>>, Directe belastingen>Fiscale controle ter plaatse in afwezigheid van belastingplichtige? (De Broeck, Van Laere & Partners)

Fiscale controle ter plaatse in afwezigheid van belastingplichtige? (De Broeck, Van Laere & Partners)

Auteur: De Broeck, Van Laere & Partners

Publicatiedatum: 27/10/2020

Als het gaat om de vraag wat de fiscus allemaal mag tijdens een visitatie of controle ter plaatse, is de rechtspraak de fiscus heel vaak gunstig gezind. Deze keer bevestigt het Hof van Beroep te Brussel dat een onaangekondigde controle moet kunnen doorgaan ook al is de belastingplichtige zelf niet aanwezig. Als de fiscus toch de toegang geweigerd wordt (door een medewerker), komt dat de belastingplichtige te staan op een sanctie.

In 2017 heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat de fiscus zich niet met geweld toegang mag verschaffen tot de beroepslokalen van de belastingplichtige om er een controle uit te voeren. De ambtenaren van de fiscus kunnen dus niet binnen als de belastingplichtige zijn toestemming weigert, dat staat vast.

Vrije toegang

Maar dat wil niet zeggen dat een weigering zonder gevolgen blijft. Het Hof van Beroep benadrukt in een recent arrest dat de fiscus “vrije toegang” heeft tot de beroepslokalen van de belastingplichtige, wat wil zeggen dat die toegang niet afhankelijk zou zijn van de toestemming van de belastingplichtige, en dat de fiscus ook niet hoeft te wachten tot de belastingplichtige ter plaatse komt.

Dit is wel verrassende en te nuanceren rechtspraak, want het “boekenonderzoek” en de “fiscale visitatie” zijn in vraagvorm geschreven: de fiscus moet vragen de boeken te kunnen inzien (“Eenieder (…) is verplicht de administratie, op haar verzoek, zonder verplaatsing, met het oog op het nazien ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen”) en vrije toegang vragen tot bedrijfsruimten (“Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren (…) vrije toegang te verlenen tot beroepslokalen …”). Bij afwezigheid van de belastingplichtige kan dergelijke vraag niet gesteld worden.

In de onderhavige zaak bracht de fiscus onaangekondigd een bezoek aan een horecagelegenheid. Bedoeling was om de drankvoorraad te controleren. De fiscus arriveerde buiten de gewone openingsuren, maar er was al een medewerkster van de belastingplichtige aanwezig die normaal gezien achter de toog stond en alles in gereedheid bracht voor de opening van het café later die avond. De medewerkster weigerde de fiscus toegang te verlenen tot de kelder waar de vaten bier opgeslagen lagen. “Ik heb orders van mijn baas”, voegde ze er nog aan toe.

Sancties

In de ogen van het Hof is dat een duidelijke overtreding. Als de fiscus zou moeten wachten op toestemming van de belastingplichtige (of iemand die hem rechtens kan vertegenwoordigen) of zelfs zou moeten wachten tot de belastingplichtige zelf ter plaatse komt, zou een controle nog weinig zin hebben, stipt het Hof aan. De medewerkers zouden dan alle tijd hebben om bezwarende documenten of voorwerpen in veiligheid te brengen, zodat er niets meer te controleren blijft. De belastingplichtige krijgt daarom een boete opgelegd van 2.500 euro.

Wie de fiscus dan wel moet binnenlaten als er niemand aanwezig zou zijn, laat het Hof overigens in het midden. Het volstaat met de bemerking dat het ontoelaatbaar is dat een belastingplichtige een controle onmogelijk maakt.

Maar daaruit kan natuurlijk niet afgeleid worden dat een belastingplichtige op gelijk welk moment beschikbaar moet zijn voor een controle. Onderhavige zaak was in dat opzicht trouwens een vrij specifiek geval. Nadat de fiscus al eens vergeefs aan de deur geklopt had, waren er duidelijke afspraken gemaakt dat de fiscus de zaakvoerder zou verwittigen als hij bij het café aankwam maar ook dat de ambtenaren onmiddellijk binnengelaten zouden worden door de aanwezige medewerkers. Dat dat laatste niet gebeurde, en dat de belastingplichtige dus de afspraken niet nakwam, zal het Hof ook niet milder gestemd hebben.

(Non) bis in idem

Onderhavige zaak betrof een BTW-controle, maar de regels inzake inkomstenbelastingen zijn dezelfde. Het Hof voegt er zelfs aan toe dat tegelijk een BTW-boete én een boete inzake inkomstenbelastingen opgelegd kan worden. Dat houdt geen schending in van het beginsel “non bis in idem”. Maar of dat volstaat om het recht op vrije toegang voor de fiscus effectief af te dwingen, lijkt niet in alle omstandigheden gegarandeerd…

Bron: Arrest van het Hof van Beroep van 12 mei 2020

Lees hier het originele artikel

2020-11-12T14:05:43+00:00 16 november 2020|Categories: BTW en douane - Directe belastingen|Tags: , |