>>>Verzekering – wetgevende actualiteit (Lydian)

Verzekering – wetgevende actualiteit (Lydian)

Auteurs: Sandra Lodewijckx en Anne Catteau (Lydian)

Publicatiedatum: 03/05/2019

Aan het einde van deze Parlementaire sessie is het Belgische Parlement nog bijzonder actief geweest, met als doel verschillende projecten van de Belgische regering verder uit te werken. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste elementen van deze wetgeving of voorstellen:

1. Brexit-wet

De wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (B.S. 10 april 2019) bevat twee belangrijke maatregelen voor de Belgische verzekeringssector, gericht op het versoepelen van grote veranderingen die zouden volgen op een ‘harde’ Brexit:

Een wettelijk kader voorzien voor de invoering van een tijdelijke regeling

Het is vandaag nog niet duidelijk of het Verenigd Koninkrijk na Brexit een derde land zal worden of dat er een gelijkwaardige regeling zou gelden. Om hun activiteiten in België te kunnen voortzetten, zullen de verzekeringsmaatschappijen die onder het UK recht vallen, in beginsel moeten voldoen aan de regeling inzake gelijkwaardigheid of wederzijdse erkenning van derde landen, die iedere Lidstaat heeft bepaald.

Wat de bestaande verzekeringsovereenkomsten betreft, wenst de Belgische federale regering de verzekeringsklanten te beschermen door de uitvoering van overeenkomsten gesloten vóór Brexit , en de verlenging ervan indien nodig, mogelijk te maken.

Om elke onzekerheid te vermijden, machtigt de Brexit-wet de Belgische regering om, na overleg met de FSMA en de NBB, de nodige maatregelen te nemen om de continuïteit van de uitvoering van verzekeringscontracten te garanderen die vóór het verlies van hun vergunning of registratie door UK verzekeringsmaatschappijen   zijn gesloten.

De federale regering dient nadien bij Koninklijk Besluit de goede uitvoering van de verzekeringscontracten gesloten vóór Brexit , te garanderen;

Voorzien in de (eventueel tijdelijke) gelijkstelling met de EU-regeling.

Daarnaast is de federale regering zich ervan bewust dat Brexit zal leiden tot een toename van de activiteit van ‘underwriting agent’ of gevolmachtigd agent in België,.

De Brexit-wet introduceert naast de bestaande categorieën van tussenpersonen een nieuw kader voor gevolmachtigde agenten vergelijkbaar met de bestaande systemen in het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Gevolmachtigde agenten zijn verplicht zich in te schrijven als verzekeringstussenpersoon. Daarnaast  zijn zij onderworpen zijn aan dezelfde registratievoorwaarden als verzekeringsmakelaars en aan dezelfde voorwaarden voor de uitoefening van hun activiteiten als andere tussenpersonen (met inbegrip van de nieuwe gedragsregels die voortvloeien uit de omzetting van de IDD).

De gevolmachtigde agenten staan, net zoals andere verzekeringstussenpersonen, onder het toezicht van de FSMA. Inbreuken op deze wetgeving kunnen dus het voorwerp uitmaken van administratieve maatregelen en strafrechtelijke sancties waarin de Verzekeringswet voorziet.

Het deel van de Brexit-wet dat betrekking heeft op de gevolmachtigde agenten is op 10 april 2019 in werking getreden. Dit betekent dat de gevolmachtigde agenten die reeds als zodanig in België actief waren:

  • de FSMA vóór 10 juli 2019 in kennis dienen te stellen van de uitoefening van een dergelijke activiteit. In dat geval zullen zij tijdelijk gemachtigd zijn om hun activiteit als gevolmachtigde agenten te blijven uitoefenen;
  • zich vóór 10 april 2020 dienen in te schrijven  in het FSMA-register in de categorie van gevolmachtigde agenten. Indien binnen deze termijn geen inschrijving bij de FSMA wordt ingediend of indien de inschrijving wordt geweigerd, zal de betrokken tussenpersoon niet langer gemachtigd zijn de activiteit als gevolmachtigde agent te kunnen uitoefenen.
2. Beëindiging van verzekeringsovereenkomsten

Een wetsontwerp werd ingediend om de regels inzake de beëindiging van verzekeringsovereenkomsten aan te passen en te vereenvoudigen teneinde consumenten beter te beschermen.

