>>>Van THV naar maatschap: btw-impact? (Schoups)

Van THV naar maatschap: btw-impact? (Schoups)

Auteur: Laurence D’huyvetter (Schoups)

Publicatiedatum: 10/09/2019

Achtergrond

Op 1 mei 2019 is het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen in werking getreden (lees hier alles over het nieuwe WVV). Een van de krachtlijnen van de hervorming is dat het aantal vennootschapsvormen drastisch is herleid.

De tijdelijke vennootschap (tot voor kort nog een tijdelijke handelsvennootschap of “THV”) is één van de vennootschapsvormen die in het kader van deze hervorming is gesneuveld. De THV werd nochtans courant gebruikt in de bouwsector. Voor veel (grotere) projecten bundelden aannemers hun krachten in een THV. Daarin organiseren de vennoten onderling de taak-, kosten- en resultaatsverdeling.

De maatschap als waardige vervanger

Eén van de vennootschapsvormen die de hervorming overleefd heeft is de maatschap. De overstap van een tijdelijke handelsvennootschap naar een maatschap is verre van een aardverschuiving.

Net zoals de tijdelijke handelsvennootschap is de maatschap een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid en met onbeperkte aansprakelijkheid voor haar vennoten. Zij zijn zelf geen titularis van rechten en kunnen ook enkel via hun vennoten in rechte optreden. Schuldeisers kunnen rechtstreeks de vennoten aanspreken. Een nieuwigheid is (de bevestiging van) het onverdeeld vermogen dat bestemd is voor de activiteit van de maatschap. Net zoals dit het geval was voor de tijdelijke handelsvennootschap, kunnen vennoten een maatschap oprichten voor een welbepaalde duur of voor één aflopend project.

Evenmin impact op vlak van btw

Ook de regels inzake de btw-belastingplicht die van toepassing zijn (of beter gezegd: waren) op de tijdelijke handelsvennootschap zijn van toepassing op de maatschap. De fiscus heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de btw-regels ter zake op te frissen in een circulaire (Circulaire 2019/C/46 van 5 juni 2019). De circulaire behandelt voornamelijk praktische toepassingsgevallen van samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector, maar de algemene regels zijn mutatis mutandis van toepassing op alle maatschappen (dus ook in het kader van aanneming van bouwwerken).

Het uitgangspunt is enerzijds dat een maatschap in principe niet wordt aangemerkt als een btw-belastingplichtige en de btw-formaliteiten rechtstreeks op de schouders van de vennoten vallen. De vennoten kunnen anderzijds wel opteren om de maatschap as such aan te merken als btw-belastingplichtige. De fiscus vertrekt vanuit dit onderscheid in de circulaire:

Maatschap die zich niet als afzonderlijke belastingplichtige beschouwt

In dat geval gaat de btw-administratie uit van de veronderstelling dat de leveringen of dienstprestaties die de maatschap verricht aan derden, rechtstreeks worden verricht door elk van de vennoten afzonderlijk. Met andere woorden: de maatschap is fiscaal transparant.

Iedere vennoot staat dus afzonderlijk en elk voor zijn deel in voor zijn verplichtingen. Dit houdt onder meer in dat elk lid afzonderlijk, in verhouding tot zijn aandeel, gehouden is om op eigen naam een factuur uit te reiken. De vennoten mogen wel iemand aanwijzen die belast is met het uitreiken van de facturen aan derden. Op die facturen moeten uitdrukkelijk de vennoot of vennoten worden vermeld in wiens naam en voor wiens rekening ze werden opgemaakt. Elke vennoot dient bovendien een dubbel van de factuur in zijn eigen btw-boekhouding bij te houden. Zowel in de situatie waarbij elke vennoot afzonderlijk factureert, als in de situatie waarbij een gezamenlijke factuur wordt uitgereikt, dient elk van de vennoten voor haar aandeel in de opbrengst het aan de afnemer gefactureerde bedrag op te nemen in de eigen btw-aangifte.

Omgekeerd geldt ook dat de “inkomende” goederen en de diensten in de regel rechtstreeks geleverd of verleend worden aan ieder van de vennoten. Indien de factuur van de leverancier aan alle vennoten is gericht, moeten deze laatsten bepalen, welk deel voor ieder van hen is bestemd.

Maatschap die zich als een afzonderlijke belastingplichtige beschouwt

In het geval dat de vennoten ervoor kiezen om de maatschap aan te merken als btw-belastingplichtige, is de maatschap niet langer fiscaal transparant.

De vennoten moeten dan de maatschap voor btw-doeleinden laten identificeren bij het lokale btw-kantoor, behoudens wanneer de maatschap enkel vrijgestelde handelingen verricht en op geen enkele wijze schuldenaar is van de btw. De maatschap moet daarnaast een eigen boekhouding voeren die voldoende gedetailleerd is en de vennoten moeten een vertegenwoordiger aanduiden. Deze laatste neemt de btw-verplichtingen voor zijn rekening en staat in rechtstreeks contact met de btw-administratie.

De leveringen van goederen en de diensten aan derden, worden geacht door de vennootschap te zijn gedaan. De vennoten moeten op hun beurt de prijs of de waarde van die goederen en diensten factureren aan de maatschap en de btw (verschuldigd in de relatie van de vennoten tot de maatschap) in rekening brengen aan de maatschap.

In de mate dat de maatschap winst maakt zal de verdeling tussen de vennoten onderling plaatsvinden buiten de werkingssfeer van btw. Een dergelijke verdeling heeft aldus geen impact op het recht van aftrek van de vennoten.

Lees hier het originele artikel

2019-09-20T13:00:47+00:00 21 september 2019|Categories: BTW en douane|Tags: , , , , |