>>>De reden voor de fiscale vrijstelling voor minnelijke akkoorden gesloten door tussenkomst van een ondernemingsbemiddelaar en gehomologeerd overeenkomstig artikel XX.38 WER (LegalNews)

De reden voor de fiscale vrijstelling voor minnelijke akkoorden gesloten door tussenkomst van een ondernemingsbemiddelaar en gehomologeerd overeenkomstig artikel XX.38 WER (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 26/03/2021

Op 9 februari 2021 gaf de Commissie voor Financiën en begroting volgende advies (hier te lezen vanaf pag. 59).

Inleidende uiteenzetting

‘De heer Christian Leysen (Open Vld) legt uit dat de aan deze commissie voor advies overgemaakte amendementen nrs. 14 en 15 een discriminatie wegwerken tussen verschillende types van minnelijke akkoorden in insolventieprocedures. Het minnelijk akkoord dat wordt gehomologeerd in de procedure van gerechtelijke reorganisatie (zie artikel XX.65 van het Wetboek van economisch recht (WER), te lezen als artikel 65 van boek 20 van het Wetboek Economisch Recht) geniet reeds 15 jaar van een fiscaal gunstregime. Artikel 48 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) leidt er immers toe dat de schuldeiser het bedrag van de schuldkwijtschelding onmiddellijk in kosten kan nemen vanaf de homologatie van het minnelijk akkoord door de rechtbank. Voor het minnelijk akkoord dat wordt gehomologeerd door de ondernemingsrechtbank in de procedure van artikel XX.38 van het WER is deze fiscale gunstregeling voor ondernemingen in moeilijkheden niet voorzien. Deze procedure geeft nochtans alle waarborgen want het voorziet de tussenkomst van een door de voorzitter aangestelde ondernemingsbemiddelaar en het wordt gehomologeerd door de voorzitter van de rechtbank. Aangezien de procedure van artikel XX.38 van het WER zeer sterk gelijkt op de procedure van gerechtelijke reorganisatie en dezelfde garanties biedt, is het aangewezen deze discriminatie weg te werken. Deze procedure is immers veel minder belastend voor de ondernemingsrechtbanken. De spreker geeft het advies om ook de fiscale situatie van de schuldenaar te regelen voor de procedure van artikel XX.38 van het WER en dezelfde discriminatie te willen wegwerken.

Artikel 48/1 van het WIB voorziet immers dat het voordeel dat de schuldenaar geniet door de schuldkwijtschelding, fiscaal wordt vrijgesteld als winst indien het minnelijk akkoord wordt gehomologeerd door de rechtbank in het kader van een gerechtelijke reorganisatie. Dit zou dan ook moeten worden uitgebreid tot de procedure van artikel XX.38 van het WER. De spreker besluit dat een fiscale gelijkschakeling van de homologatie in het kader van de procedure van gerechtelijke reorganisatie en de homologatie door de ondernemingsrechtbank in de procedure van artikel XX.38 van het WER aangewezen is. De spreker vraagt om daar ook rekening mee te houden bij de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten.

Bespreking

Het wegwerken van de fiscale discriminatie moet ertoe leiden dat de betrokken partijen ook kiezen voor een minnelijke schikking buiten de gerechtelijke reorganisatie om op die manier de druk weg te nemen van de ondernemingsrechtbanken. Tegelijkertijd wordt de controle op mogelijke misbruiken behouden door de tussenkomst van een door de voorzitter aangestelde ondernemingsbemiddelaar en de homologatie ervan door de voorzitter van de rechtbank. De minister gaat akkoord met het voorstel van de heer Leysen.

Aangenomen advies

De aan de Kamercommissie Financiën voor advies voorgelegde amendementen strekken ertoe de discriminatie weg te werken tussen verschillende types van minnelijke akkoorden afgesloten met ondernemingen in moeilijkheden. De amendementen willen in het bijzonder het fiscale gunstregime dat bestaat voor een minnelijk akkoord gehomologeerd door de ondernemingsrechtbank in het kader van een gerechtelijke reorganisatie, overeenkomstig artikel XX.65 WER, uitbreiden tot het minnelijk akkoord dat werd onderhandeld door een ondernemingsbemiddelaar en werd gehomologeerd door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank overeenkomstig artikel XX.38 WER. Artikel 48, tweede lid, WIB voorziet in een aangepaste fiscale regeling voor schuldeisers die instemmen met een minnelijk akkoord in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie. De homologatie van het minnelijk akkoord door de rechtbank in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, laat de schuldeiser toe om het bedrag van de schuldkwijtschelding onmiddellijk fiscaal vrij te stellen door hiervoor een vrijgestelde provisie aan te leggen, zodat de schuldkwijtschelding onmiddellijk in kosten kan worden genomen. Artikel XX.38 WER voorziet dat een minnelijk akkoord ook kan worden gesloten buiten een procedure van gerechtelijke reorganisatie, ingevolge de tussenkomst van een ondernemingsbemiddelaar en met homologatie door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank. Deze procedure heeft eenzelfde finaliteit en biedt dezelfde waarborgen als de homologatie voorzien door artikel XX.65 WER, maar is minder belastend voor de ondernemingsrechtbank. In de huidige economische omstandigheden is het absoluut noodzakelijk dat beide vormen van minnelijk akkoord een gelijke werking krijgen. De wijze waarop deze akkoorden tot stand komen, zou hiervoor niet relevant mogen zijn. De homologatie door de voorzitter van de rechtbank biedt de nodige waarborgen dat hiervan geen misbruik wordt gemaakt. De licht gewijzigde formulering van artikel 48, tweede lid, WIB sluit aan bij de formulering van de aanhef van artikel 48/1, tweede lid, WIB en is enkel technisch van aard.

De Kamercommissie geeft dan ook een positief advies omtrent het voorgestelde amendement nr. 15. De Kamercommissie wenst echter op te werpen dat er nog steeds een discriminatie zou blijven bestaan voor de schuldenaar die deelneemt aan een minnelijk akkoord. Artikel 48 WIB geldt immers enkel voor de schuldeiser. De schuldkwijtschelding die het gevolg is van een minnelijk akkoord, gehomologeerd op grond van artikel XX.38 WER, is in hoofde van de schuldenaar nog steeds belastbaar als uitzonderlijke opbrengst, terwijl de kwijtschelding die het gevolg is van de homologatie op grond van artikel XX.65 WER fiscaal wordt vrijgesteld op grond van artikel 48/1 WIB. De Kamercommissie suggereert dan ook om deze discriminatie eveneens weg te werken en artikel 48/1 WIB in dezelfde zin aan te passen.

De finale tekst

De Kamercommissie stelt daartoe volgende tekst voor:
“Art. 48/1. De winst die voortvloeit uit de minderwaarden die door de schuldenaar zijn opgetekend op bestanddelen van het passief ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan door de rechtbank of ten gevolge van de vaststelling door de rechtbank van een minnelijk akkoord in uitvoering van artikel XX.38, XX.65 of XX.79 van het Wetboek van economisch recht, worden vrijgesteld volgens de nadere toepassingsregels die de Koning vaststelt en dit gedurende de belastbare tijdperken tot de volledige tenuitvoerlegging van het plan of van het minnelijk akkoord of tot het sluiten van de procedure.”.

Lees hier het volledige Wetsvoorstel tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht, aangenomen op 11 maart 2021

2021-03-26T12:47:09+00:00 26 maart 2021|Categories: Directe belastingen|