De eerste versie van het ontwerp voorzag in het recht van de consument om zijn overeenkomst ieder elk moment na afloop van het eerste jaar van de overeenkomst, schriftelijk en zonder kosten of boete op te zeggen. Deze mogelijkheid bestaat al sinds 2014 in Frankrijk (de zogenaamde Hamon wet).

De tekst die eind april door de Kamer werd goedgekeurd, gaat minder ver en geeft de Koning enkel de toestemming om voor bepaalde verzekeringsovereenkomsten en na raadpleging van de Nationale Bank van België kortere termijnen vast te stellen waarbinnen de verzekeringnemer zijn overeenkomst mag opzeggen.

Deze wet moet nog worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

3. Rechtsbijstandsverzekering

De zogenaamde “Wet Geens” heeft tot doel de rechtsbijstandverzekering toegankelijker te maken door een belastingvermindering toe te kennen voor premies indien de verzekering voldoet aan een aantal strikte voorwaarden inzake gedekte risico’s, minimumdekking en wachttermijn.

De tekst werd begin april door de Kamer aangenomen en moet nog worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De wet treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

De premies betaald in 2019 (aanslagjaar 2020) kunnen reeds in aanmerking komen voor de belastingvermindering.

4. Verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor architecten en andere dienstverleners in de bouwsector

Dit is het tweede deel van de belangrijke hervorming van de verzekeringen in de bouwsector die tijdens deze legislatuur werd doorgevoerd door minister van Economie Kris Peeters en minister van KMO’s Denis Ducarme.

Een eerste wet die op 1 juli 2018 in werking is getreden, verplicht aannemers en architecten hun tienjarige aansprakelijkheid (stabiliteit, stevigheid, waterdichtheid) bij de bouw of renovatie van woningen (met stedenbouwkundige vergunningen)te verzekeren.

De tweede wet, die eind april door de Kamer werd aangenomen, heeft tot doel de verplichting van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering (voor alle soorten van beroepsfouten, met uitzondering van de tienjarige aansprakelijkheid) uit te breiden tot alle intellectuele dienstverleners voor de bouwsector (architecten, ingenieurs, landmetersexperten, studiebureaus, certificatoren, auditors, projectmanagers, quantity surveyors, hoofdaannemers…) bij de bouw of renovatie van gebouwen (en dit voor alle gebouwen, en niet alleen woningen).

De wet moet nog worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en zal in werking treden op 1 juli 2019.

5. Geen verplichte WAM-verzekering voor elektrische fietsen of steps tot 25 km/uur

Een wet houdende diverse economische bepalingen, die eind april door de Kamer is aangenomen, wijzigt de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (de WAM-wet), met name wat betreft de interpretatieproblemen in verband met elektrische fietsen, gemotoriseerde voortbewegingstoestellen en elektrische rolstoelen, en sluit de gebruikers ervan uit van de werkingssfeer van de vergoeding voor zwakke weggebruikers.

De wijziging is ingegeven door het feit dat de strikte interpretatie van de definitie van artikel 1 van de WAM-wet ertoe leidt dat:

  • bepaalde elektrische fietsen, gemotoriseerde voortbewegingstoestellen en elektrische rolstoelen onder de verzekeringsplicht zouden vallen en;
  • hun gebruikers buiten het toepassingsgebied van de automatische wettelijke compensatieregeling van artikel 29bis van de WAM-Wet zouden vallen (de zogenaamde “bescherming van de zwakke weggebruikers”).

