>>>Bewijslast in verzekeringscontracten (LegalNews.be)

Bewijslast in verzekeringscontracten (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 07/02/2019

Op 20 september 2018 publiceerde het FSMA een interessant standpunt 2018-09 over ‘Bewijslast in verzekeringscontracten’ op haar website.

De clausules in de verzekeringspolissen

In het FSMA-standpunt wordt erop gewezen dat algemene en bijzondere voorwaarden van verzekeringsovereenkomsten soms clausules bevatten die aan de verzekeringnemers/verzekerden/begunstigden van de overeenkomsten de verplichting opleggen te bewijzen dat een bepaalde gebeurtenis zich niet heeft voorgedaan.

Maar alhoewel clausules in veel gevallen zijn opgenomen onder de hoofding van ‘uitsluitingsgrond’, kunnen zij naar gelang van het geval een ‘echt’ uitsluitingsbeding vormen dan wel in werkelijkheid een verval van recht uitmaken.

Het is aan de rechter om de clausule te kwalificeren: zo oordeelde het Hof van Cassatie op 20 september 2012 als volgt:

Krachtens artikel 11, eerste lid, wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst mag in de verzekeringsovereenkomst geen geheel of gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringsprestatie bedongen worden dan wegens niet-nakoming van een bepaalde, in de overeenkomst opgelegde verplichting, en mits er een oorzakelijk verband bestaat tussen de tekortkoming en het schadegeval. Aangezien die bepaling van dwingend recht is, krachtens artikel 3 wet van 25 juni 1992, dient de rechter na te gaan of een clausule van de verzekeringsovereenkomst die op een andere manier wordt verwoord geen vervalbeding is. Het beding op grond waarvan de verzekeraar zijn dekking kan weigeren wegens de niet-nakoming door de verzekerde van zijn contractuele verbintenissen vormt een vervalbeding in de zin van voormeld artikel 11. Het arrest stelt vast dat artikel 2.2 van de algemene voorwaarden van de tussen de partijen gesloten verzekeringsovereenkomst bepaalt: “de maatschappij verzekert niet: de diefstal of poging tot diefstal indien de onmisbare voorzorgsmaatregelen niet zijn nagekomen, namelijk: indien de sleutel waarmee de motor kan gestart worden in of op het voertuig achtergelaten werd”. Het arrest dat oordeelt dat “[voormeld] beding een uitsluitingsbeding en geen vervalbeding is” en dat “er geen grond bestaat om na te gaan of [de niet betwiste omstandigheid dat het dubbel van de sleutels van de eiseres in de bagageruimte van haar auto zat] in oorzakelijk verband staat met het schadegeval” schendt voormeld artikel 11.

Het verschil tussen ‘verval van recht’ en ‘uitsluiting’
  • Het verval van recht houdt een verlies van recht in en vindt plaats binnen de verzekeringsdekking. Het is een sanctie voor de tekortkoming van de verzekerde/verzekeringnemer/begunstigde aan één van hun verplichtingen. Een verval van recht ontneemt het recht op dekking.
  • Een uitsluiting heeft daarentegen betrekking op de omschrijving van de dekking in de verzekeringsovereenkomst. Het gaat om een gebeurtenis die krachtens de wet of de wil van partijen buiten de verzekeringsdekking valt. Een uitsluiting van dekking impliceert dat er nooit een recht op dekking bestond.
Waarom dat onderscheid essentieel is

Het onderscheid tussen een uitsluitingsgrond en een verval van recht is essentieel omdat het onder meer invloed heeft op het vlak van de juridische grondslag van het bewijslastregime.

1. Verval van recht

Iedere niet-uitvoering van een contractuele verbintenis die aan het gedrag van de verzekerde kan worden gekoppeld, moet als een verval van recht worden gekwalificeerd.

Het aan de verzekerde om vast te stellen dat het schadegeval zich voordoet binnen de definitie van ‘verzekerd risico’, maar aan de verzekeringsonderneming die een verval van recht inroept om het bestaan van een vermeende inbreuk aan te tonen. De verzekeringsonderneming moet ook het bestaan van een oorzakelijk verband aantonen tussen het gedrag van de verzekerde en de verwezenlijking van het schadegeval.

2. Uitsluitingsbeding

De verzekeraar kan de dekking ook weigeren omdat een voorval buiten de verzekeringsdekking valt. Er is in dat geval geen sprake van sanctionering van één of andere tekortkoming van de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde. In dit geval betreft het een werkelijke uitsluitingsgrond van de dekking en geen verval van recht.

Zonder afbreuk te doen aan de mogelijke toepassing van meer specifieke wetgeving, ligt de bewijslast van uitsluitingsgronden op grond van het gemeen recht in principe bij de verzekeraar.

Zo oordeelde het Hof van Cassatie op 24 november 2018 als volgt:

Het middel verwijt het arrest te oordelen dat de eiseres (in casu de verzekeringsmaatschappij) een uitsluitingsgrond aanvoerde terwijl zij, door te vermelden dat het overlijden van het slachtoffer te wijten was aan een inwendige oorzaak, alleen betoogde dat het ongeval niet beantwoordde aan de overeengekomen omschrijving van het risico. Die grief houdt geen verband met de schending van de artikelen 1315 van het Burgerlijk Wetboek en 870 van het Gerechtelijk Wetboek. Het arrest dat, zonder rechtsgeldig bekritiseerd te worden, oordeelt dat het vereiste van een niet-inwendige oorzaak van overlijden een grond tot uitsluiting van de dekking vormt, keert de bij die bepalingen geregelde bewijslast niet om wanneer het beslist dat de eiseres het bestaan van de uitsluitingsgrond dient aan te tonen.

Op 28 maart 2019 organiseert LegalNews.be samen met Larcier de studienamiddag ‘Verkeersrecht: actualia inzake verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht’

Spreker is mr. Stephane Vereecken (Charlier advocaten)

Studienamiddag ‘Verkeersrecht: actualia inzake verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht’

2019-02-07T07:50:57+00:00 7 februari 2019|Categories: Burgerlijk recht - Verzekeringsrecht|Tags: , |