>>>Contracten: is de bij de ondertekening ‘vergeten’ partij verbonden? (Forum Advocaten)

Contracten: is de bij de ondertekening ‘vergeten’ partij verbonden? (Forum Advocaten)

Auteurs: Annelies Janssen, Roxanne Verelst en Frederic Rosiers (Forum Advocaten)

Publicatiedatum: 15/05/2020

In contracten met vennootschappen worden soms clausules opgenomen die verbintenissen inhouden voor de bestuurders. Te denken valt aan medeschuldenaarstellingen, niet-concurrentieverbintenissen, vertrouwelijkheidsverbintenissen,… In een ideale wereld tekent de bestuurder tweemaal, namelijk eenmaal in zijn hoedanigheid van bestuurder en eenmaal ten persoonlijken titel. Maar wat indien de bestuurder slechts eenmaal getekend heeft voor de vennootschap en vergeten is ook ten persoonlijken titel te tekenen? Gaat hij vrijuit?

In een recent gepubliceerd arrest van 21 december 2018 oordeelde het Hof van Cassatie over dergelijke situatie. De ondertekening van de bestuurder houdt een instemming met de persoonlijke verbintenissen in wanneer er geen twijfel over kan bestaan dat hij zich tevens persoonlijk wilde verbinden. Forum Advocaten analyseert de hoofdpunten.

Vooraf: wat zegt de wet?

Om de rechtspraak van het Hof van Cassatie te kaderen, vermelden we vooreerst de relevante wetgeving uit het Burgerlijk Wetboek en het WVV.

Zo benoemt artikel 1108 BW de toestemming van een partij die zich verbindt als noodzakelijke voorwaarde om een rechtsgeldige overeenkomst te sluiten. Artikel 1134, lid 1 BW stelt vervolgens dat alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan de contractspartijen tot wet strekken. Tot slot lezen we in artikel 1165 BW dat voornoemde overeenkomsten enkel gevolgen tussen de contractspartijen teweeg kunnen brengen.

Het WVV gaat specifieker over de overeenkomsten die door rechtspersonen en/of hun bestuurders worden aangegaan. Zo vermelden artikel 2:49 en 2:55 van het WVV dat rechtspersonen via hun organen en/of vaste vertegenwoordigers zoals vennoten rechtshandelingen kunnen stellen. De leden van deze organen, de vertegenwoordigers of vennoten verbinden zich dan ook niet persoonlijk voor de verbintenissen van de rechtspersoon.

Rechtspraak: wat zegt het Hof van Cassatie?

In een eerder arrest van 27 januari 2017 boog het Hof van Cassatie zich over een arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen.

In dit arrest oordeelde het Hof van Beroep van Antwerpen dat de bestuurder van een vennootschap zich persoonlijk medeschuldenaar had verklaard, hoewel hij enkel in zijn hoedanigheid van bestuurder en niet ten persoonlijken titel de overeenkomst ondertekend had.

De verhuurder had in zijn algemene voorwaarden het volgende opgenomen:

MEDESCHULDENAAR: Indien het materieel in huur genomen wordt door een vennootschap is niet enkel deze vennootschap gehouden tot naleving en uitvoering van de overeenkomst maar ook, te persoonlijken titel, hoofdelijk en ondeelbaar met de huurder, de bestuurder, zaakvoerder of gevolmachtigde  die namens de vennootschap de overeenkomst heeft getekend. De ondertekenaar verbindt zich dus ook persoonlijk, hoofdelijk en ondeelbaar met de vennootschap waarvoor hij optreedt, tot naleving van alle bepalingen voorzien in de overeenkomst en de algemene voorwaarden van deze overeenkomst”

Het Hof van beroep van Antwerpen stelde vast dat de algemene voorwaarden waren aanvaard en dat de afgevaardigde bestuurder die ondertekende namens de vennootschap zich tevens akkoord verklaarde om zich te verbinden als hoofdelijke medeschuldenaar.  Volgens het Hof van Beroep was niet vereist  dat hij een tweede maal in persoonlijke naam de overeenkomst zou ondertekenen.

Het Hof van Cassatie vernietigde deze uitspraak echter en stelde dat de bestuurder van de vennootschap die de huurovereenkomst sloot, niet in eigen naam gebonden kon worden. Hij dient voor de huurovereenkomst te worden beschouwd als een derde in de zin van het hoger besproken artikel 1165 BW.

Recent werd het arrest van het Hof van Cassatie van 21 december 2018 gepubliceerd waarin dezelfde rechtsvraag aan bod kwam. In deze zaak was er discussie omtrent een overeenkomst die zowel verbintenissen voor een VZW bevatte, als persoonlijke verbintenissen voor haar bestuurder, terwijl de bestuurder enkel in zijn hoedanigheid van bestuurder had getekend. Welke bewoordingen de overeenkomst had kunnen wij helaas niet uit het arrest afleiden.

Het Hof van Cassatie oordeelde dat wanneer een akte zowel verbintenissen van een rechtspersoon als persoonlijke verbintenissen van de bestuurder bevat, de handtekening van de bestuurder ook een instemming met de persoonlijke verbintenissen betekent wanneer er geen twijfel over kan bestaan dat de ondertekenaar zich effectief persoonlijk heeft willen verbinden. De feitenrechter zal zulke situaties echter steeds in concreto beoordelen aan de hand van de intrinsieke elementen van de akte, zoals onder meer de specifieke bewoordingen ervan en de grafische opmaak.

In het voorliggende geval stelde het Hof van Cassatie dat uit de grafische opmaak van de akte, het feit dat de verweerder enkel in de hoofding werd vermeld en zulks zonder adres of nadere gegevens en op de plaats waar de handtekeningen moeten worden gezet enkel de VZW werd vermeld, dat het Hof van Beroep terecht had afgeleid dat de bestuurder zich niet persoonlijk had willen verbinden.  Wel leverde dit een begin van bewijs op van de persoonlijke verbintenis van de bestuurder overeenkomstig artikel 1347 Burgerlijk Wetboek dat met getuigen en vermoedens kon worden aangevuld.

Conclusie

Het verdient aanbeveling om de bestuurder ook persoonlijk de overeenkomst te laten ondertekenen om bewijsproblemen te vermijden inzake diens persoonlijke verbintenissen.

Is dit vergeten dan kan uit de bewoordingen van de overeenkomst en de grafische opmaak alsnog worden afgeleid dat de bestuurder zich ook persoonlijk heeft willen verbinden.  Ook kan de overeenkomst een begin van bewijs vormen van de persoonlijke verbintenissen van de bestuurder. Het Hof van Cassatie heeft de rechtspraktijk dan ook een reddingsboei geworpen.

Dit arrest is overigens ook in de omgekeerde zin interessant.  Zo kan de vraag worden gesteld of de vennootschap gebonden is aan bijvoorbeeld een aandeelhouders- of overnameovereenkomst waarin zij formeel niet tussenkomt, maar waarin zij volgens de bewoordingen ervan wel een aantal verbintenissen op zich neemt. Als de aandeelhouders/bestuurders van deze vennootschap tot ondertekening zijn overgegaan, zou naar analogie van voormeld cassatiearrest geargumenteerd kunnen worden dat ook de vennootschap zich verbonden heeft.

Lees hier het originele artikel

2020-05-24T09:46:55+00:00 23 mei 2020|Categories: Verbintenissen- en zakenrecht|Tags: , , , |