>, Personen- & Familierecht, Verzekeringsrecht>Hervorming van het huwelijksvermogensrecht : wat verandert er inzake levensverzekeringen? (LegalNews)

Hervorming van het huwelijksvermogensrecht : wat verandert er inzake levensverzekeringen? (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 12/06/2018

De hervorming van het huwelijksvermogensrecht bevat ook een uitgewerkte regeling inzake levensverzekeringen.

LegalNews vroeg aan dhr. Paul Van Eesbeeck meer info.

Komt er een nieuwe regeling voor alle levensverzekeringen?

Neen, de regeling is enkel voor de levensverzekeringen die niet tot de tweede pensioenpijler behoren. De nieuwe regeling betreft dus hoofdzakelijk derdepijlerlevensverzekeringen (pensioensparen en ‘klassiek langetermijnsparen’), tak 21-spaarverzekeringen en tak 23-beleggingsverzekeringen, maar uitdrukkelijk niet de groeps- en IPT-verzekeringen, en evenmin de VAPZ-, Riziv- en POZ-contracten.

De nieuwe regeling heeft betrekking op echtgenoten die getrouwd zijn met gemeenschap van goederen.

Wat zijn de krachtlijnen van de nieuwe regeling?

Voor de voormelde levensverzekeringen die onder het toepassingsgebied van het nieuw huwelijksvermogensrecht (in ontwerp) ressorteren, zou er een nieuwe regeling voorzien worden, die rechtstreeks in het Burgerlijk Wetboek wordt uitgewerkt en die vertrekt van de volgende krachtlijnen:

1. Levensverzekeringsuitkeringen (kapitaal, afkoopwaarde …) die gebeuren tijdens het huwelijk zijn gemeenschappelijk (artikel 1405, § 1, 8° BW). Voorbeeld: een pensioenspaarverzekering komt tot uitkering tijdens het huwelijk, een beleggingsverzekering wordt afgekocht tijdens het huwelijk, …

Maar er zijn nuances:

  • in de mate dat de premies met eigen gelden van een echtgenoot werden betaald, is de huwgemeenschap een vergoeding verschuldigd is aan het eigen vermogen van de echtgenoot die deze premies heeft betaald.
  • als de polis een wederbelegging betreft van gekregen of geërfde goederen (gekregen en geërfde goederen zijn in principe eigen, zelfs als men met gemeenschap van goederen gehuwd is) of als de premies voor meer dan de helft met eigen gelden werden betaald, is de latere verzekeringsuitkering een eigen goed van de betrokken echtgenoot (met vergoedingsplicht aan de huwgemeenschap in de mate dat er ook premies werden betaald met gemeenschapsgelden).

2. Als de verzekeringsprestatie pas opeisbaar wordt naar aanleiding van het overlijden van een echtgenoot, wordt volgend onderscheid gemaakt:

  • als de verzekering door de eerstoverleden echtgenoot werd gesloten ten gunste van de langstlevende echtgenoot (AAB-configuratie, waarbij A eerst overlijdt), is de uitkering een eigen goed van de langstlevende echtgenoot B en is die laatste geen vergoeding verschuldigd aan de huwgemeenschap (nieuw artikel 1401, § 2, 2° BW). Indien echter aldus de erfreserve van de kinderen wordt aangetast, kunnen zij wel inkorting vorderen.
  • als de levensverzekering door de langstlevende echtgenoot werd gesloten in zijn eigen voordeel (ABA-configuratie), is de uitkering een eigen goed van de langstlevende echtgenoot, zij het met vergoedingsplicht aan de huwgemeenschap in de mate dat er premies met gemeenschapsgelden werden betaald (nieuw artikel 1400, 7° BW).

3. Als de verzekeringsprestatie nog niet opeisbaar wordt bij de ontbinding van het huwelijk door overlijden of echtscheiding, is de ‘vorderbare netto-afkoop-waarde’ een eigen goed van de verzekeringnemer, zij het met vergoedingsplicht aan de huwgemeenschap in de mate dat er premies met gemeenschapsgelden werden betaald (nieuw artikel 1400, 6° BW). Voorbeeld: AAB-configuratie, waarbij B eerst overlijdt (zie ook hoger).

Een andere klassieker betreft de situatie van een polis die beide echtgenoten samen op hun beider hoofd hebben gesloten in een configuratie waarbij de polis pas tot uitkering komt bij het laatste overlijden van twee, maar met de afspraak dat bij het eerste overlijden, de langstlevende alle rechten op de volledige polis verwerft.

Wat met levensverzekeringen van voor het huwelijk?

Voor polissen afgesloten voor het huwelijk zijn de aanspraken op de levensverzekering in de regel altijd een eigen goed (voorhuwelijkse goederen zijn en blijven eigen conform artikel 1399 BW), zij het met een gebeurlijke vergoedingsplicht aan de gemeenschap indien en voor zover er ook nog tijdens het huwelijk premies met gemeenschapsgelden zouden betaald zijn.

Kan er van de nieuwe regeling afgeweken worden?

Voormelde regeling is niet van dwingende aard: echtgenoten kunnen bij huwelijkscontract andere schikkingen treffen met betrekking tot hun levensverzekeringen.