>>>Opgepast bij overstap van feitelijke naar wettelijke samenwoning (aternio)

Opgepast bij overstap van feitelijke naar wettelijke samenwoning (aternio)

Auteur: Johan Lemmens (aternio)

Publicatiedatum: 7/08/2020

Ongehuwde partners die samenwonen kunnen een overeenkomst sluiten waarin zij afspraken omtrent hun samenleving concretiseren. In dergelijke samenlevingsovereenkomst zijn meestal vermogensrechtelijke regelingen opgenomen die zowel van toepassing zijn tijdens als bij het beëindigen van de samenleving.

Wat als feitelijke samenwonenden een onderhandse samenlevingsovereenkomst hebben gesloten en op een later ogenblik alsnog voor de ambtenaar van de burgerlijke stand verklaren wettelijk te gaan
samenwonen? Wat met de oorspronkelijke overeenkomst?

Juridische vorm van de samenlevingsovereenkomst

Een samenlevingsovereenkomst is die overeenkomst waarin vermogensrechtelijke afspraken zijn opgenomen omtrent het samenleven. Op vandaag ontbreekt nog steeds een wettelijke definitie van de samenlevingsovereenkomst.

Voor feitelijke samenwoners is er inhoudelijk een quasi onbeperkte contractvrijheid. Bovendien kan de overeenkomst zowel in onderhandse als authentieke vorm worden afgesloten. Wettelijke samenwonenden zijn gebonden door inhoudelijke regels en de wettelijke verplichting om de samenlevingsovereenkomst voor notaris af te sluiten. Artikel 1478 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is hierover zeer helder: de overeenkomst tussen wettelijk samenwonenden “wordt in authentieke vorm verleden voor de notaris”.

Het is meteen duidelijk dat de keuze voor de samenlevingsvorm juridische gevolgen heeft. Wat nu met het stel dat    ‘vergeten’ is om de onderhandse samenlevingsovereenkomst notarieel te bevestigen bij latere wettelijke samenleving?

Het antwoord lijkt even kort als wreed: de onderhandse samenlevingsovereenkomst tussen de feitelijke samenwoners kan niet meer dienen tot vermogensrechtelijke regeling van de wettelijke samenwoning. Deze stelling is althans bevestigd in een arrest van 7 november 2019 van het hof van beroep te Gent.

Authentieke overeenkomst bij wettelijk samenwonen

De redenen waarom de wet voorziet in een authentieke samenlevingsovereenkomst bij wettelijke samenwonenden zijn divers. Het vertrekpunt is uiteraard het feit dat het wettelijk samenwonen een vorm is die zich situeert tussen het feitelijk samenwonen en het huwelijk. Daarom heeft de wetgever het zinvol geacht om de geldigheid van de clausules te laten toetsen door een notaris. Door de authentieke vorm stelt men ook de tegenstelbaarheid ten aanzien van derden veilig.

In rechtsleer en rechtspraak is de stelling terug te vinden dat de samenlevingsovereenkomst tussen wettelijke samenwoners kwalificeert als een plechtige overeenkomst. Het rechtstreekse gevolg hiervan is dat de vormvereiste meteen een geldigheidsvereiste is van de overeenkomst.

Sanctie bij niet respecteren van de vormvereiste

Hoewel de wet niet letterlijk spreekt over de nietigheidssanctie bij het niet respecteren van de authentieke vormvoorwaarden lijkt het er toch sterk op dat absolute nietigheid het gevolg is. Eensgezindheid hieromtrent is er echter niet. Dit belet het hof van beroep te Gent evenwel niet om in het voornoemde arrest duidelijk de absolute nietigheid uit te spreken. Het hof stelt expliciet dat het gebrek aan notariële vorm van de samenlevingsovereenkomst tussen wettelijke samenwonenden gesanctioneerd wordt met de absolute nietigheid.

Feitelijke samenwonenden die de stap zetten naar wettelijke samenwoning zijn dus maar beter aandachtig. Een onderhandse samenlevingsovereenkomst is bij deze overstap allerminst garantie voor het afdwingen van de afspraken. Bij nietigheid gaan ‘alle’ gemaakte afspraken retroactief teniet. Het hoeft geen betoog dat dit tot hoogst onaangename gevolgen kan leiden.

En route du parcours …

Zolang een koppel feitelijk samenwoont stellen zich geen vragen over de vormvereisten van de samenlevingsovereenkomst. Een onderhandse overeenkomst kan perfect. Als zij echter hun feitelijke status inruilen voor een wettelijke samenwoning is het meer dan raadzaam om de onderhandse afspraken te herbevestigen in een notariële akte. Zo niet loopt diegene die zich wil beroepen op de onderhandse overeenkomst het risico om van een kale reis terug te komen.

Het arrest bevestigt andermaal dat mensen soms te lichtzinnig of onvoldoende geïnformeerd kiezen voor een samenlevingsvorm. De tussenkomst van een juridische adviseur is geen overbodige luxe bij het afsluiten van overeenkomsten. Minstens helpt het om de geldigheid en de evenwichtigheid van de opgenomen bepalingen na te gaan. Ook bij een loutere wijziging van ‘stelsel’ is juridisch advies sterk aangewezen zodat iedereen ten volle op de hoogte is van de impact.

Conclusie

De verklaring van de wettelijke samenwoning is een kantelpunt in een relatie. Alle voorheen gemaakte afspraken, al dan niet opgenomen in een onderhandse samenlevingsovereenkomst, houdt men derhalve best tegen het licht. Het risico van de absolute nietigheid van een niet notarieel bevestigde samenlevingsovereenkomst kan eenvoudig vermeden worden. Kies daarom voor de veilige en zekere weg en laat de onderhandse samenlevingsovereenkomst bij de notaris bekrachtigen. Daarnaast beknibbelt u best geenszins op juridisch advies, laat u bij de overstap van feitelijke naar wettelijke samenwoning goed adviseren.

Lees hier het originele artikel

Bron: Gent 7 november 2019, T. Not, 2020, nr. 6, 512-528, met noot C. Blomme.

2020-08-10T09:16:53+00:00 13 augustus 2020|Categories: Personen- & Familierecht|Tags: , |