>>>Proactieve beschermingsmaatregelen bij zwangerschap alcohol- en/of drugsverslaafde moeder. Wetsvoorstel 13 februari 2020 (LegalNews.be)

Proactieve beschermingsmaatregelen bij zwangerschap alcohol- en/of drugsverslaafde moeder. Wetsvoorstel 13 februari 2020 (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 25/02/2020

Motivatie voor het wetsvoorstel

De indieners van het wetsvoorstel, mevrouw Valerie Van Peel en de heer John Crombez, motiveren het wetsvoorstel als volgt:

“Een aanzienlijk dagelijks gebruik van alcohol kan leiden tot het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS) met volgende gevolgen voor het kind: vertraagde groei, laag geboortegewicht, gezichtsafwijkingen, kleine schedel met eventuele gelaatsmisvormingen, neurologische afwijkingen en op latere leeftijd slecht sociaal functioneren, hyperactiviteit, verstandelijke handicap en autistisch gedrag. Net zoals bij alcohol komen ook drugs via de placenta in het lichaam van de foetus terecht, en kan de foetus verslaafd raken aan de middelen die de moeder gebruikt. Bij de geboorte wordt de toevoer naar de drugs voor de baby afgesneden en zal deze, net zoals een volwassene, afkickverschijnselen vertonen. In medische termen spreekt men van het neonataal abstinentiesyndroom (NAS). Daarnaast verhoogt het gebruik van drugs tijdens de zwangerschap het risico op vroeggeboorte, problematische ontwikkeling en groeiachterstand en kan het ook tot heel wat medische complicaties bij de moeder leiden.

Een andere problematiek betreft het intra-familiaal geweld. Indien geweten is dat al geboren kinderen in het gezin reeds het slachtoffer werden van fysieke en/ of psychische mishandeling, verwaarlozing, of seksueel misbruik, moet er dan ten aanzien van het toekomstig kind, al niet op geanticipeerd worden door de hulpverlening?

De overheid heeft een beschermingstaak ten opzichte van haar burgers in de samenleving, in het bijzonder kwetsbare burgers zoals kinderen. Indien het ongeboren kind ernstig bedreigd wordt in zijn ontwikkeling en alle hulpverlening in een vrijwillig kader door de ouders wordt afgewezen, zou de overheid bepaalde maatregelen moeten kunnen nemen om het kind dat zal geboren worden te beschermen.”

Prenatale rechtsbescherming: geen algemene regel in België (in tegenstelling tot Nederland)

“ In Nederland bevat het Burgerlijk Wetboek een algemeen geldende regel die het ongeboren leven rechtsbescherming biedt wanneer dit in zijn of haar belang is en op voorwaarde dat het levend wordt geboren (artikel 1:2 Nederlands BW). In België kennen we die algemene regel niet.

Wel geldt in het Belgisch recht ook nu al het Romeinse adagium dat een kind vanaf de verwekking als reeds geboren wordt beschouwd telkens als dat in zijn of haar belang is (infans conceptus pro iam nato habetur quotiens de eius commodis agitur).

Het gaat om een juridische fictie: het verwekte kind is géén rechtssubject maar wordt enkel als zodanig beschouwd.

Er bestaan ook in België wettelijke toepassingen van dit adagium, nl. de artikelen 328, § 3, 725 en 906 van het Burgerlijk Wetboek waardoor een verwekt kind kan worden erkend en het begunstigde kan zijn van een erfenis of een gift. Maar volgens het Hof van Cassatie bestaat er geen algemene infans conceptus-regel. Er bestaat volgens het Hof “geen algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk de gevolgen van de rechtspersoonlijkheid enkel kunnen terugwerken tot het tijdstip van de verwekking van het kind als het in zijn belang is.”

Om bepaalde beschermingsmaatregelen ten aanzien van een ongeboren kind juridisch mogelijk te maken, moet het adagium dus een wettelijke basis krijgen. Vandaar het voorstel om in ons Burgerlijk Wetboek dezelfde algemene regel op te nemen zoals die al in Nederland geldt, zij het enigszins anders geformuleerd, met name: “Het kind waarvan een vrouw zwanger is wordt vermoed reeds geboren te zijn, zo dikwijls zijn belang dit vordert. Dit vermoeden geldt niet meer indien het dood ter wereld komt.”

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om aan het ongeboren kind rechtspersoonlijkheid te verlenen. Het vermoeden te zijn geboren is een juridische fictie die geen rechtspersoonlijkheid doet ontstaan. Vandaar dat de laatste zin ook expliciet bepaalt dat het vermoeden niet meer geldt indien het kind dood geboren wordt.”

De concrete gevolgen indien het Burgerlijk Wetboek wordt aangepast

Het creëren van een wettelijke basis voor prenatale rechtsbescherming in het Burgerlijk Wetboek zou volgens de indieners noodzakelijk zijn om bepaalde beschermingsmaatregelen ten aanzien van het ongeboren kind te kunnen koppelen.

In het wetsvoorstel worden volgende voorbeelden gegeven:

Gebruik van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke voor een verplichte opname.

