>>>Btw en onroerende verhuur: uitoefening optie (eindelijk) verduidelijkt – actie vereist voor lopende overeenkomsten (Tiberghien)

Btw en onroerende verhuur: uitoefening optie (eindelijk) verduidelijkt – actie vereist voor lopende overeenkomsten (Tiberghien)

Auteurs: Stijn Vastmans en Stein de Maeijer (Tiberghien)

Publicatiedatum: 29/11/2019

Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om bij een onroerende verhuur, onder bepaalde voorwaarden, te opteren voor toepassing van de btw. Echter, de wijze waarop deze optie dient te gebeuren was tot op heden onduidelijk gezien de Koning in gebreke bleef om op dit punt duidelijke regels vast te leggen.

Een recent gepubliceerd KB regelt nu finaal de wijze waarop de keuze voor toepassing van btw op een onroerende verhuur dient te gebeuren.

In het bestaande KB nr. 10 wordt een artikel 7 quater ingevoegd. Volgens dit artikel moet de optie worden uitgeoefend via een verklaring die door verhuurder en huurder wordt ondertekend uiterlijk op het tijdstip van uitwerking van de huurovereenkomst en waarin volgende vermeldingen moeten worden opgenomen:

  • Naam, adres en btw-nummer van verhuurder en huurder
  • Identificatie van het gebouw of het gedeelte van het gebouw, desgevallend met inbegrip van het bijhorend terrein
  • De wilsverklaring om de verhuur te belasten
  • De datum waarop de optie uitwerking heeft.

Het is niet nodig om een afzonderlijke verklaring op te stellen indien de huurovereenkomst de betreffende vermeldingen bevat.

Het KB verduidelijkt verder dat er bij een stilzwijgende verlenging van een huurovereenkomst onder btw geen aanvullende optieverklaring moet worden opgesteld door de partijen.

Voor lopende overeenkomsten waarbij er de intentie was om te opteren voor de btw voorziet het KB in een overgangsregeling. Uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand van inwerkingtreding van het KB moet (i) ofwel een verklaring worden opgesteld, zoals hierboven verduidelijkt (ii) ofwel een addendum bij de huurovereenkomst worden gevoegd waarin de betreffende vermeldingen worden opgenomen. Gezien het KB werd gepubliceerd op 25 november, en dus in werking is getreden tien dagen nadien, geldt deze termijn o.i. tot eind februari 2020Voor lopende contracten met optie btw is het van belang om tegen de vermelde datum deze formaliteit in orde te brengen.

De vraag dient gesteld of er actie nodig is t.a.v. lopende contracten die de voormelde gegevens reeds zouden bevatten. Ook t.a.v. oude bestaande contracten voor verhuur van opslagruimte die vanaf 1 januari 2019 via optie onder toepassing van de btw werden gebracht is de overgangsbepaling niet helemaal duidelijk. Om alle discussies te vermijden, dient overwogen te worden om ook in deze gevallen de optie te herbevestigen via een gezamenlijke verklaring of een addendum bij de overeenkomst.

Noteer tenslotte dat het KB nog diverse andere aanpassingen doorvoert en formaliteiten verduidelijkt. Dit betreft met name: ontheffing facturatieplicht dienst ikv deeleconomie; facturatieregels en keuze plaatsbepaling btw onder de MOSS voor telecom, radio/televisie en elektronische diensten; aangifte- en betalingsverplichting bij curatoren; btw-vrijstelling bij passieve veredeling; de wijze van kennisgeving van oprichting en wijziging van kostendelende verenigingen; uitbreiding reisbureauregeling tot alle afnemers, ingevolge EU-rechtspraak; aangifte en betaling btw bij verwerving van vervoermiddelen in het kader van digitalisering vignet 705; aanpassing teruggaafregels in het licht van het arrest Volkswagen AG (facturatie jaren na belastbaar feit); ontheffing verplichting aanstelling aansprakelijk vertegenwoordiger voor belastingplichtigen gevestigd in niet-EU land waarmee een rechtsinstrument inzake wederzijdse bijstand bestaat.

Lees hier het originele artikel

2019-12-11T10:59:31+00:00 12 december 2019|Categories: BTW en douane|Tags: , |