>>>GAS-boetes voor verkeersinbreuken : de houder van de kentekenplaat versus de werkelijke bestuurder van het voertuig (LegalNews.be)

GAS-boetes voor verkeersinbreuken : de houder van de kentekenplaat versus de werkelijke bestuurder van het voertuig (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 11/08/2018

Mr. Jasper Bolle (advocaat strafrecht, verkeers- & transportrecht) licht toe.

Voor de verkeersinbreuken die door GAS-boetes kunnen worden bestraft, valt de geldboete in geval van afwezigheid van de bestuurder van het voertuig principieel ten laste van de houder van de kentekenplaat van het voertuig.

Met de wet van 19 juli 2018 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties wat de verkeersinbreuken betreft die het voorwerp kunnen maken van gemeentelijke en administratieve sancties, kan de houder van de kentekenplaat met alle mogelijke middelen van recht bewijzen dat hij niet de dader is van de verkeersinbreuk, mits de identiteit van de daadwerkelijke bestuurder kenbaar wordt gemaakt, of door diefstal, fraude of overmacht aan te tonen.

1.

Op grond van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (“GAS-wet”) kan de gemeenteraad een administratieve sanctie voorzien voor:

De overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren;

De overtredingen op het verkeersbord C3 (verboden toegang in beide richtingen) en voor overtredingen op het verkeersbord F103 (voetgangerszone), die werden vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

De vraag stelt zich aan wie een GAS-boete kan worden opgelegd in geval een inbreuk wordt vastgesteld bij afwezigheid van de bestuurder van het voertuig.

Artikel 33 GAS-wet bepaalt op dit punt dat de geldboete ten laste van de houder van de kentekenplaat van het voertuig wordt gelegd.

Gezien een GAS-boete voor verkeersinbreuken een repressief karakter heeft, is zij strafrechtelijk in de zin van artikel 6 EVRM. Minstens moet de houder van de kentekenplaat dan ook de mogelijkheid hebben aan te tonen dat hij niet de werkelijke bestuurder van het voertuig was.

Problematisch is dat sommige gemeenten evenwel een onweerlegbaar vermoeden lezen bij hun interpretatie van artikel 33 GAS-wet, waarbij de houder van de kentekenplaat niet over de mogelijkheid beschikt aan te tonen dat hij niet de dader is. Met deze interpretatie wordt de houder van de kentekenplaat altijd aangesproken ter betaling, ongeacht of deze nu wel of niet de dader is.

2.

Het Grondwettelijke Hof oordeelde in zijn arrest 16/2017 van 9 februari 2017 dat deze bepaling een schending uitmaakt van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6.2 van het EVRM in de interpretatie dat het een onweerlegbaar vermoeden van toerekenbaarheid invoert ten laste van de houder van de kentekenplaat van het voertuig waarmee de overtreding werd gepleegd.

Niettegenstaande de GAS-wet voorziet in de mogelijkheid van verweermiddelen, werd deze mogelijkheid tot verweer niet aanvaard door sommige gemeenten. De overtreder of houder van de kentekenplaat was er dan steevast toe gehouden om beroep aan te tekenen bij de politierechter.

Deze houding is manifest in strijd met het vermoeden van onschuld.

3.

Enerzijds moet de wet van 19 juli 2018 tegemoet komen aan het arrest van het Grondwettelijk Hof en anderzijds moet het ook duidelijkheid scheppen over de mogelijkheid tot verweer in de procedure voor de sanctionerende ambtenaar.

De nieuwe wet stelt dan ook dat bij verkeersinbreuken zoals voorzien in de GAS-wet en bij afwezigheid van de bestuurder, het vermoeden bestaat dat de houder van de kentekenplaat de overtreder is. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen 30 dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.

Daarnaast biedt de nieuwe wet ook de mogelijkheid aan de gemeenteraad om te voorzien in een administratieve geldboete indien de houder van de kentekenplaat zich niet houdt aan de verplichting om de identiteit van de onmiskenbare bestuurder van het voertuig kenbaar te maken.

 

2018-08-11T11:08:40+00:00 11 augustus 2018|Categories: Burgerlijk recht - Verkeersrecht|Tags: |