>>>Hof van Cassatie werpt licht op buitengerechtelijke vervanging van de aannemer: urgentie blijkt niet vereist (Marlex)

Hof van Cassatie werpt licht op buitengerechtelijke vervanging van de aannemer: urgentie blijkt niet vereist (Marlex)

Auteur: Guillaume Calus (Marlex Advocaten)

Publicatiedatum: 20/08/2020

In een recent arrest van 18 juni 2020 bevestigt het Hof van Cassatie de mogelijkheid om een wanpresterende contractpartij buitengerechtelijk te vervangen. Het Hof lijkt in dit arrest een vrij ruime invulling te hanteren van de toepassingsvoorwaarden.

Feiten

Een gerechtsdeskundige had gebreken in de beglazing vastgesteld en adviseerde om een schadebedrag van 85.005,18 euro te aanvaarden.

De aannemer opteerde ervoor zelf de benodigde herstelwerken in natura uit te voeren, maar de bouwheer besliste eenzijdig, en zonder de aannemer hiervan te verwittigen, om de herstelwerken te laten uitvoeren door een derde.

Van hoogdringendheid was geen sprake en de aannemer werd, aangezien hij niet voorafgaand in gebreke werd gesteld/verwittigd, voor voldongen feiten geplaatst.

Buitengerechtelijke vervanging

Wanneer uw medecontractant een contractuele verbintenis niet nakomt, heeft u als schuldeiser het recht om uw schuldenaar zonder voorafgaandelijke rechterlijke machtiging te vervangen en de prestaties door een derde te laten uitvoeren. De kosten die verbonden zijn aan deze vervanging kunnen dan worden verhaald op de wanpresterende schuldenaar.

Het voordeel van de buitengerechtelijke vervanging t.o.v. de gerechtelijke vervanging (die een gerechtelijke procedure en eindbeslissing veronderstelt) ligt uiteraard in de snelheid waarmee kan worden opgetreden. De schuldeiser dient er echter ten zeerste op gewezen dat de beoordeling van de opportuniteit van dergelijke vervanging (lees: een toetsing van de toepassingsvoorwaarden) uiteraard steeds op eigen risico gebeurt en onderworpen is aan een facultatieve rechterlijke controle achteraf.

Toepassingsvoorwaarden

De buitengerechtelijke vervanging van de schuldenaar is naar de huidige opvattingen onderworpen aan de cumulatieve vereisten van:

  1. een contractuele wanprestatie en/of hoogdringendheid;
  2. een vruchteloos afgelopen genadetermijn;
  3. na ingebrekestelling;
  4. een waarschuwing voor de nakende vervanging;
  5. een redelijke organisatie van tegenspraak;
  6. de beweerdelijke tekortkoming van de schuldenaar moet ofwel in der minne en op tegenspraak tussen partijen ofwel in een gerechtelijk deskundigenonderzoek voorafgaandelijk zijn vastgesteld;
  7. de keuze voor een redelijke derde;
  8. tegen een redelijke prijs;
  9. binnen een redelijke termijn na vruchteloze afloop van de toegekende genadetermijn;
  10. en een kennisgeving aan de schuldenaar na vervanging.

Deze voorwaarden beogen niet alleen het evenwicht te beschermen tussen de belangen van de schuldenaar en het vorderingsrecht van de schuldeiser, maar anticiperen ook op een potentiële rechterlijke controle a posteriori.

Sanctie

Wanneer de vervangende schuldeiser bovenstaande toepassingsvoorwaarden niet correct invult, en de vervanging aldus plaatsvindt zonder dat daartoe grond bestaat en/of zonder rekening te houden met de redelijke belangen van de schuldenaar, kan de schuldeiser de gemaakte kosten niet verhalen op de schuldenaar.

Arrest

Het besproken arrest laat zich opmerken door de vrij ruime invulling die het Hof van Cassatie lijkt te hanteren bij de beoordeling van deze toepassingsvoorwaarden.

Waar bepaalde rechtspraak ten gronde onvermoeibaar vasthoudt aan de vereiste van urgentie, verwijst het Hof naar “uitzonderlijke omstandigheden, zoals bij hoogdringendheid”. De aanwezigheid van hoogdringendheid wordt aldus door het Hof niet als een op zich te beschouwen criterium aanzien, maar als een mogelijke uitzonderlijke omstandigheid.

Ook op vlak van de sanctie bij een onrechtmatige buitengerechtelijke vervanging neemt het Hof een eerder soepel standpunt in. Er wordt gesteld dat de schuldeiser de gemaakte kosten niet kan verhalen op de schuldenaar, maar dat hij desalniettemin nog steeds recht heeft op vergoeding van de schade die het gevolg is van de wanprestatie. Eén en ander terwijl de desbetreffende bouwheer zijn aannemer zonder enige ingebrekestelling (zelfs maar verwittiging) had laten vervangen, en er, als gezegd, geen sprake was van urgentie.

Lees hier het originele artikel

2020-09-01T11:54:17+00:00 4 september 2020|Categories: Bouwrecht|Tags: , , |