>, BTW en douane>Renovatie of nieuwbouw? De fiscus controleert! (PwC Legal)

Renovatie of nieuwbouw? De fiscus controleert! (PwC Legal)

Auteur: PwC Legal

Publicatiedatum: 30/10/2019

Werken in onroerende staat die de omvorming, de renovatie, de rehabilitatie, verbetering, de herstelling of het onderhoud tot voorwerp hebben, kunnen onder bepaalde voorwaarden onderworpen worden aan het verlaagd btw-tarief van 6 %. Onlangs verkondigde de Orde van Architecten in de media dat “meer dan de helft van renovaties eigenlijk verdoken nieuwbouwwoningen” zijn en dat dus het btw-tarief van 21% diende te worden toegepast. De btw-administratie die al snel meent dat er van een renovatie of verbouwing geen sprake kan zijn, zal – gesterkt door deze uitspraak van de Orde van Architecten – wellicht nog scherper uit de hoek komen.

1. Renovatie versus nieuwbouw

Overeenkomstig rubriek XXXVIII van Tabel A van bijlage bij KB nr. 20, zijn werken in onroerende staat aan een privéwoning, ouder dan 10 jaar, “die de omvorming, de renovatie, de rehabilitatie, verbetering, de herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning, tot voorwerp hebben” onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 6%.

Het verlaagd btw-tarief van 6 % geldt enkel voor de renovatie en omvorming van bestaande woningen en geldt niet in het geval van nieuwbouw of vernieuwbouw dat aan het normale tarief van 21% is onderworpen.

Echter, de btw-wetgeving geeft noch een omschrijving van de begrippen renovatie of omvorming , noch duidt zij aan vanaf wanneer er sprake is van nieuwbouw.

In zowel een aanschrijving (Aanschr. nr. 6, 22 augustus 1986) als in antwoorden op een aantal parlementaire vragen, worden “richtlijnen” aangereikt om te bepalen wanneer er sprake is van renovatie of omvorming.

Zo wordt aanvaard dat er sprake is van renovatie of omvorming indien de verbouwingen op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer in het algemeen, op de wezenlijke structuur van het bestaande gebouw.

Wordt de bestaande woning ook uitgebreid, dan is volgens de btw-administratie bijkomend vereist dat de oppervlakte van het oude gedeelte groter moet zijn dan de helft van de totale oppervlakte van het wooncomplex na de uitvoering van de werken. Bovendien moet in dat geval het nieuwe gedeelte het oude gedeelte aanvullen en er één geheel mee vormen.

De Belgische hoven en rechtbanken hebben echter geoordeeld dat de btw-administratie vaak een te beperkende invulling geeft aan deze begrippen.

2. Verkeerde toepassing van het verlaagd tarief

In de media verkondigde de Orde van Architecten recent dat meer dan de helft van de totaalrenovaties in Vlaanderen eigenlijk verdoken nieuwbouwwoningen zijn.

In bepaalde gevallen wordt een goedkeuring verkregen voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% door de neerlegging van plannen waarin de bestaande muren niet of nauwelijks worden aangetast. Na de voltooiing van de werken blijkt echter dat het bestaande huis grotendeels is afgebroken en dat  dus de bouwheer een nieuwbouw heeft verpakt als een verbouwing of renovatie om zo van het verlaagd tarief te kunnen genieten.

3. Geen automatische weigering van de toepassing van het verlaagd tarief

Ondanks bovenstaande, mag de btw-administratie niet systematisch een aanvraag tot toepassing van het verlaagd btw-tarief weigeren. De vraag of er sprake is van renovatie dan wel van vernieuwbouw blijft een feitenkwestie die geval per geval moet worden onderzocht.. In dit verband dient onder meer een gedetailleerde analyse van alle architecturale plannen en fotomateriaal te worden uitgevoerd. Het is dus niet mogelijk of zelfs toegestaan dat de btw-administratie systematisch het verlaagde tarief van 6% zou weigeren voor verbouwingen of renovaties, wel integendeel.

4. Waakzaamheid is geboden

Dat de administratie inderdaad niet automatisch kan overgaan tot het weigeren van het verlaagd btw-tarief van 6% voor renovatiewerken, belet uiteraard niet dat er vooraf grondig moet worden onderzocht of in een concreet geval het verlaagd btw-tarief kan worden toegepast.

Daarenboven is waakzaamheid geboden en moet van zodra de renovatiewerken worden aangevat een dossier worden opgebouwd met het nodige bewijsmateriaal om te kunnen aantonen dat er terecht toepassing wordt gemaakt van het verlaagd btw-tarief.

Tot slot is het aangewezen om bij twijfel, en om achteraf voor geen verrassingen komen te staan, een voorafgaand akkoord te vragen bij het bevoegd btw-kantoor. Ook een ruling aanvragen bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen (“DVB”) is mogelijk. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat de DVB alleen maar beslissingen geeft over handelingen die nog geen fiscale gevolgen hebben teweeg gebracht. M.a.w., het komt er op aan om de  aanvraag onmiddellijk te doen bij de studiefase van het project.

Lees hier het originele artikel

2019-11-02T09:10:41+00:00 14 november 2019|Categories: Bouwrecht - BTW en douane|Tags: , |