>, Personen- & Familierecht, Verbintenissen- en zakenrecht>Echtgenoten en samenwoners: wat wijzigt er door het Vlaams huurdecreet? (LegalNews.be)

Echtgenoten en samenwoners: wat wijzigt er door het Vlaams huurdecreet? (LegalNews.be)

In het Staatsblad van 7 december 2018 is het ‘Decreet houdende bepalingen betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan’ van 9 november 2018 gepubliceerd.

In het decreet worden in de artikelen 51 ev. specifieke bepalingen opgenomen wat echtgenoten en samenwoners betreft.

Echtgenoten en wettelijke samenwoners

In art. 51§1 wordt bepaald dat de echtgenoot of wettelijke samenwoner van rechtswege huurder is en dit ongeacht of de huurovereenkomst voor of na het aangaan van het huwelijk of de wettelijke samenwoning is gesloten. De huurder moet wel de gegevens van de echtgenoot of wettelijke samenwoner meedelen aan de verhuurder.

Wat de verplichtingen betreft, bepaalt art. 51§2 dat de huurders tegenover de verhuurder hoofdelijk en ondeelbaar gehouden zijn voor de uitvoering van de verplichtingen van de huurovereenkomst, maar met dien verstande dat een huurder niet gehouden is voor verplichtingen die zijn ontstaan voordat hij huurder werd.

En inzake rechten oefenen de huurders samen de rechten uit die voortvloeien uit de huurovereenkomst.

Bij beëindiging van het huwelijk of de wettelijke samenwoning voorziet art. 51§3 dat de huurders onderling bepalen wie de huurovereenkomst voortzet en de huurders delen de gegevens van de echtgenoot of wettelijke samenwoner die de huurovereenkomst voortzet en het tijdstip daarvan, onverwijld mee aan de verhuurder. Bereiken de huurders geen overeenstemming, dan  bepaalt de rechter op verzoek van een van hen wie de huurovereenkomst kan voortzetten en het tijdstip waarop de andere echtgenoot of wettelijke samenwoner geen huurder meer is.

Veiligheid voor de verhuurder: als de huurovereenkomst bij aanvang door beide huurders werd ondertekend, kan de verhuurder de huurder gedurende zes maanden nadat hij geen huurder meer is, aanspreken voor de betaling van de huurprijs.

Feitelijke samenwoning

Art.52§1 bepaalt dat de huurder of de huurders en een andere persoon die in het goed zijn hoofdverblijfplaats heeft, op gezamenlijk verzoek aan de verhuurder kunnen vragen ermee in te stemmen dat die andere persoon ook huurder wordt.

Als de verhuurder daar niet binnen drie maanden mee heeft ingestemd, kunnen de huurder of de huurders en die andere persoon, de rechter gezamenlijk verzoeken dat die andere persoon met ingang van een in de uitspraak te bepalen tijdstip huurder wordt.

De rechter wijst de vordering tot aanvaarding van een persoon als huurder alleen af:

1° als die persoon niet gedurende ten minste één jaar in het goed zijn hoofdverblijfplaats heeft en met de huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft;

2° als, mede gelet op wat is vastgesteld over de gemeenschappelijke huishouding en de tijdsduur daarvan, de vordering kennelijk alleen de strekking heeft die persoon op korte termijn de positie van huurder te verschaffen;

3° als die persoon vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huur;

4° als de bezettingsnorm die vastgesteld is krachtens artikel 5, §1, derde lid, van de Vlaamse Wooncode, zou worden overschreden.

Inzake rechten en verplichtingen zijn de huurders tegenover de verhuurder hoofdelijk en ondeelbaar gehouden voor de uitvoering van de verplichtingen van de huurovereenkomst, met dien verstande dat een huurder niet gehouden is voor verplichtingen die zijn ontstaan voordat hij huurder werd. De huurders oefenen samen de rechten uit die voortvloeien uit de huurovereenkomst.

Inzake opzegging voorzier art.52§3 dat een huurder de huurovereenkomst kan opzeggen ten persoonlijke titel onder de voorwaarden, vermeld in deze titel. De vergoeding, vermeld in artikel 20, §1, tweede lid, en 21, §2, tweede lid, is niet verschuldigd. De huurder, vermeld in het eerste lid, kan een nieuwe huurder voorstellen aan de verhuurder en de overblijvende huurder of huurders.

Als de verhuurder en de overblijvende huurder of huurders daar niet binnen drie maanden mee hebben ingestemd, kan de huurder, vermeld in het eerste lid, de rechter verzoeken dat die persoon met ingang van een in de uitspraak te bepalen tijdstip huurder wordt.

De rechter wijst de vordering tot aanvaarding van een persoon als huurder alleen af:

1° als die persoon vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huur;

2° als de overblijvende huurder of huurders uitdrukkelijk te kennen geven die persoon niet te kunnen aanvaarden;

3° als de bezettingsnorm die vastgesteld is krachtens artikel 5, §1, derde lid, van de Vlaamse Wooncode, zou worden overschreden.

Na aanvaarding door de verhuurder en de overblijvende huurder of huurders of na een rechterlijke beslissing waarin een nieuwe huurder wordt aanvaard, is de huurder, vermeld in het eerste lid, na het verstrijken van de opzeggingstermijn niet langer gehouden tot het nakomen van de huurdersverplichtingen.

Als geen nieuwe huurder wordt voorgesteld of geen nieuwe huurder wordt aanvaard door de verhuurder en de overblijvende huurder of huurders of na een rechterlijke beslissing, kan de verhuurder de huurder, vermeld in het eerste lid, gedurende zes maanden nadat hij geen huurder meer is, aanspreken voor de betaling van de huurprijs

Op de studiedag ‘Het Vlaamse Woninghuurdecreet’ – 28 maart 2019 (Gent) komen deze nieuwigheden uitgebreid aan bod.

Lees hier de publicatie in het Staatsblad

Lees hier de volledige in het Vlaams parlement aangenomen tekst

Lees hier het artikel ‘Huurwaarborglening in Staatsblad van 13 december 2018’ (LegalNews.be)

2018-12-21T09:55:22+00:00 21 december 2018|Categories: Burgerlijk recht - Personen- & Familierecht - Verbintenissen- en zakenrecht|Tags: |