>>>Optionele btw-verhuur: hoe kiezen voor de toepassing van btw? (Eubelius)

Optionele btw-verhuur: hoe kiezen voor de toepassing van btw? (Eubelius)

Auteurs: Korneel Decroix en Bruno Vanden Berghe (Eubelius)

Publicatiedatum: 13/12/2019

Begin 2019 is het optionele btw-stelsel voor de verhuur van onroerende goederen in werking getreden (zie Eubelius Spotlights september 2018 en Eubelius Spotlights juni 2019). Daardoor is het voortaan mogelijk om er in een b2b-context, onder bepaalde voorwaarden, voor te opteren om gebouwde onroerende goederen met toepassing van btw te verhuren. Dit laat aan de verhuurder onder meer toe de btw op de oprichtingskost van het gebouwde onroerend goed in aftrek te brengen.  Een nieuw koninklijk besluit bepaalt nu hoe die optie moet worden uitgeoefend.

Achtergrond

Met ingang van 1 januari 2019 werd het optioneel btw-stelsel voor onroerende verhuur ingevoerd. Eén van de toepassingsvoorwaarden van het nieuwe stelsel is dat de optie voor btw-heffing gezamenlijk door de verhuurder en de huurder moet worden uitgeoefend. De wetgever had aan de Koning de bevoegdheid toegekend om de concrete toepassingsmodaliteiten van deze optie vast te leggen.

In afwachting van het vereiste uitvoeringsbesluit werd in de memorie van toelichting verduidelijkt dat een specifieke pro fisco-verklaring in de huurovereenkomst ten aanzien van de administratie zou volstaan als bewijs van de bedoeling van partijen om de overeenkomst aan btw te onderwerpen. Een recent gepubliceerd KB regelt nu finaal de wijze waarop de keuze voor toepassing van btw op een onroerende verhuur dient te gebeuren.

Verklaring

De optie voor btw-heffing op onroerende verhuur moet worden uitgeoefend door middel van een verklaring die door de verhuurder en de huurder wordt ondertekend, uiterlijk op het tijdstip van uitwerking van de huurovereenkomst.

Deze verklaring moet volgende vermeldingen bevatten:

  • Naam, adres en btw-nummer van verhuurder en huurder,
  • Identificatie van het gebouw of het gedeelte van het gebouw, (in voorkomend geval) met inbegrip van het bijhorend terrein,
  • De wilsverklaring om de verhuur te belasten, en
  • De datum waarop de optie uitwerking heeft.

Het is niet nodig een afzonderlijke verklaring op te stellen indien bovenstaande vermeldingen reeds zijn opgenomen in de huurovereenkomst. Bij een stilzwijgende verlenging van een huurovereenkomst onder btw is een aanvullende optieverklaring evenmin vereist.

De nieuwe toepassingsmodaliteiten treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2019. Op voorwaarde dat partijen de intentie hadden om hun overeenkomst aan btw te onderwerpen, kunnen zij voor lopende overeenkomsten nog tot 29 februari 2020 de formaliteiten voor de uitoefening van de optie in orde brengen. Zij kunnen dit doen door het opstellen van een afzonderlijke verklaring, of via een addendum bij het contract, waarin de nodige vermeldingen worden opgenomen.

Lees hier het originele artikel

2019-12-18T11:25:29+00:00 18 december 2019|Categories: BTW en douane|Tags: , |