>>>Echtelijke moeilijkheden & Echtscheiding door onderlinge toestemming anno 2020 (Intersentia)

Echtelijke moeilijkheden & Echtscheiding door onderlinge toestemming anno 2020 (Intersentia)

Auteur: Intersentia

Publicatiedatum: oktober 2020

Prof. em. dr. Hélène Casman en mr. Patrizia Macaluso hebben een publicatie geschreven in de reeks Echtelijke moeilijkheden & Echtelijke moeilijkheden & Echtscheiding door onderlinge toestemming anno 2020′.

Dit werk biedt aan de notaris, advocaat of hulpverlener in de juridische sfeer een volledig overzicht en een laatste stand van zaken aangaande de echtscheiding door onderlinge toestemming, en dit zowel vanuit het familiaal procesrecht, het familierecht als het familiaal vermogensrecht. De wijzigingen binnen deze domeinen in de laatste maanden en jaren worden op een voor de lezer overzichtelijke manier verwerkt in een praktisch werk.

Meer informatie over het werk ‘Echtelijke moeilijkheden & Echtscheiding door onderlinge toestemming anno 2020’

In deze bijdrage staan we stil bij drie aandachtspunten waarmee de praktijkjurist in het echtscheidingsrecht frequent geconfronteerd wordt.

1. De problematiek van een echtgenoot die onbekwaam is

Om door onderlinge toestemming te kunnen scheiden, moeten beide echtgenoten bekwaam zijn. Als een van de echtgenoten onbekwaam is, is een EOT dus niet mogelijk. Indien de vrederechter voor een van de echtgenoten een rechterlijke beschermingsmaatregel neemt, bepaalt hij de handelingen in verband met de persoon waarvoor de beschermde echtgenoot handelingsonbekwaam is (via de zogeheten checklist met persoonsrechtelijke handelingen).

Hij oordeelt met name of deze echtgenoot bekwaam dan wel onbekwaam is om een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming in te dienen (art. 492/1, § 1, derde lid, 5° oud BW).  Indien de vrederechter het EOT-verzoek op zijn lijst heeft aangevinkt, is het voor de bewindvoerder niet mogelijk om de procedure namens deze echtgenoot op te starten.

In het boek worden ook andere vragen beantwoord die hierbij aansluiten. Bijvoorbeeld: is het mogelijk is dat de vrederechter de beschermde echtgenoot op zijn verzoek machtigt om een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming in te dienen? En kan een lasthebber in het raam van de buitengerechtelijke bescherming de echtgenoot vertegenwoordigen?

2. De vorm van de voorafgaande overeenkomsten en de impact van de inwerkingtreding van Boek 3 van het nieuw Burgerlijk Wetboek

Zodra Boek 3 van het nieuw Burgerlijk Wetboek in werking treedt, zal hiervoor rekening gehouden worden met het voorschrift van het nieuwe artikel 3.31 (nieuw) BW. Dat artikel voorziet in de verplichte bekendmaking in de registers van het kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van “1° de akten onder de levenden, om niet of onder bezwarende titel, tot vestiging, overdracht of vaststelling van onroerende zakelijke rechten, andere dan voorrechten en hypotheken; 2° de akten van afstand van dergelijke rechten; […]; 5° de akten die een voorkeur, voorkoop- of optierecht verlenen op een onroerend zakelijk recht; 6° de akten die een huurrecht voor langer dan negen jaren of levenslang verlenen of kwijting inhouden van meer dan drie jaren huur”.

Ook dan zal voor de vestiging van een hypotheek een notariële akte vereist blijven, want Boek 3 van het nieuw BW wijzigt de regeling inzake hypotheken niet; enkel de onroerende publiciteit voor de akten wordt voortaan in artikel 3.31 nieuw BW opgesomd.

3. Het ‘vergeten regelen’ van bepaalde vermogensbestanddelen in de overeenkomst tussen echtgenoten, wat pas na de echtscheiding wordt vastgesteld

Het volstaat hier om vast te stellen dat de overeenkomst onvolledig is en dat er dus geen regeling is voor die goederen. Gaat het om goederen die beide echtgenoten toebehoren (omdat ze van de gemeenschap afhingen of tussen hen in onverdeeldheid waren), dan zijn ze, als gevolg van die vergetelheid, nog steeds onverdeeld.

In vele EOT-overeenkomsten worden voor niet-vermelde goederen (of schulden) clausules opgenomen die men ook ‘vangnetclausules’ of ‘bezemclausules’ noemt. Hiervan bestaan er evenwel vele varianten, en men moet zich hoeden voor ondoordacht gebruik ervan. Voor vergeten en zeker voor verzwegen goederen vraagt de wijze van het opstellen van een correcte clausule ook bijzondere aandacht.

Ook voor vergeten schulden geldt dat beide echtgenoten uiteraard gehouden blijven tot betaling van schulden waarvoor ze zich gezamenlijk dan wel hoofdelijk verbonden hebben. Maar ze blijven ook beiden gehouden tot betaling van de schulden die een van hen heeft aangegaan en die op de andere verhaalbaar is, bijvoorbeeld op grond van artikel 222 BW (huishoudschulden of gezinslasten) of van artikel 1441 BW (gemeenschapsschulden). Voor dergelijke schulden moet dus ook een regeling worden uitgewerkt, ook al is die regeling niet aan de schuldeiser tegenwerpelijk, tenzij hij ermee ingestemd heeft.

Voor het geval dat de echtgenoot-schuldenaar de andere echtgenoot over dergelijke schulden niet geïnformeerd heeft en dat deze als gevolg daarvan niet in de vermogensrechtelijke overeenkomst zouden zijn vermeld, worden in het boek twee mogelijke bedingen gesuggereerd. Daarbij aansluitend wordt in dit boek ook stilgestaan bij de vraag of er met betrekking tot het verzwijgen van actief waarop beide echtgenoten gerechtigd zijn, en met betrekking tot het verzwijgen van passief waartoe beide echtgenoten gehouden zijn, sprake kan zijn van civiele heling.

Meer informatie over ‘Echtelijke moeilijkheden & Echtscheiding door onderlinge toestemming anno 2020’

2020-11-04T08:18:55+00:00 5 november 2020|Categories: Personen- & Familierecht|Tags: , |