>>>Fiscale procedure. Het verloop van de bezwaarfase: onderzoek en rechten van de belastingplichtige (Cazimir)

Fiscale procedure. Het verloop van de bezwaarfase: onderzoek en rechten van de belastingplichtige (Cazimir)

Auteurs: Alexandre Missal en Tomas Martens (Cazimir)

Publicatiedatum: 23/02/2021

Het bezwaarschrift is ingediend. Hoe verloopt het nu verder? Wat wordt onderzocht en wat zijn de rechten van de belastingplichtige?

HET ONDERZOEK VAN HET BEZWAARSCHRIFT DOOR DE BEZWAARAMBTENAAR

Tijdens zijn onderzoek beschikt de bezwaarambtenaar over alle onderzoeksbevoegdheden waarover een taxatieambtenaar beschikt om de aanslag te vestigen (art. 374 WIB). Niettemin zijn de onderzoeksbevoegdheden van de bezwaarambtenaar op twee belangrijke punten een stuk ruimer.

Ten eerste is de bezwaarambtenaar volgens de rechtspraak niet gebonden door de klassieke onderzoekstermijnen van 3 of 7 jaar. In de taxatiefase mag de fiscale administratie slechts gedurende 3 jaar een onderzoek voeren (vanaf 1 januari van het aanslagjaar). Die termijn wordt uitgebreid naar 7 jaar in geval van fraude. Voor de bezwaarambtenaar gelden die termijnen niet.

Ten tweede heeft de wetgever voorzien dat de bezwaarambtenaar niet gebonden is door het Belgische bankgeheim (of wat hiervan overblijft). In de taxatiefase is een hele wettelijke procedure voorzien om het bankgeheim te doorbreken. Een bezwaarambtenaar is hierdoor niet gebonden en mag zonder meer een vraag om inlichtingen sturen naar de banken waarvan hij weet of vermoedt dat de belastingplichtige er rekeningen aanhoudt.

Een zeer belangrijke nuancering bij deze verruimde onderzoeksbevoegdheden is uiteraard de finaliteit waarvoor deze onderzoeksbevoegdheden gebruikt mogen worden. De wet voorziet uitdrukkelijk dat de bezwaarambtenaar deze bevoegdheden uitsluitend mag uitoefenen met het oog op de behandeling van het bezwaarschrift. Gebruikt de bezwaarambtenaar zijn onderzoeksbevoegdheden daarentegen om de belastingplichtige bijkomend te taxeren, dan maakt hij zich schuldig aan machtsafwending.

RECHTEN TIJDENS DE BEZWAARFASE

De belastingplichtige heeft het recht om gehoord te worden en inzage te nemen in zijn fiscaal dossier. Het verzoek om gehoord te worden moet wel schriftelijk in het bezwaarschrift worden. In de praktijk wordt dit hoorrecht in principe toegestaan zodra hiertoe een verzoek wordt geformuleerd, uiteraard voor zover nog geen beslissing werd genomen (de fiscale administratie zal in principe binnen een termijn van 6 maanden na indiening van het bezwaarschrift een beslissing nemen – zie volgend artikel).

De Minister van Financiën heeft reeds herhaaldelijk de concrete invulling van dit hoorrecht verduidelijkt: dit hoorrecht is geen schijnvertoning waarbij de fiscus een louter passieve houding aanneemt. Het is de bedoeling dat beide partijen een daadwerkelijk gesprek voeren op een constructieve manier. In de praktijk loopt het soms echter anders…

BEMIDDELINGSDIENST?

Tijdens de bezwaarfase kan de belastingplichtige een beroep doen op de bemiddelingsdienst. Dit is een dienst binnen de FOD Financiën die als taak heeft te bemiddelen tussen de belastingplichtige en de bezwaarambtenaar in het kader van een ingediend bezwaarschrift. Hun tussenkomst faciliteert vaker een minnelijke oplossing.

Deze dienst is uiteraard niet verplicht, maar is wel kosteloos. De mogelijke scepsis ten aanzien van deze bemiddelingsdienst – ze maakt deel uit van de FOD Financiën en is bemand door ambtenaren van diezelfde FOD Financiën – blijkt in de praktijk ongegrond te zijn.

Lees hier het originele artikel

2021-02-26T11:57:31+00:00 3 maart 2021|Categories: Directe belastingen|Tags: , |