belastingvrije inbreng van aandelen leidt niet langer tot een fiscale verhoging van het kapitaal.
  • De spelregels inzake het belastingvrij uitkeren van kapitaalverminderingen zijn grondig gewijzigd n.a.v. de hervorming vennootschapsbelasting. Vandaag de dag wordt de vermindering automatisch pro rata aangerekend op het gestort kapitaal, de belaste uitkeerbare reserves en belastingvrije reserves. Dit zal uiteraard sneller aanleiding geven tot een dividend.

Dat de spelregels rond kapitaalverminderingen nu gewijzigd zijn, betekent echter niet dat de fiscus deze mag toepassen op handelingen in het verleden. Volgens het Hof moet er rekening worden gehouden met de toen gewoonlijk gangbare praktijken.

Correcte uitspraak

Aangezien slechts voor weinig wettelijke bepalingen de doelstelling wordt verduidelijkt in de wet of de parlementaire werken, betekent dit mogelijks dat de algemene antimisbruikbepaling slechts sporadisch kan worden toegepast. Dat is ook logisch: een antimisbruikbepaling mag geen vrijgeleide zijn voor de Administratie om de rol van wetgever over te nemen.

Natuurlijk is dit steeds geval per geval te bekijken. Een kapitaalvermindering is een mooi voorbeeld van een verrichting die uitgebreid in de wet wordt beschreven. De wet bepaalt vrij minitieus wanneer deze belastbaar is als een dividend en wanneer niet. Daar knelde het schoentje voor de fiscus. Hij kon niet aantonen dat er nog een algemene doelstelling in de wet besloten zit om de geviseerde kapitaalvermindering te belasten.

Waakzaam blijven

Niet te vroeg victorie kraaien lijkt echter de boodschap. Vooreerst zal tegen deze uitspraak mogelijks nog cassatieberoep worden ingediend.

Anderzijds moet voor constructies opgezet vanaf 1 januari 2019 rekening worden gehouden met de Europese ATAD-richtlijn. Deze bevat eveneens een algemene antimisbruikbepaling. Hierdoor geldt als maatstaf niet de doelstelling van de fiscale bepaling, maar wel het doel van het belastingrecht. Wat dat laatste dan ook precies moge betekenen… De anti-misbruikbepaling is alleszins nog niet dood.

Lees hier het originele artikel

2019-11-01T13:23:05+00:00 8 november 2019|Categories: Directe belastingen - Vennootschapsrecht|Tags: , , |