Deze wet vermeldt o.a. de ernstige bedreiging voor andermans leven of integriteit als mogelijke grond voor de vrederechter om een gedwongen opname uit te spreken. Toegepast op deze problematiek kan het in extreme gevallen, in het belang van het ongeboren kind, noodzakelijk zijn de zwangere vrouw gedwongen op te nemen in een gesloten instelling. Als voorbeeld geldt de ernstig aan heroïne verslaafde vrouw die er op geen enkele manier rekening mee houdt dat ze zwanger is. Op basis hiervan, en in samenlezing met de hierboven omschreven bepaling uit het Burgerlijk Wetboek, kan aan een zwangere, drugsverslaafde vrouw gedwongen opname opgelegd worden, net om de ontwikkeling van het ongeboren kind te beschermen. Wil men dezelfde mogelijkheid in België creëren, is er nood aan de wettelijke basis die prenatale rechtsbescherming voorziet. Rechtspraak zal, net zoals in Nederland gebeurd is, beide wetten zo moeten interpreteren en samenlezen dat de gedwongen opname ook kan opgelegd worden specifiek t.a.v. zwangere vrouwen die lijden aan een psychische stoornis, zoals een verslaving, en waardoor ze de ontwikkeling van hun toekomstig kind bedreigen. Het is voor alle duidelijkheid de bedoeling om de gedwongen opname enkel toe te passen in de meest schrijnende gevallen.

Uitwerken van een systeem van zogenaamde ondertoezichtstelling met mogelijkheid voor de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen op verzoek van de gezinsvoogd.

Daarnaast zijn hoofdzakelijk de gemeenschappen bevoegd inzake de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen. In het Vlaams regeerakkoord werd over deze problematiek alvast het volgende opgenomen: “De hulpverlening ontwikkelt bovendien een aanklampend zorgbeleid ten aanzien van zwangere vrouwen en moeders met een verslavingsproblematiek. Dit kan door te werken met een systeem van ondertoezichtstelling zoals in Nederland met gezinsvoogden die de (aanstaande) moeders begeleiden en proberen hun levensstijl positief te beïnvloeden. Bovendien wordt er ook in samenwerking met het federale niveau getracht om de gedwongen opname mogelijk te maken.”
Het is dus de ambitie van de Vlaamse Gemeenschap om een systeem van zogenaamde ondertoezichtstelling uit te werken. Indien de ondertoezichtstelling zou worden opgelegd ten aanzien van een ongeboren kind, kan de gezinsvoogd de aanstaande moeder intensief begeleiden en opvolgen. Dit is noodzakelijk bij bijvoorbeeld een vrouw die kampt met een verslavingsproblematiek: gaat ze in behandeling om af te kicken (eventueel te controleren via bloed- en urinetests)? Gaat ze regelmatig op controle bij de gynaecoloog en laat ze zich voldoende medisch begeleiden? Bereidt ze zich voor op de komst van het kind (huisvesting, opvang,…)?

Indien de gezinsvoogd in het kader van de ondertoezichtstelling oordeelt dat het kind en de ouder(s) beter apart zouden wonen, zou de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing moeten kunnen verlenen. De uithuisplaatsing geldt als ultimum remedium en kan enkel als de veiligheid van het kind in gevaar komt. Net zoals in Nederland zou het ook hier mogelijk moeten zijn om de uithuisplaatsing reeds te kunnen uitspreken ten aanzien van een ongeboren kind. Dat betekent dat het kind onmiddellijk na de geboorte wordt geplaatst. Als oudere kinderen in het gezin al geplaatst werden omwille van bijvoorbeeld seksueel misbruik of fysieke mishandeling gepleegd door de ouder(s), moet het pasgeboren kind ook meteen in veiligheid gebracht kunnen worden. De uithuisplaatsing is nu reeds een maatregel binnen de jeugdhulpverlening, die door de jeugdrechter kan uitgesproken worden bij zeer verontrustende opvoedingssituaties. Maar wederom is de wettelijke basis in het Burgerlijk Wetboek die met dit voorstel wordt voorzien, noodzakelijk om de uithuisplaatsing al te kunnen opleggen ten aanzien van een ongeboren kind.

Reactie op het wetsvoorstel vanuit de zorgsector: een pleidooi voor voorzichtigheid

Dirk Vandevelde, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Behandelingscentra Verslaafdenzorg en directeur van therapeutisch centrum De Kiem werkt al twintig jaar met zwangere verslaafde vrouwen en moeders met jonge kinderen. In een interview met De Standaard op 13 februari 2020 pleit hij voor voorzichtigheid.

Verplichte opname

“We moeten meer mogelijkheden hebben om, desnoods met een zekere vorm van dwang, verslaafden met kinderen te kunnen ondersteunen en begeleiden, ook met betrekking tot hun rol als ouder. In zeer uitzonderlijke gevallen kan dat gaan om een verplichte opname, maar ik denk dat de ambulante zorg – zoals de ambulante revalidatiecentra voor drugsverslaafden – nog meer aandacht verdient dan gedwongen opnames.”

Gedwongen afkicken

“Soms is verplicht afkicken niet aan de orde. Zoals bij heroïneverslaafden – dan is afkicken zelfs schadelijker voor het ongeboren kind. Heroïneverslaafden moeten gestabiliseerd worden met methadon tot aan de geboorte. Pas dan kan de dosis voor vrouw en kind afgebouwd worden.”

Plaatsen van de kinderen na de geboorte

“Een verslaafde moeder haar kind afnemen is zelden een goed idee. We moeten goed opletten wat we precies in de wet willen gieten. Ik pleit voor extra omkadering voor verslaafde zwangere vrouwen en vrouwen of mannen met kinderen. Het risico bestaat dat we stilaan denken: mensen die verslaafd zijn mogen geen kinderen krijgen. Kinderen plaatsen kan een noodoplossing zijn, maar vaak is het allesbehalve ideaal: zelfs als het kind weg is en een nieuwe kans krijgt, blijft de ouderwens bij de ouders vaak bestaan. Het wetsvoorstel roept ook vragen op. Als een verslaafde moeder al twee kinderen heeft die geplaatst zijn, moet het derde dan automatisch geplaatst worden?”

Lees hier het op 13 februari 2020 ingediend wetsvoorstel

2020-02-25T16:44:29+00:00 25 februari 2020|Categories: Personen- & Familierecht|