>, Registratie, schenk- en erfbelasting>Hoeve die kan worden verkaveld in bouwgronden en nalatenschap. Cassatie-arrest 22 januari 2021 (LegalNews)

Hoeve die kan worden verkaveld in bouwgronden en nalatenschap. Cassatie-arrest 22 januari 2021 (LegalNews)

Auteur: LegalNews

Publicatiedatum: 03/03/2021

Krachtens artikel 922 Burgerlijk Wetboek wordt de inkorting berekend op de fictieve massa die is samengesteld uit de waarde van de goederen van de nalatenschap, na aftrek van schulden en toevoeging van de schenkingen.

De waarde van de geschonken goederen wordt geraamd volgens hun staat ten tijde van de schenking en hun waarde ten tijde van het overlijden.

Daarbij kan rekening worden gehouden met de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van het goed op voorwaarde dat deze voldoende zeker en niet hypothetisch zijn.

De appelrechters oordelen dat:

– de aan de eiser geschonken hoeve, voor het vormen van de fictieve massa, wordt geacht het patrimonium van de erflater niet te hebben verlaten

– dit impliceert dat er voor de bepaling van de waarde geen rekening mag gehouden worden met de waardeveranderingen die aan de begiftigde zelf toe te schrijven zijn, maar anderzijds dat al dan niet toevallige meer- of minderwaarden die niet hun oorsprong vinden bij de begiftigde zelf, wel in rekening moeten worden gebracht omdat die zich ook zouden hebben voorgedaan zo het goed het vermogen van de schenker niet verlaten had

– in die zin wel degelijk rekening moet worden gehouden met feit dat de hoeve in casu het voorwerp kan uitmaken van een verkaveling in bouwgronden

– het feit dat de hoeve na afbraak van de gebouwen kan worden verkaveld en aldus een aantal loten bouwgrond kunnen worden gerealiseerd, formele bevestiging vindt in het deskundigenverslag en overigens door de eiser niet wordt betwist

– de eerste rechter terecht stelde dat de waarde van deze bouwgrond, mits verrekening van de kosten van afbraak en verkavelingsaanvraag, een waarde behelst die inherent is aan het onroerend goed nu “die zich ook zou hebben voorgedaan indien het goed gewoon in het vermogen van de schenker was gebleven”

– de waardebepaling van de hoeve op het ogenblik van het overlijden, conform het advies van de deskundige, geenszins een zogezegde virtuele of mogelijke waarde betreft die het onroerend goed in de toekomst mogelijkerwijze zou hebben of zou kunnen verwerven doch een inherente reële waarde die aan het onroerend goed toekomt.

De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de aldus ontstane meerwaarde in rekening moet worden gebracht, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Lees hier het Cassatie-arrest van 22 januari 2021