>, Financieel recht>Effectentaks 2.0 gaat definitief van start (De Broeck Van Laere & Partners)

Effectentaks 2.0 gaat definitief van start (De Broeck Van Laere & Partners)

Auteur: De Broeck Van Laere & Partners

Publicatiedatum: 19/03/2021

De wet van 17 februari 2021 voert een nieuwe jaarlijkse taks op de effectenrekeningen in, de zogenaamde effectentaks 2.0, die op 26 februari 2021 in werking is getreden. Effectenrekeningen met een (gemiddelde) waarde van meer dan € 1.000.000 zullen worden onderworpen aan een taks van 0,15%. De nieuwe effectentaks 2.0 vervangt de “effectentaks 1.0”, die op 17 oktober 2019 werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof. De nieuwe effectentaks zou naar schatting jaarlijks 420 miljoen euro moeten opbrengen.

Het doel van de nieuwe effectentaks is investeerders (de meer vermogende particulieren en alle soorten organisaties) ertoe aan te zetten bij te dragen in de uitgaven die door de COVID-19-pandemie en andere budgettaire uitdagingen worden veroorzaakt. Een nobel doel op zich, maar we kunnen er nog zo bedenken. Het reduceren van het aantal politici zou eenzelfde budgettair effect kunnen hebben, maar men heeft er voor gekozen om de meer begoede belastingplichtigen te laten opdraaien voor de crisis.

We vatten voor u de nieuwe effectentaks samen.

Titularissen

De nieuwe effectentaks is van toepassing op effectenrekeningen aangehouden in België en in het buitenland door een Belgische titularis. De taks is niet beperkt tot natuurlijke personen, maar is ook van toepassing rechtspersonen die in België gevestigd zijn.

De nieuwe effectentaks is ook van toepassing op effectenrekeningen van niet-Belgische inwoners, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, bij Belgische financiële instellingen, tenzij een dubbelbelastingverdrag verhindert dat de belasting wordt geheven van niet-ingezetenen (zoals o.m. in het verdrag met Nederland, Duitsland en Luxemburg).           

Effectenrekeningen aangehouden door buitenlandse entiteiten die worden geviseerd door de Kaaimantaks vallen ook binnen het toepassingsgebied. Het gevolg hiervan is dat buitenlandse effectenrekeningen aangehouden door een geviseerde buitenlandse structuur waarvan de oprichter (zoals gedefinieerd in het kader van de Kaaimantaks) een Belgisch rijksinwoner is onder het toepassingsgebied van de nieuwe effectentaks zal vallen.

Het toepassingsgebied: alle financiële instrumenten op een effectenrekening

Alle financiële instrumenten die worden aangehouden op een effectenrekening met een gemiddelde saldo hoger dan €1.00.000,00 worden geviseerd, afgeleide producten inbegrepen (zoals index trackers, turbo’s,…). Cash aangehouden op een effectenrekening valt evenzeer onder het toepassingsgebied van de nieuwe effectentaks.

Het toepassingsgebied is bijgevolg breder dan de vernietigde effectentaks, waarbij bepaalde afgeleide producten en cash werden uitgesloten.

Aandelen op naam, geregistreerd in het aandelenregister van een vennootschap en niet aangehouden op een effectenrekening, vallen niet onder het toepassingsgebied. Belastingplichtigen die hun aandelen gedematerialiseerd aanhouden op een effectenrekening worden wel geviseerd.

* Tak 23-levensverzekeringscontracten

Effectenrekeningen aangehouden door een verzekeringsinstelling in het kader van een Tak 23-levensverzekeringscontract vallen nu eveneens onder het toepassingsgebied

Aangezien de taks wordt geheven op de (eigenlijke) effectenrekeningen, zal de globale effectenrekening van de verzekeringsinstelling worden beoordeeld worden en zonder twijfel onderworpen worden aan de nieuwe effectentaks. Dit houdt in dat verzekeringsovereenkomsten met een waarde onder het drempelbedrag van €1.000.000 ook onder de toepassing zullen vallen van de taks, indien de globale effectenrekening van de verzekeringsinstelling het drempelbedrag van €1.000.000 overschrijdt. Dit heeft tot gevolg dat de nieuwe effectentaks ook van toepassing kan zijn op kleinere beleggers met een Tak 23-contract ver beneden de drempel van €1.000.000. De overheid viseert dus ook de minder begoede burgers.

De buitenlandse (bijvoorbeeld Luxemburgse) verzekeraars die tak 23-verzekeringscontracten aanbieden, ontsnappen aan de toepassing van de taks aangezien zij hun beleggingen in principe op een buitenlandse effectenrekening zullen aanhouden. Bijgevolg zullen Belgische investeerders vanaf heden de voorkeur geven aan buitenlandse verzekeraars ten opzichte van Belgische verzekeraars.

