>>>Hervorming van het huwelijksvermogensrecht : impact inzake de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, binnen of buiten een vennootschap (LegalNews.be)

Hervorming van het huwelijksvermogensrecht : impact inzake de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, binnen of buiten een vennootschap (LegalNews.be)

Auteur: LegalNews.be

Publicatiedatum: 21/03/2018

Het ‘Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake’ zal ook een impact hebben inzake de beroepsuitoefening, dat is logisch.

LegalNews.be vroeg aan mr. Dominique Pignolet meer info.

Mr. Dominique Pignolet is advocaat en een erkende specialist in het familiaal vermogensrecht. Zij is Vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Rector Roger Dillemans Instituut Familiaal Vermogensrecht KU Leuven en lid van de expertenwerkgroep die de Minister van Justitie adviseerde over de hervorming van het relatievermogensrecht en het erfrecht.

Wat is de huidige regeling nu en waarom is deze aan herziening toe?

In het secundair wettelijk stelsel gelden specifiek bepalingen inzake de beroepsuitoefening. Deze regeling is echter onvolledig en incoherent. Ze faalt o.m. op het vlak van de kwalificatie van de professioneel gerelateerde goederen. Hieruit vloeit voort dat tijdens de werking van het stelsel, diverse bestuursregels van toepassing zijn. Bij de ontbinding van het stelsel valt een professioneel gerelateerd goed of diens waarde, dan wel en dan niet in de gemeenschap. Er is desgevallend sprake van een vergoeding. Afhankelijk van de aard van het goed, worden de vruchten die gegenereerd worden tijdens de periode van postcommunautaire onverdeeldheid, al dan niet verdeeld tussen de twee gewezen echtgenoten. De verdelingsregels zijn niet steeds afgestemd op de professionele realiteit.  Bovendien is er niet altijd sprake van een correcte beroepsinkomstenallocatie.

Het wettelijk stelsel veronderstelt toch dat alle beroepsinkomsten die tijdens het huwelijk worden gegenereerd de huwgemeenschap ten goede komen, waar ligt dan het probleem?

Het concept van het wettelijk stelsel veronderstelt inderdaad dat alle beroepsinkomsten die tijdens het huwelijk worden gegenereerd de huwgemeenschap ten goede komen. Dit is in de huidige situatie nochtans niet steeds het geval. Denk bv. aan de situatie waarbij de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend in het kader van een vennootschap waarvan de aandelen eigen zijn aan de echtgenoot-beroepsuitoefenaar. De huidige regeling laat toe dat deze echtgenoot zichzelf slechts minimale beroepsinkomsten uitkeert, terwijl hij inmiddels spaart in zijn eigen vennootschap. Deze gelden die aan de gemeenschap hadden moeten toekomen, worden eraan onttrokken. Een ander voorbeeld betreft de situatie waarbij de waarde van de gemeenschappelijke aandelen of cliënteel tijdens de periode van post-communautaire onverdeeldheid verandert. Overeenkomstig de huidige waarderingsregel zal de meerwaarde die na de ontbinding van het stelsel, maar vóór de verdeling ervan, toekomen aan beide gewezen echtgenoten, en dus niet alleen aan diegene die ervoor heeft gewerkt.

Dit alles maakt dat de regels inzake professioneel gerelateerde goederen in het wettelijk stelsel bron zijn van rechtsonzekerheid en vaak ervaren worden als onbillijk.

Wat zou er in het algemeen veranderen?

In het ‘Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake’ wordt gestreefd naar de verfijning van de huidige regels van het wettelijk stelsel en naar de beëindiging van de bestaande rechtsonzekerheid.

Er wordt hierbij gezocht naar een evenwicht tussen de vrijwaring van de beroepsautonomie van de beroepsuitoefenende echtgenoot en een correcte allocatie van deze beroepsinkomsten.

De Memorie van Toelichting stelt duidelijk dat in een gemeenschapsstelsel beroepsinkomsten die verkregen worden omwille van een beroepsactiviteit die tijdens het huwelijk wordt uitgeoefend, integraal aan de gemeenschap moeten toekomen. A contrario dienen beroepsinkomsten die eerder (vooraleer het huwelijk gesloten wordt) of later (nadat het huwelijk ontbonden is) worden gegenereerd, exclusief toe te komen aan de beroepsactieve echtgenoot.

Tevens wordt de huwelijksvermogensrechtelijke neutraliteit van de wijze waarop het beroep wordt uitgeoefend vooropgesteld. Of de beroepsactiviteit binnen het kader van een vennootschap plaatsvindt of daarbuiten zou huwelijksvermogensrechtelijk geen verschil meer mogen maken.

Wat zou er specifiek veranderen?

Vooreerst wordt voor gemeenschappelijke professioneel gerelateerde goederen het onderscheid tussen “titre et finance”, dat nu reeds gekend is bv. inzake auteursrechten, veralgemeend en coherent ingevoerd. Het vermogensrechtelijk aspect (finance) wordt geregeld in het voorgesteld artikel 1405 BW. Het recht op de professioneel gerelateerde goederen, inbegrepen het recht om als eigenaar te handelen (titre), wordt uitgewerkt in het voorgesteld artikel 1401 BW.

Er worden drie categorieën professioneel gerelateerde goederen onderscheiden, meer bepaald de vennootschapsaandelen, de beroepsgoederen en het cliënteel. Voor de drie categorieën geldt het dubbel statuut “titre et finance”, met dien verstande dat voor elke onderscheiden categorie voorzien is in een specifieke uitwerking, dewelke rekening houdt met de eigenheid van deze onderscheiden goederen.

Voor deze goederen wordt daarenboven voorzien in een afwijkend waarderingstijdstip. De waardering gebeurt niet langer op datum van verdeling, maar wel op datum van ontbinding van het stelsel. Op die manier wordt tegemoet gekomen aan de problematiek van de waardeschommelingen die zich voordoen tijdens de periode van post-communautaire onverdeeldheid.

Naast voormelde regeling voor de gemeenschappelijke professioneel gerelateerde goederen, wordt een oplossing uitgewerkt voor de problematiek van de beroepsuitoefening binnen een vennootschap waarvan de aandelen deel uitmaken van het eigen vermogen van de beroepsuitoefenende echtgenoot. Deze oplossing bestaat in een specifieke vergoedingsregeling ter compensatie van de netto-beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen niet heeft ontvangen en redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet binnen een vennootschap was uitgeoefend. Hiermee wordt een einde gesteld aan de situatie waarbij een echtgenoot die zijn beroepsactiviteit binnen een eigen vennootschap uitoefent, zijn beroepsinkomsten binnen deze vennootschap eigen kan maken, en ze zodoende aan de huwgemeenschap onttrekt.

Tijdens de Studiedag ‘Familiaal vermogensrecht’, welke doorgaat op 7 juni 2018 in Antwerpen zal mr. Dominique Pignolet één van de vier sessies verzorgen, meer bepaald de sessie ‘Het statuut van aandelen, beroepsgoederen en cliënteel onder de hervorming van het huwelijksvermogensrecht’

2018-05-21T14:08:45+00:00 21 maart 2018|Categories: Burgerlijk recht - Personen- & Familierecht|Tags: |