>>>Is de reserve van internationale openbare orde? (Laga)

Is de reserve van internationale openbare orde? (Laga)

Auteurs: Alain Laurent Verbeke en Bart Verdickt (Laga)

Publicatiedatum: 27/11/2017

De reserve (of ook wel voorbehouden erfdeel) is het deel van de nalatenschap waarop bepaalde erfgenamen minimaal recht hebben. De omvang en bescherming van de reserve wordt in elk land op een andere manier geregeld (zie hierover uitvoerig A. VERBEKE “De legitieme ontbloot of dood? Leve de echtgenoot!, Serie Ars Notariatus CXIII, Deventer, Kluwer, 2002, tweede herziene uitgave van Tilburgse oratie, p. 17 e.v.). In een zuiver Belgische situatie is het natuurlijk evident dat men de Belgische reservebescherming moet toepassen. Bij een internationale nalatenschap is dat minder evident. In een internationale situatie kan het zijn dat men een ander recht dan het eigen, nationale recht moet toepassen. Dat kan omdat de toepasselijke conflictregels (het internationaal privaatrecht of IPR) een ander recht aanduiden, zoals het recht van de nationaliteit of van de ligging van onroerende goederen. Het is dan de vraag hoe de toepassing van het buitenlandse recht in België uitwerking krijgt en in het bijzonder of men de buitenlandse reserveregeling moet laten primeren op de
Belgische bescherming.

In het Wetboek IPR werd deze vraag expliciet geregeld. De Belgische reservebescherming primeert (art. 79 Wetboek IPR). Ook al kon men kiezen voor een ander recht dan het Belgische recht.

De vraag is nu bijzonder belangrijk geworden sinds de inwerkingtreding van de Europese Erfrechtverordening op 17 augustus 2015. Bij de toepassing van deze Verordening kan het zijn dat de Belgische rechter een buitenlands recht moet toepassen. Ofwel omdat de erflater het recht van zijn nationaliteit heeft gekozen (art. 22 Erfrechtverordening); ofwel omdat de erflater in het buitenland woont (art. 10 en art. 21 Erfrechtverordening).

Het Franse Hof van Cassatie heeft op 27 september 2017 in twee zaken een uitspraak moeten doen over een internationale nalatenschap. Het ging telkens om een erflater die in de Verenigde Staten woonde en zijn vermogen legateerde aan zijn echtgenote of aan een trust waarvan de echtgenote de enige begunstigde was. De kinderen uit een eerdere relatie werden daardoor onterfd.

De onterfde kinderen gingen naar de Franse rechtbank. Zij stelden dat de reserve van internationale openbare orde is en dat de Franse rechter het Californische recht – dat geen reservataire bescherming kent – niet mag toepassen. En als de Franse rechter dat recht niet mag toepassen, moet hij het eigen recht toepassen, inclusief de Franse reservebescherming dus.

Het Franse Hof van Cassatie oordeelde in beide gevallen dat de reserve niet van internationale openbare orde is. De toepassing van een buitenlands recht met een andere reservebescherming is dus ook niet strijdig met de Franse internationale openbare orde. Het Hof van Cassatie maakt daarbij wel een nuance en preciseert dat men de analyse in elk concreet geval moet maken. De toepassing van dat
buitenlandse recht in een concreet geval mag wel niet strijdig zijn met de essentiële principes van het Franse recht. Maar het loutere feit dat men geen reservataire bescherming heeft, is dat alleszins niet. Wat de essentiële principes van het Franse erfrecht in het kader van de reservebescherming dan wel zijn, dat zegt het Hof niet. In de Franse rechtsleer werd in het verleden al bepleit dat de financiële bescherming van minderjarigen wel een essentieel principe op dit vlak zou kunnen zijn.

Het gaat weliswaar om een arrest van het Franse Hof van Cassatie, maar ook in het raam van de Erfrechtverordening zou de uitspraak relevant kunnen zijn. Artikel 35 Erfrechtverordening stelt dat een rechter de toepassing van het buitenlandse kan weigeren indien deze toepassing strijdig is met de internationale openbare orde van het land van de rechter. Wat de internationale openbare orde in het raam van de Erfrechtverordening juist is, moet finaal worden besloten door het Europees Hof van Justitie. Maar het Europees Hof van Justitie kan inspiratie vinden in deze arresten van het Franse Hof van Cassatie.

Concreet zou dit betekenen dat Belgische rechters de toepassing van het buitenlandse recht met een andere reservebescherming niet mogen weigeren. De buitenlandse reserveregeling primeert dus op de Belgische. En of daar uitzonderingen op zijn, moet ook het Europees Hof van Justitie beoordelen.

Lees hier het originele artikel

2017-11-30T12:40:44+00:00 30 november 2017|Categories: Burgerlijk recht - Personen- & Familierecht|Tags: , , |