>>>Appartement aan kust: dan toch fiscaal aftrekbaar? (De Broeck Van Laere & Partners)

Appartement aan kust: dan toch fiscaal aftrekbaar? (De Broeck Van Laere & Partners)

Auteur: De Broeck, Van Laere & Partners

Publicatiedatum: 20/10/2020

De rechtspraak over woningen die in vennootschap zitten, was de laatste jaren overwegend negatief. Als de woning of het appartement privé gebruikt werd door de zaakvoerder, verwierp de fiscus steevast de aftrek en hij werd daarin meestal gevolgd door de rechtspraak. Maar nu lijkt zich een kentering af te tekenen in de rechtspraak.

Als een gebouw of een deel van een gebouw beroepsmatig gebruikt wordt (bijv. als kantoor of om klanten te ontvangen), bestaat er weinig twijfel over dat de kosten met betrekking tot dat gebouw aftrekbaar zijn als beroepskost. Dat ligt op het eerste gezicht moeilijker als het betreffende vastgoed privé gebruikt wordt, bijvoorbeeld omdat de vennootschap het gratis ter beschikking stelt van de bedrijfsleider voor gebruik als woning.

Maar ook in een dergelijk geval kan de aftrek van de kosten verdedigd worden. Een eerste mogelijkheid is de zogenaamde bezoldigingstheorie. Die theorie houdt in dat de terbeschikkingstelling van de woning of het appartement beschouwd moet worden als een vorm van bezoldiging voor de bedrijfsleider. En vermits een bezoldiging in principe een gewone aftrekbare beroepskost uitmaakt, moet dat ook gelden voor de kosten die de vennootschap maakt voor de (privé gebruikte) woning.

Bijkomende voorwaarde is struikelsteen

Er was wel één probleem met die redenering. Het principe wordt wel aanvaard, maar de rechtspraak stelt daarbij traditioneel een bijkomende voorwaarde. Er moet bewijs zijn dat de terbeschikkingstelling van de woning of het appartement specifiek bedoeld is als vergoeding voor werkelijke prestaties die geleverd worden ten behoeve van de vennootschap.

Het was bovendien helemaal niet duidelijk hoe die voorwaarde concreet ingevuld moet worden. Belastingplichtigen die met een dergelijke zaak naar de rechtbank trokken, kregen daarom heel vaak het deksel op de neus. Recent gebeurde dat nog maar eens in een geschil dat helemaal tot voor het Hof van Cassatie gebracht was (zie ons artikel “Weer geen goed nieuws van Cassatie over gratis woning voor bedrijfsleider”).

Het tij keert

Maar nu lijkt de trend te keren. Zo krijgt de belastingplichtige gelijk in een recent arrest van het Hof van Beroep te Gent (arrest van 19 mei 2020). De zaak betrof een BVBA die een appartement aan de kust gratis ter beschikking stelde van haar enige zaakvoerder. De BVBA had geen werknemers en maar één zaakvoerder. Het kon dus niet anders of de aanzienlijke inkomsten van de BVBA waren te danken aan het werk van de enige zaakvoerder. Bovendien was zijn mandaat onbezoldigd. In de ogen van de belastingplichtige kon er dus geen twijfel bestaan aan de toepasbaarheid van de bezoldigingstheorie: het kon niet anders of de zaakvoerder leverde reële prestaties ten voordele van de vennootschap, waarvoor hij bezoldigd werd in natura in de vorm van de beschikking over een appartement aan zee. Maar voor het Hof volstaat dat niet. Er is een explicieter bewijs nodig. De aanzienlijke omzet kan (in theorie) immers ook andere oorzaken hebben dan het werk van de zaakvoerder, meent het Hof. De inkomsten kunnen bijvoorbeeld voortvloeien uit automatisch verlengde commissiecontracten van vorige jaren.

Maar gelukkig voor de belastingplichtige was een expliciet bewijs wel degelijk voorhanden. En het blijkt helemaal niet zo moeilijk te leveren. In de notulen van de algemene vergadering van de BVBA was namelijk een kort puntje opgenomen waarin gewoon stond dat het voordeel van het appartement toegekend wordt aan de zaakvoerder als bezoldiging. Voor het Hof volstaat dat.

Appartement aan zee is goede belegging

Naast de bezoldigingstheorie is er ook nog de zogenaamde meerwaardetheorie. Die houdt in dat het vastgoed gewoon een goede investering vormt. Het is normaal dat een vennootschap haar overtollige liquiditeiten wil beleggen. En als bij de latere verkoop een meerwaarde gerealiseerd wordt, is sprake van een belastbaar inkomen. De kosten die gemaakt worden om een belastbaar inkomen te verwerven, zijn per definitie aftrekbaar.

Tot nu toe was de rechtspraak ook op dat punt heel streng. De repliek was steevast: bewijs eerst maar eens dat het vastgoed in waarde zal stijgen en later een meerwaarde zal opleveren. Maar ook die trend lijkt nu te keren.

Zo eiste het Hof van Beroep te Antwerpen in een recente zaak niet eens meer een concreet bewijs. “Het is algemeen bekend” dat appartementen aan de kust over de jaren heen fel in waarde gestegen zijn en dus een goede belegging vormen, aldus het Hof. Cruciaal daarbij is dan wel dat de vennootschap het appartement in volle eigendom heeft (voor 99% in die zaak) en dat het niet gaat om een (uitdovend) vruchtgebruik (arrest van 14 januari 2020).

Kort tevoren had het Hof van Beroep te Gent in dezelfde zin geoordeeld (arrest van 3 december 2019). Ook dat Hof vond dat het algemeen bekend is dat een appartement aan de kust in waarde stijgt. In die zaak had de belastingplichtige wel een uitgebreide documentatie voorgelegd over de evolutie van de vastgoedprijzen in de betreffende gemeente. Dat helpt natuurlijk altijd…

Lees hier het originele artikel

2020-10-23T09:19:22+00:00 23 oktober 2020|Categories: Directe belastingen|Tags: , , |