>>>Aanwasovereenkomst inzake het respectievelijk aandelenpakket van twee wettelijk samenwonenden met één minderjarig kind. Vlabel sprak zich uit op 1 april 2019 (LegalNews.be)

Aanwasovereenkomst inzake het respectievelijk aandelenpakket van twee wettelijk samenwonenden met één minderjarig kind. Vlabel sprak zich uit op 1 april 2019 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 04/05/2019

Probleemstelling

De partijen wensen onderling een aanwasovereenkomst te sluiten betreffende hun respectievelijk aandelenpakket (1 aandeel van de vennootschap A , 1 aandeel van de vennootschap B en 33.807 aandelen van de vennootschap C, telkens in volle eigendom) waarbij zij bij wijze van kanscontract onder bezwarende titel overeenkomen dat bij het overlijden van de eerststervende van hen, zijn of haar aandelenpakket in volle eigendom zal toekomen aan de langstlevende onder hen.

Elk van de partijen staat aldus zijn 1 aandeel van de vennootschap A, 1 aandeel van de vennootschap B en 33.807 aandelen van de vennootschap C, telkens in volle eigendom, af aan de andere, onder de opschortende voorwaarde van vóóroverlijden, en elk van de partijen verkrijgt als tegenprestatie voor deze afstand een gelijke kans om het aandelenpakket toebehorend aan de andere, te verwerven indien hij of zij het langst leeft.

De partijen wensen elkaar, wat betreft de voormelde vennootschappen, na een overlijden absoluut wederzijds te beschermen, zonder dat enige inmenging van kinderen of andere erfgenamen mogelijk is. Hun beroepsactiviteit wordt immers uitgeoefend o.m. via deze vennootschappen.

Hiervoor wensen ze dat de volle eigendom van hun aandelen bij de langstlevende terechtkomt via een overeenkomst van aanwas.

De aanvraag strekt er toe bevestiging te krijgen:

  • dat de alhier voorgelegde overeenkomst van aanwas tussen de heer X en mevrouw Y rechtsgeldig is en kwalificeert als een kanscontract onder bezwarende titel
  • dat, op het ogenblik van de aanbieding ter registratie, de artikelen 2.8.1.0.1 en 2.8.4.1.1, §2 VCF niet van toepassing zullen zijn en er derhalve geen schenkbelasting zal verschuldigd zijn
  • dat de artikelen 2.7.1.0.3, 3° en 2.7.1.0.5 VCF niet van toepassing zullen zijn bij het overlijden van één van de partijen zodat er geen erfbelasting verschuldigd zal zijn
  • dat deze transactie voor de Vlaamse Belastingdienst geen fiscaal misbruik vormt in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.
Antwoord Vlabel (Voorafgaande beslissing nr. 19006 van 1 april 2019)

Uit fiscaal oogpunt aanvaardt de Vlaamse belastingdienst het beginsel dat bij de realisatie van een kanscontract ten bijzondere en ten bezwarende titel de betrokken roerende goederen niet zijn onderworpen aan de schenkbelasting of de erfbelasting.

De voorgenomen verrichting maakt in principe geen fiscaal misbruik uit in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF tenzij uit de feiten blijkt dat de kansen uiteindelijk niet gelijkwaardig waren omdat één van de partijen kort na het sluiten van het contract niet onverwacht is komen te overlijden.Deze beslissing heeft alleen betrekking op registratie-en erfbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.

Lees hier de voorafgaande beslissing

2019-05-04T09:57:32+00:00 4 mei 2019|Categories: Fiscaal recht - Registratie, schenk- en erfbelasting|Tags: , , |