>>>Welk risico voor de begiftigde als de schenker ‘te vrijgevig’ is geweest? (Laga)

Welk risico voor de begiftigde als de schenker ‘te vrijgevig’ is geweest? (Laga)

Auteur: Laga

Publicatiedatum: mei 2018

Onder het nieuwe erfrecht hebben de kinderen en de langstlevende echtgenote nog steeds recht op een voorbehouden deel van de nalatenschap. Is de erflater te vrijgevig geweest, en blijken schenkingen de rechten van deze reservataire erfgenamen aan te tasten, dan kunnen de reservataire erfgenamen ook onder het nieuwe erfrecht deze overdreven schenkingen aanvechten door de inkorting ervan te vorderen.

Onder het oude erfrecht gebeurde de inkorting in principe in natura. De reservataire erfgenamen konden dus eisen dat de geschonken goederen zelf terug naar de nalatenschap keerden. De reservataire erfgenamen konden de geschonken goederen hierdoor letterlijk ‘recupereren’, en de begiftigde moest ze dan inderdaad terug afstaan. Met de betaling van de tegenwaarde ervan hoefden de reservataire erfgenamen immers geen genoegen te nemen. Vanaf 1 september 2018 verandert die regel. De inkorting zal niet meer in natura kunnen worden geëist, en zal slechts uitmonden in een vordering die in geld moet voldaan worden.

De begiftigde die te veel heeft gekregen moet dus niet meer vrezen dat hij het geschonken goed zal moeten teruggeven, maar hij moet wel weten dat hij misschien zal moeten betalen. En als hij geen geld heeft om te betalen, dan kan hij nog beslissen dat hij toch liever het geschonken goed teruggeeft. De wet geeft hem die mogelijkheid. Als hij zich daarop beroept, moeten de reservataire erfgenamen dit aanvaarden.

Stel dat de begiftigde het geschonken goed niet wil teruggeven, maar ook niet bereid is om te betalen. De betaling kan gerechtelijk afgedwongen worden, en de reservataire erfgenamen zullen dan wel beslag kunnen leggen op het geschonken goed. Niet om het terug te krijgen, maar om het te laten verkopen en via de opbrengst van de verkoop betaald te worden.

En wat als de begiftigde de geschonken goederen zelf al heeft verkocht? Pech voor de reservataire erfgenamen: ze kunnen slechts beslag leggen op wat er is, niet op wat verkocht is. Tenzij er aanwijzingen zijn dat de begiftigde bedrieglijk heeft verkocht om aan de inkortingsvordering te ontsnappen. Maar om dan de verkoop ongedaan te maken, moet ook worden bewezen dat de koper kennis had van de bedrieglijke intentie van de begiftigde en daar dus medeplichtig aan was.

En als de begiftigde de geschonken goederen heeft weggeschonken? Hier voorziet de wet al meteen in een oplossing, zonder al te zware bewijslast voor de reservataire erfgenamen. De bedoelingen van de begiftigde moeten in dat geval ook niet achterhaald worden.

Blijkt inderdaad dat de begiftigde insolvabel is, en van hem dus geen betaling kan worden verwacht, dan kunnen de reservataire erfgenamen de derde-verkrijger van de geschonken goederen aanspreken. Hij zal, ten belope van de waarde van de geschonken goederen, moeten betalen wat de eerste begiftigde niet betaald heeft.

Als de derde-verkrijger dat risico wil vermijden, kan hij aan de reservataire erfgenamen vragen, ook nog bij leven van de oorspronkelijke schenker, om anticipatief afstand te doen van hun vordering tot inkorting tegen hem. Dit vereist het verlijden van een notariële akte met vrij strenge geldigheidsvereisten. Er is in dat geval immers sprake van een (weliswaar toegelaten, maar goed bewaakte) overeenkomst over een niet opengevallen nalatenschap.

Lees hier het originele artikel

2018-05-25T08:39:34+00:00 25 mei 2018|Categories: Burgerlijk recht - Personen- & Familierecht|Tags: , , |