Het nieuwe artikel 2bis van de WAM-wet bepaalt nu dat motorvoertuigen die mechanisch niet verder gaan dan 25 km/u, niet onderworpen zijn aan de verplichting tot WAM-verzekering. Dit heeft tot gevolg dat zij onder het toepassingsgebied van artikel 29bis inzake de zwakke weggebruikers vallen. In de parlementaire werken worden uitdrukkelijk de volgende voorbeelden gegeven: het hoverboard, de zelfbalancerende toestellen, het elektrisch skateboard, de elektrische fiets, de miniquad, de minimoto, voor zover ze rijden met een maximum snelheid van 25 km/u. Deze lijst is geenszins exhaustief en louter indicatief.

De wet moet nog worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en zal in werking treden 10 dagen na de publicatie ervan.

6. Recht om te worden vergeten in schuldsaldoverzekering

De wet van 4 april 2019 (B.S. 18 april 2019) wijzigt de Verzekeringswet van 4 april 2014. Zij  voert een “recht om te worden vergeten” in voor personen die lijden of hebben geleden aan kanker of andere ziekten, waaronder chronische ziekten, die vaak problemen hebben met het sluiten van een hypothecaire lening om een huis te kopen of te bouwen.

Dit “recht om te worden vergeten” is vergelijkbaar met wat er bestaat in de Franse regelgeving (het AERAS-Verdrag. Naast het “recht om vergeten te worden” wordt ook een referentierooster gebruikt . Dit referentierooster somt een lijst van kanker- en chronische aandoeningen op die de kandidaat-verzekerde weliswaar moet melden aan zijn verzekeringsonderneming, maar die volgens bepaalde nadere regels na een bepaalde termijn verzekerd kunnen worden, en dit al dan niet aan een vastgestelde bijpremie. Het is ook de bedoeling om de toegang tot het Opvolgingsbureau (die de geschillen zal beslechten betreffende de toepassing van de bepalingen inzake het recht om vergeten te worden) en het Compensatiefonds te vergemakkelijken

De wet treedt in werking op de eerste dag van de tiende maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad (d.w.z. 1 februari 2020) en is van toepassing op nieuwe contracten die vanaf die datum worden gesloten.

7. Wijzigingen aan de Solvabiliteit II-wet

Ten slotte wordt de wet van 13 maart 2016 door een eind april aangenomen wetsontwerp op verschillende punten gewijzigd:

  • bepaalde procedurele aspecten met betrekking tot portefeuilleoverdrachten worden verduidelijkt om beter tegemoet te komen aan de vereisten van artikel 39 van de Solvabiliteit II-richtlijn;
  • de Nationale Bank van België heeft de mogelijkheid om via twee bindende maatregelen in te grijpen wanneer de massale afkoop van verzekeringsovereenkomsten de financiële situatie van de verzekeringsonderneming ernstig in het gevaar brengt;
  • de mogelijkheid voor de Nationale Bank van België, wanneer zij de overdracht van een portefeuille verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten gelast, ook de overdracht kan opleggen van de herverzekeringsovereenkomsten die deze overeenkomsten dekken;
  • het verschil intrekken  tussen (i) herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren waarvan de solvabiliteitsregeling als gelijkwaardig met het Solvency II systeem wordt beschouwd (herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een “gelijkwaardig derde land” ressorteren) en (ii) herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een derde land ressorteren waarvan de solvabiliteitsregeling in het licht van de voormelde bepalingen niet als gelijkwaardig wordt beschouwd (herverzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een “niet-gelijkwaardig derde land”). Wat de toegang tot de Belgische markt betreft, wordt er niet langer een onderscheid gemaakt tussen gelijkwaardige en niet-gelijkwaardige derde landen. De herverzekeringsondernemingen van deze landen mogen dus in België activiteiten uitoefenen via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten zonder over een vergunning te moeten beschikken en zonder vooraf kennis te moeten geven van hun voornemen om er werkzaam te zijn. Die ondernemingen worden dus gelijkgesteld met herverzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren.

Lees hier het originele artikel

2019-05-21T12:28:33+00:00 21 mei 2019|Categories: Burgerlijk recht - Verzekeringsrecht|Tags: |