>>, Verzekeringsrecht>R.I.P. artikel 19bis-11 § 2 WAM. Belangrijke wijzigingen in de WAM 21 november 1989 (Charlier Advocaten)

R.I.P. artikel 19bis-11 § 2 WAM. Belangrijke wijzigingen in de WAM 21 november 1989 (Charlier Advocaten)

logo charlier advocaten

De wet van 31 mei 2017 bracht fundamentele wijzigingen aan de wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. De wijzigingen hebben betrekking op verscheidene aspecten in de WAM, gaande van elektrische fietsen, snellere toegang tot het tariferingsbureau, over de verhaalsmogelijkheden van de WAM-verzekeraar en het BGWF, tot de invoering van een nieuw artikel 29ter WAM.

Artikel 29ter WAM zal het beruchte (oud) artikel 19bis-11 § 2 WAM vervangen.

De wettelijke autonome vergoedingsregeling voor benadeelden van verkeersongevallen waarbij geen aansprakelijke kan worden aangeduid werd initieel ingevoerd in artikel 19bis-11  § 2 WAM, maar wordt voortaan geregeld door artikel 29ter WAM.

Het nieuw artikel geldt voor verkeersongevallen vanaf 22 juni 2017 en perkt het toepassingsgebied van de vergoedingsplicht die op de betrokken WAM-verzekeraars rust sterk in.

Voortaan zullen énkel onschuldige slachtoffers en hun rechthebbenden op wie met zekerheid geen aansprakelijkheid rust aanspraak kunnen maken op vergoeding. Op grond van het oud artikel 19bis-11 § 2 WAM konden ook nog potentieel aansprakelijke bestuurders vergoeding eisen.

Zelfs de eigenaar, die geen bestuurder is, en dus bij uitstek het ongeval niet kan hebben veroorzaakt, zal moeten aantonen dat de bestuurder van zijn voertuig ongetwijfeld niet aansprakelijk is om vergoeding van zijn voertuigschade te kunnen bekomen.

Bovendien wordt de vergoedingsopdracht van het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds ten gevolge van artikel 29ter WAM uitgebreid. In tegenstelling tot wat gold voor het oud artikel 19bis-11 § 2 WAM, zal het Fonds moeten overgaan tot vergoeding van de onschuldige slachtoffers, bv. wanneer een motorrijtuig betrokken is dat niet-verzekerd is of niet-geïdentificeerd is.

Tevens zal artikel 29ter WAM van toepassing zijn op verkeersongevallen waarbij spoorvoertuigen betrokken zijn. In dat geval rust de vergoedingsplicht op de eigenaar van het spoorvoertuig. Hetzelfde geldt voor voertuigen die van verzekeringsplicht zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 10 WAM.

Nieuw is de hoofdelijke gehoudenheid van de betrokken WAM-verzekeraars (of gelijkgestelden zoals het Fonds of de eigenaar van het voertuig). Dit vormt een bescherming voor de benadeelde die zo op (proces)economische wijze integrale schadevergoeding kan bekomen.

Tot slot blijft artikel 19bis-11 § 2 WAM van toepassing op verkeersongevallen die zich hebben voorgedaan vóór 22 juni 2017 waarbij potentieel aansprakelijke bestuurders nog steeds vergoedingsgerechtigd zijn overeenkomstig de bestaande Cassatierechtspraak.

Sigrid Heirbrant

logo charlier advocaten