>, Milieu- en stedenbouwrecht>Architect, verbouw niet te gauw! (GSJ Advocaten)

Architect, verbouw niet te gauw! (GSJ Advocaten)

Auteur: GSJ Advocaten

Publicatiedatum: 08/04/2021

Arrest HHC 28 januari 2021, nr. HHC-M-2021-0029

Sedert de invoegetreding van het handhavingsdecreet van de omgevingsvergunning op 1 maart 2018 heeft de decreetgever meer instrumenten voorhanden om bestuurlijk te handhaven. Eén van deze nieuwe instrumenten betreft de bestuurlijke geldboete dewelke kan worden opgelegd aan de overtreder na het plegen van een stedenbouwkundig misdrijf, dan wel van een stedenbouwkundige inbreuk

Ook de toezichthoudend architect kan als overtreder worden beschouwd, en dus ook een bestuurlijke geldboete worden opgelegd.

Indien een geldboete wordt opgelegd kan hiertegen een vernietigingsprocedure worden gevoerd bij het Handhavingscollege dewelke als administratief rechtscollege finaal uitspraak kan doen omtrent de wettigheid van de opgelegde boete.

Het aangehaalde arrest van 28 januari 2021 handelde omtrent de zonevreemde verbouwing van een hoevegebouw gelegen te PEER. In realiteit werd een herbouw uitgevoerd dewelke te wijten zou zijn geweest aan onvoorziene stabiliteitsproblemen. Naar aanleiding van de opgelegde boete haalde de architect aan dat er geen sprake kan zijn van een misdrijf in zijn hoofde en dit aangezien er sprake was van dwaling omdat de stabiliteitsproblemen niet te voorzien waren. Het College stelde hieromtrent het volgende:

“De verzoekende partij is in het dossier aangesteld als architect en gelast met de opmaak van de plannen, de bouwaanvraag en de begeleiding van de uitvoering van de werken. Als professioneel wist ze, minstens behoorde ze in de eerste plaats te weten, dat een vergunningsaanvraag voor een verbouw van een zonevreemde woning (onder andere) in stedenbouwkundig opzicht verschillend is van een herbouw na sloop en dat de stedenbouwregelgeving op dit vlak een duidelijk onderscheid maakt tussen de beide regelingen. De verzoekende partij moest voorafgaand aan de indiening van een vergunningsaanvraag de bestaande toestand van het gebouw vaststellen en de technische haalbaarheid van het voorgestelde project, waarbij een volledige onderkeldering is voorzien, onderzoeken. De opmerking dat de stabiliteitsproblemen pas vastgesteld zijn voorafgaand aan of bij aanvang van de voorziene verbouwingswerken aan de hoevewoning, voor zover dit al kan aangenomen worden, wijst op een onzorgvuldige voorbereiding van het aanvraagdossier.

De verzoekende partij slaagt er niet in het onvoorzienbaar en onvermijdbaar karakter van haar handelen aan te tonen, integendeel geeft haar handelen blijkt van een ondoordacht en risicovol optreden in strijd met de decretale regelingen. De ingeroepen dwaling wordt niet bewezen.

…”

De Raad oordeelde dat deze stabiliteitsproblemen dienden te worden voorzien door de architect, en stelde tevens vast dat het opmaken van een vergunningsdossier waarbij er geen grondig onderzoek gebeurde van het gebouw (waardoor de stabiliteitsgebreken niet werden ontdekt) een onzorgvuldigheid uitmaakt in hoofde van de architect. De Raad oordeelde dat er bijgevolg ook geen beroep kan worden gedaan op de dwaling als strafrechtelijke schulduitsluitingsgrond.

Het Handhavingscollege bevestigde de strafrechtelijke betrokkenheid van de architect bij het misdrijf en oordeelde dat de boete dewelke werd opgelegd, geenszins als onredelijk kan worden beschouwd.

Een gouden raad: “Verbouw niet te gauw!”

De volledige tekst van het arrest kan u vinden via deze link.

Lees hier het originele artikel