Tarief en belastbare grondslag

Effectenrekeningen waarvan het gemiddeld saldo tijdens de referentieperiode hoger is dan €1.000.000 worden aan de taks onderworpen. De taks wordt geheven op effectenrekening zelf. Het aantal titularissen of de eigendomsverhoudingen spelen geen rol.

De drempel van 1 miljoen geldt per effectenrekening en wordt bekeken per referentieperiode. Dus wanneer iemand een effectenrekening heeft met een waarde van €1.500.000, is hij de taks verschuldigd . Als dezelfde persoon twee effectenrekeningen heeft met een waarde van elk €750.000  wordt de taks in de regel niet geheven, behoudens toepassing van een antimisbruikbepaling (infra).

Iedere referentieperiode duurt één jaar en loopt van 1 oktober tot 30 september. Concreet wordt er een ‘foto’ gemaakt op vier tijdstippen: 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september. Bereikt de gemiddelde waarde de drempel van 1 miljoen euro, dan is 0,15% effectentaks verschuldigd op de totale waarde.

Een tarief van 0,15% wordt toegepast op het volledige kapitaal op de effectenrekening zodra de gemiddelde waarde van die rekening hoger is dan €1.000.000,00. Het bedrag van de taks wordt wel beperkt tot 10% van het verschil tussen de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten en het drempelbedrag van 1.000.000 EUR.

Antimisbruikbepaling

Creatieve belastingplichtigen zullen pogen om hun effectenrekening onder de voorziene drempel te houden. De wet kent evenwel twee antimisbruikbepalingen, een algemene antimisbruikbepaling en een specifieke antimisbruikbepaling. Transacties die kwalificeren als misbruik zijn niet tegenstelbaar aan de belastingadministratie.

Volgens de algemene antimisbruikbepaling, is er sprake van fiscaal misbruik indien een gestelde rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt:

  • een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van toepassing op een belasting bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;
  • een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van toepassing op een belasting bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

De algemene antimisbruikbepaling is weerlegbaar, i.e. de belastingplichtige kan bewijzen dat de rechtshandeling kan worden verklaard door andere motieven dan het ontwijken van de effectentaks.

Daarnaast is er nog een specifieke antimisbruikbepaling, deze geldt in de twee volgende specifieke situaties een onweerlegbaar vermoeden van misbruik:

  • Het splitsen van een effectenrekening in meerdere effectenrekeningen, aangehouden bij dezelfde tussenpersoon (i.e. dezelfde bank);
  • Het omzetten (vanaf 30 oktober 2020) van belastbare financiële instrumenten, aangehouden op een effectenrekening, naar financiële instrumenten op naam. De onweerlegbaarheid van dit vermoeden is bijzonder onbillijk en o.i. een brug te ver…
Aangiftemodaliteiten en boetes

De belasting moet worden geheven, aangegeven en betaald door de financiële instelling, tenzij de rekening wordt aangehouden bij een niet-Belgische instelling.

Belgische financiële instellingen dienen deze verplichtingen na te komen uiterlijk op 20 december (volgend op het einde van de referentieperiode op 30 september).

Voor buitenlandse rekeningen is een inhouding aan de bron in principe niet mogelijk. Hier dient de titularis persoonlijk aangifte te doen en de taks te betalen.

Titularissen van buitenlandse rekeningen dienen de taks te betalen uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het einde van de referentieperiode (i.e. uiterlijk op 31 augustus 2022 voor de referentieperiode eindigend op 30 september 2021). De indieningstermijn voor de aangifte personenbelasting is van toepassing op de effectentaks-aangifte.

Buitenlandse banken kunnen hiervoor ook een aansprakelijke vertegenwoordiger aanstellen in ons land. Die neemt dan de aangifte en betaling van de taks op zich.

De aangiftemodaliteiten moeten nog door de Koning worden bepaald. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige aangifte, alsook de niet-betaling of laattijdige betaling, worden bestraft met een boete die gaat van 10% tot 200% van de verschuldigde taks. Intrest is verschuldigd bij laattijdige betaling.

Geen aftrekbare beroepskost

De nieuwe effectentaks zal niet aftrekbaar zijn als beroepskost in de inkomstenbelasting.

Inwerkingtreding

De wet is in werking getreden op 26 februari 2021, met uitzondering van de antimisbruikmaatregelen die sinds 30 oktober 2020 uitwerking hebben. De eerste referentieperiode gaat in op de datum van inwerkingtreding van de wet (26 februari 2021) en loopt af op 30 september 2021.

Bron: Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen

Lees hier het originele artikel

2021-03-24T08:26:07+00:00 24 maart 2021|Categories: Directe belastingen - Financieel recht|Tags: , |