>>>De nieuwe (en niet zo nieuwe) fiscale coronamaatregelen: een overzicht (De Broeck, Van Laere en Partners)

De nieuwe (en niet zo nieuwe) fiscale coronamaatregelen: een overzicht (De Broeck, Van Laere en Partners)

Auteur: De Broeck, Van Laere en Partners

Publicatiedatum: 14/04/2021

Het arsenaal aan fiscale maatregelen om de gevolgen van de covid-19-pandemie te bestrijden, wordt binnenkort nog uitgebreid. De regering is het eens geworden over een pakket aan nieuwe stimuli. De opvallendste steunmaatregel is een belastingvoordeel in de personenbelasting voor verhuurders die een deel van de huur kwijtschelden ten voordele van huurders met een zaak die te lijden heeft onder de crisis. Tegelijk wordt het merendeel van de reeds gekende maatregelen verlengd, wegens de aanhoudende crisissituatie. De belastingvrijstelling van coronapremies blijft zelfs nog het hele jaar van kracht. En intussen heeft de fiscus enkele interessante toleranties bekend gemaakt. Hoog tijd dus voor een overzicht. In dit eerste deel focussen we op de inkomstenbelastingen.

De opvallendste nieuwe ondersteuningsmaatregel is een belastingvermindering van 30 % voor de huur die verhuurders kwijtschelden aan huurders die hun zaak verplicht hebben moeten sluiten wegens de beperkende coronamaatregelen. De maatregel is tijdelijk: hij geldt voor de huur van de maanden maart, april en mei 2021. Per huurcontract kan maximaal 5.000 euro per maand in aanmerking komen voor de belastingvermindering en per verhuurder maximaal 45.000 euro. In de vennootschapsbelasting wordt het voordeel toegekend onder de vorm van een niet terugbetaalbaar belastingkrediet. De maatregel is principieel goedgekeurd op de ministerraad en wordt binnenkort in een definitieve wettekst gegoten.

Decembervoorschot bedrijfsvoorheffing

Een andere nieuwe maatregel is de afschaffing van het decembervoorschot in de bedrijfsvoorheffing. Eind 2021 zal dus geen BV-voorschot betaald moeten worden.

Thuiswerkvergoeding: hoger bedrag en cumul

Daarnaast wordt de fiscaal aanvaardbare thuiswerkvergoeding tijdelijk opgetrokken van 129,48 euro tot 144,31 euro per maand. Dat bedrag geldt als een forfaitaire terugbetaling van eigen kosten van de werkgever en blijft dus belastingvrij bij de werknemer. Het verhoogde bedrag mag toegekend worden in de maanden april, mei en juni. De vergoeding wordt geacht de kantoorkosten te vergoeden van werknemers die (al dan niet verplicht) van thuis uit werken.

Tegelijk heeft de fiscus een lijvige circulaire gepubliceerd over het toepassingsgebied en de voorwaarden van de thuiswerkvergoeding. Zo geldt het forfaitaire bedrag niet voor bedrijfsleiders. Voor hen zal een individueel akkoord met de fiscus gesloten moeten worden of zullen bewijsstukken voorgelegd moeten worden. Aan de andere kant aanvaardt de fiscus dat bovenop de thuiswerkvergoeding nog bepaalde specifieke kosten terugbetaald worden, bijvoorbeeld voor een bureaustoel of een tweede scherm. De werkgever mag die uitrusting ook zelf ter beschikking stellen (in principe) zonder dat de werknemer belast wordt op een voordeel van alle aard. Bovendien mag, bovenop de kantoorvergoeding, ook nog eens een aparte forfaitaire vergoeding betaald worden als de werknemer zijn/haar eigen computer of eigen internetverbinding gebruikt voor het werk, van telkens 20 euro (Circulaire van 26.2.2021).

Vrijstelling coronapremies en overuren verlengd

Daarnaast worden enkele gekende maatregelen verlengd. De principiële beslissing is al gevallen op de ministerraad, op de definitieve wetgeving is het nog even wachten.

De vrijstelling van de vergoedingen die naar aanleiding van de covid-19-pandemie door de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten zijn toegekend, wordt verlengd tot het einde van het jaar, dus tot 31 december 2021.

Ook de vrijstelling voor bezoldigingen voor 120 overuren in de zogenaamde cruciale of kritische sectoren (o.m. de zorgsector) wordt verlengd. De vrijstelling zal ook van toepassing zijn op overuren in het tweede kwartaal van 2021.

Corona-“tax shelter” ook voor tweede golf

Een vergelijkbare beslissing is er genomen over de “Tax Shelter Covid-19”. De maatregel neemt de vorm aan van een belastingvermindering in de personenbelasting voor wie participeerde in het kapitaal van bedrijven die tijdens de eerste golf van de pandemie een aanzienlijke omzetdaling kenden. Die regeling wordt nu heropgevist en toegepast op bedrijven die zwaar te lijden hadden/hebben onder de tweede golf sinds oktober.

