>>>Maandelijkse teruggaaf startende ondernemingen (KPMG)

Maandelijkse teruggaaf startende ondernemingen (KPMG)

Auteur: KPMG

Publicatiedatum: november 2019

Belastingplichtigen die hun economische activiteit aanvangen en niet over een grote financiële basis beschikken, kunnen liquiditeitsproblemen ondervinden. Deze ondernemingen beschikken namelijk vaak over een btw-tegoed ten gevolge van de aftrek van de btw geheven op de uitgaven en de investeringen bij de aanvang van hun activiteit. De regering wil deze startende ondernemingen een duwtje in de rug geven en breidt daarom het toepassingsgebied van het stelsel van de maandelijkse btw-teruggaaf uit met een nieuwe categorie belastingplichtigen, met name de belastingplichtige “starters” (K.B. van 29 augustus 2019 tot wijziging van het K.B. nr. 4 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, wat betreft belastingplichtigen die hun economische activiteit aanvangen, B.S. 5 september 2019).

Bestaande regeling maandelijkse teruggaaf: nieuwe voorwaarde

Het btw-tegoed, dat ontstaat doordat de aftrekbare btw hoger is dan de verschuldigde btw, kan in principe slechts worden teruggevraagd aan het einde van een kalenderkwartaal (art. 8(1), § 2, al. 1, 2° K.B. nr. 4). Met andere woorden kan het openstaande btw-tegoed enkel worden teruggevraagd in de btw-aangiften voor de maanden maart, juni, september en december.

Bovendien heeft de btw-administratie drie maanden de tijd om het btw-tegoed terug te betalen (art. 8(1), § 3, al. 3 K.B. nr. 4).

Bepaalde belastingplichtigen hebben de mogelijkheid om hun btw-tegoed maandelijks terug te vragen, indien ze daarvoor een vergunning aanvragen. Het gaat om belastingplichtigen die maandaangiften indienen, het afgelopen kalenderjaar een btw-tegoed in hun voordeel hadden van ten minste 12.000 € en tijdens dezelfde periode voor ten minste 30% van hun omzetcijfer bepaalde handelingen (zoals vrijgestelde intracommunautaire leveringen of uitvoeren, handeling beoogd door een verleggingsregeling, handelingen onderworpen aan een verlaagd btw-tarief enz.),  hebben verricht (art. 8(1), § 2, al. 1, 3° K.B. nr. 4).

De bestaande regeling van maandelijkse teruggaaf blijft onverminderd van toepassing maar het KB van 29 augustus 2019 voegt wel een nieuwe voorwaarde toe, met name dat de btw-aangifte elektronisch moet worden ingediend. Vandaag mag de btw-aangifte nog op papier worden ingediend indien men niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikt om de btw-aangifte elektronisch in te dienen (art. 18, § 5 K.B. nr. 1). Indien men gebruik wenst te maken van het stelsel van de maandelijkse teruggaaf zal men niet langer beroep kunnen doen op deze uitzondering.

Uitbreiding maandelijkse teruggaaf voor “starters”

Gelet op het voorgaande, kunnen startende ondernemingen in beginsel niet genieten van het stelsel van de maandelijkse teruggaaf. Het K.B. van 29 augustus 2019 brengt daar binnenkort verandering in. Vanaf 1 januari 2020 hebben “starters” de mogelijkheid om gedurende de eerste 24 maanden toepassing te maken van het stelsel van de maandelijkse teruggaaf wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:

  • de periodieke btw-aangifte wordt op maandbasis ingediend;
  • de periodieke btw-aangifte wordt elektronisch ingediend;
  • het btw-tegoed bedraagt minstens 245 €.

Gelet op het voorgaande blijkt dat “starters” die hun periodieke btw-aangifte op kwartaalbasis indienen uitgesloten worden. Maar de btw-administratie belooft om ook deze startende ondernemingen niet in de kou te laten staan. De btw-administratie zal er, in de mate van het mogelijke, op toezien dat het btw-tegoed wordt terugbetaald uiterlijk de tweede maand die volgt op het tijdvak van de kwartaalaangifte.

Vergunning?

Het huidige stelsel van de maandelijkse teruggaaf kan enkel worden toegepast wanneer het hoofd van het btw-controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert daartoe vergunning verleent. De verplichting hiertoe is opgenomen in art. 8(1), § 5, al. 1 K.B. nr. 4.

Aangezien het K.B. van 29 augustus 2019 geen wijzigingen aanbrengt aan dit artikel en dus de verplichting voor het aanvragen van een vergunning niet uitbreidt tot de startende ondernemingen, moeten deze laatsten geen vergunning aanvragen om te kunnen genieten van het stelsel van de maandelijkse teruggaaf.

Inwerkingtreding

Het besluit treedt in werking op 1 januari 2020.

Lees hier het originele artikel

2019-12-02T11:15:39+00:00 2 december 2019|Categories: BTW en douane|Tags: , |