Nieuwe verlenging tot 30.6 voor o.m. betalingsuitstel op aanvraag

Vervolgens is er een hele reeks maatregelen die eind vorig jaar al verlengd waren (tot 31 maart 2021) en die nu opnieuw verlengd worden met drie maanden, deze keer tot 30 juni 2021:

  • de verlaging tot 15% van de bedrijfsvoorheffing voor tijdelijk werklozen;
  • het niet in rekening brengen van de bezoldigingen voor studentenarbeid in de zorg en het onderwijs voor de berekening van de bestaansmiddelen, zodat het statuut van kind ten laste daardoor niet verloren gaat;
  • de regeling die erin bestaat dat geen bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden op de bezoldigingen voor studentenarbeid in de zorg en het onderwijs: die wordt ook van toepassing gemaakt op de bezoldigingen voor prestaties in het tweede kwartaal van 2021 in diezelfde sectoren;
  • het “individuele uitstel op aanvraag” voor betalingen van personenbelasting, vennootschapsbelasting, bedrijfsvoorheffing en BTW, voor ondernemingen die kunnen bewijzen dat ze hinder ondervinden door de pandemie.

Ook voor de “Tax Shelter” voor audiovisuele werken en podiumwerken worden de termijnen om aan de voorwaarden te voldoen, verlengd.

Pensioenopbouw bedrijfsleiders

Niet alle maatregelen vereisen een wetswijziging. Door middel van een administratieve tolerantie wordt de aftrek veilig gesteld van premies die ondernemingen in 2020 betaald hebben voor de pensioenopbouw van bedrijfsleiders. Bijdragen voor bijvoorbeeld een groepsverzekering zijn slechts aftrekbaar als ze betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en ten minste maandelijks worden betaald. Aan die voorwaarde is in veel gevallen niet voldaan als gevolg van de coronacrisis. Want de crisis dwong sommige ondernemingen om de bezoldigingen aan hun bedrijfsleider tijdelijk stop te zetten. Daardoor dreigde de (fiscaal begunstigde) pensioenopbouw in het gedrang te komen. De fiscus past daar nu gedeeltelijk een mouw aan door voor 2020 een tolerantie te hanteren. De maanden waarin de bezoldiging is stopgezet en waarin de bedrijfsleider een overbruggingsrecht voor zelfstandigen ontving, worden buiten beschouwing gelaten bij het beoordelen van de voorwaarden voor aftrek. Het feit dat er in die periode niet meer elke maand een bezoldiging werd betaald, heeft dus geen gevolgen voor de aftrek van de premies.

Er is weliswaar nog een bijkomende beperking van de aftrek in de vorm van de zogenaamde 80%-grens. Een lagere jaarbezoldiging betekent een lagere limiet voor de aftrek. Maar als daardoor een deel van de premies van 2020 niet aftrekbaar zou zijn, mag het niet-aftrekbare gedeelte van de premies overgedragen worden naar 2021. Dat moet gebeuren via de overlopende rekening “over te dragen kosten”. Zo wordt vermeden dat een deel van de premies in verworpen uitgaven terechtkomt voor boekjaar 2020 (klik hier voor bron).

Onroerende voorheffing

Ook op het niveau van de gewesten wordt rekening gehouden met de pandemie. De Vlaamse belastingdienst heeft de coronamaatregelen verlengd die de dienst ook al tijdens de eerste golf afgekondigd had. Zo wordt de betalingstermijn voor de onroerende voorheffing van 2020 verlengd tot 30 april 2021. Die maatregel geldt alleen voor vennootschappen. Maar zelfstandigen kunnen uitstel aanvragen, en dat zal “soepel” toegestaan worden.

Ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat uitstel toe tot 30 april voor bet betalen van de onroerende voorheffing (klik hier voor bron). Net als in Vlaanderen is het uitstel alleen van toepassing voor rechtspersonen.

Grensarbeiders

De speciale regelingen voor “grensarbeiders” worden ook verlengd. Het gaat om werknemers die in België wonen maar normaal gezien in een buurland belast worden omdat ze daar werken. Zij lopen het risico dat hun belastingstatuut ineens volledig verandert doordat ze van thuis uit moeten werken en dus strikt genomen niet meer in het buitenland tewerkgesteld zijn. Daarom is met elk van de vier buurlanden de afspraak gemaakt dat de dagen van verplicht thuiswerk wegens corona niet meetellen om te bepalen in welk land de betrokkenen belast worden.

Die akkoorden zijn al een paar keer verlengd, het laatst tot 31 maart 2021, en het plan is om ze nogmaals met drie maanden te verlengen, tot 30 juni 2021. Met Luxemburg en Nederland is daarover al een akkoord bereikt, met Frankrijk en Duitsland wordt er binnenkort een verwacht (klik hier voor bron).

DEEL 2

Een opvallende nieuwe maatregel betreft lagere nalatigheidsinteresten inzake BTW en accijnsrechten. De tarieven voor nalatigheids- en moratoriuminteresten worden (tijdelijk) gealigneerd op die in de inkomstenbelastingen. Dat wil zeggen dat het tarief drastisch daalt, van 9,6% tot respectievelijk 4 en 2%. Ook de hoge BTW-boete voor te late betaling wordt gemilderd: die daalt tijdelijk van 15% naar 10%.

Zowel de aanpassing van de interestvoeten als de boete geldt enkel voor het tweede kwartaal van 2021. De maatregel is afgeklopt op de ministerraad maar is nog niet gepubliceerd.

Teruggave

Voorts worden de regels voor teruggave van BTW versoepeld. Voortaan kan men voor kleinere bedragen een teruggave vragen. De nieuwe drempels zijn: 400 euro voor “gewone” maand- of kwartaalaangiften, 50 euro voor starters of eindejaaraangiften.

Autokosten: tolerantie

Gloednieuw is ook een tolerantie met betrekking tot autokosten. De minister heeft die onlangs aangekondigd. De tolerantie bestaat erin dat BTW-plichtigen tijdelijk mogen overschakelen op een andere methode om het beroepsgedeelte van autokosten te bepalen. De BTW-aftrek gebeurt immers in verhouding tot het beroepsgebruik (met een maximum van 50%). Wie zich niet wil bezighouden met een omslachtige kilometeradministratie om het reële beroepsgebruik te bepalen, kan kiezen uit een forfaitaire of een semi-forfaitaire methode (klik hier voor bron).

De “zuiver” forfaitaire methode houdt in dat uitgegaan wordt van een beroepsgebruik  van 35% voor de hele vloot. De semi-forfaitaire methode vertrekt van een formule die rekening houdt met het woon-werkverkeer van de gebruiker van de auto om het privégebruik te bepalen. De formule is: (afstand woon-werk × 2 × 200 + 6 000) / totale afstand) × 100.

Het probleem daarmee is dat de woon-werkkilometers forfaitair vastliggen en dus niet beïnvloed worden door thuiswerk of een economische crisis, terwijl het totale aantal kilometers wel een reëel cijfer is. Dat laatste is wellicht naar beneden getuimeld tijdens de coronacrisis. Met een onveranderd aantal forfaitaire pendelkilometers in de teller, jaagt dat het percentage privégebruik naar omhoog en dus de BTW-aftrek naar beneden.

Om daar een mouw aan te passen, mogen de betrokkenen tijdelijk overschakelen naar de “zuiver” forfaitaire methode. Ze mogen dus forfaitair een aftrek van 35% toepassen voor kalenderjaar 2020. En in 2021 mogen ze onmiddellijk weer overschakelen naar de semi-forfaitaire methode. De regel dat men aan de zuiver forfaitaire methode altijd vast hangt voor minstens vier jaar, is dus tijdelijk niet van toepassing.

Decembervoorschot

Het decembervoorschot in de BTW was vorig jaar geschrapt om ondernemingen te helpen die met cashflow-problemen kampen als gevolg van de coronapremies. De regering heeft nu beslist om die maatregel dit jaar te herhalen. Ook in 2021 zal er dus geen decembervoorschot betaald moeten worden.

Verlenging

Voorts zijn er enkele maatregelen die eind vorig jaar al verlengd waren tot eind maart 2021, en nu opnieuw met drie maanden verlengd worden, tot 30 juni 2021:

  • de BTW-verlaging tot 6% voor mondkapjes en handgels;
  • de vrijstelling van het registratierecht en van het recht op geschriften voor notariële volmachten, zodat een bezoek aan het notariskantoor vermeden kan worden.

De pas onlangs ingevoerde vrijstelling van BTW voor coronavaccins en testkits en daarmee samenhangende dien­sten, hoeft niet verlengd te worden, want de vrijstelling gold meteen voor heel 2021 en 2022.

Termijnen Vlaamse erf- en registratiebelasting

Ook op het niveau van de gewesten wordt rekening gehouden met de pandemie. De Vlaamse belastingdienst heeft de coronamaatregelen verlengd die de dienst ook al tijdens de eerste golf afgekondigd had.

In de eerste plaats gaat het om verlengingen van de termijnen in de erfbelasting en de registratiebelasting. De betrokken termijnen worden automatisch verlengd tot 30 april 2021. Men hoeft de verlenging dus niet aan te vragen. Voorbeelden zijn de termijnen om een aangifte van nalatenschap in te dienen, om een akte te registreren of om een tweede woning van de hand te doen als men aanspraak maakt op een verlaagd tarief voor een enige woning.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft voorlopig geen vergelijkbare verlenging aangekondigd.

Nuttige link 1

Nuttige link 2

Lees hier het originele artikel

2021-04-16T15:14:48+00:00 16 april 2021|Categories: Directe belastingen|Tags: , |