Samenwerkingsvormen in de bouw:
een praktijkgericht overzicht van diverse contracten

Mr. Jens Rediers, mr. Jef Feyaerts

en mr. Sophie De Krock (Schoups)

Webinar op dinsdag 10 juni 2025


Intellectuele rechten: recente ontwikkelingen

Dr. Nele Somers (Artes)

Webinar op dinsdag 20 mei 2025


Schadevergoeding bij de onregelmatige gunning van overheidsopdrachten

Dhr. Constant De Koninck (Rekenhof)

Webinar op donderdag 5 juni 2025


Contractuele modaliteiten van beleggingsvastgoed

Mr. Ruben Volckaert, mr. Manon De Craene

en mr. Maarten Heyvaert (Bricks Advocaten)

Webinar op donderdag 20 maart 2025


Boek 3 ‘Goederenrecht’ vier jaar later:
een evaluatie aan de hand van 15 vragen

Dr. Siel Demeyere (Eubelius)

Webinar op dinsdag 6 mei 2025


Antiwitwasverplichtingen en ondernemen: een overzicht van technieken en risicovolle sectoren, de juridische gevolgen van witwasmeldingen en de relatie met de bank

Dhr. Hans Van Hemelrijck (CFI) en

mr. Stijn De Meulenaer (Everest)

Webinar op dinsdag 20 mei 2025

Herziening van de Bouwproducten-verordening: wat betekent dit voor de Europese bouwsector? (Caluwaerts Uytterhoeven)

Auteur: Caluwaerts Uytterhoeven

Op 18 december 2024 werd de herziening van de Bouwproductenverordening (of de Construction Products Regulation, CPR) officieel gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze nieuwe regelgeving, vastgelegd in Verordening 2024/3110, treedt in werking op 7 januari 2025 en is vanaf 8 januari 2026 van toepassing (met enkele uitzonderingen). Met de nieuwe Bouwproductenverordening wordt een belangrijke stap gezet in de verdere harmonisatie van de interne Europese markt voor bouwproducten en met een sterke nadruk op duurzaamheid en innovatie.

De doelstellingen van de herziening

De herziene verordening bouwt voort op haar voorganger de Bouwproductenverordening (EU) nr. 305/2011 en stelt geharmoniseerde regels vast voor het op de markt brengen van bouwproducten. Deze herziening introduceert verschillende wijzigingen die gericht zijn op verbeteringen binnen de bouwsector, met een focus op volgende elementen:

  • Harmonisatie van de interne markt:

    • Het wegnemen van handelsbelemmeringen voor bouwproducten tussen lidstaten.

    • Het harmoniseren van de voorwaarden voor het op de markt brengen van bouwproducten.

  • Bevordering van hergebruik en herfabricage:

    • Het invoeren van verplichtingen voor marktdeelnemers zoals fabrikanten, distributeurs en andere actoren in de toeleveringsketen van bouwproducten.

  • Transparantie vergroten:

    • Digitale toegang tot productinformatie bevorderen door middel van een digitaal productpaspoort in een machineleesbaar formaat.

  • Verbetering van regelgeving en markttoezicht:

    • Actualisering van wettelijke verplichtingen en vermindering van overlappingen met andere EU-wetgeving.

    • Versterking van markttoezicht om non-conformiteit en uiteenlopende interpretaties te voorkomen. Zo worden lidstaten verplicht om strenger toe te zien op de naleving van de verordening, zodat niet-conforme producten sneller van de markt kunnen worden gehaald.

Het toepassingsgebied van de herziene verordening

De herziene verordening, zoals vastgelegd in artikel 2 van Verordening 2024/3110, heeft een breed materieel toepassingsgebied en is van toepassing op bouwproducten in de ruime zin van het woord. Dit omvat zowel nieuwe als gebruikte producten, alsmede de volgende categorieën:

  1. belangrijke onderdelen van producten; alsook

  2. onderdelen of materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt voor onder deze verordening vallende producten, indien de fabrikant van die onderdelen of materialen daarom verzoekt.

Met de herziening is de definitie van het begrip “bouwproduct” aangepast. Volgens de nieuwe definitie wordt onder een bouwproduct verstaan: “elk gevormd of vormloos fysiek item – met inbegrip van 3D-geprinte producten – dat of een kit die in de handel wordt gebracht, onder meer door levering op de bouwplaats, om blijvend te worden verwerkt in bouwwerken of delen daarvan, met uitzondering van items die eerst in een kit of ander bouwproduct moeten worden geïntegreerd voordat zij blijvend in bouwwerken worden verwerkt”.

Deze wijziging beoogt een bredere en meer flexibele benadering van wat als bouwproduct wordt aangemerkt, rekening houdend met de diversiteit van producten die tegenwoordig in de bouwsector worden gebruikt. In dit kader wordt binnen de definitie van bouwproducten ook aandacht gegeven aan 3D-geprinte bouwproducten en materialen, als een opkomende technologie die niet alleen innovatief is, maar ook bijdraagt aan het gebruik van zuiver organische en milieuvriendelijke materialen.

Hoewel de verordening een uniforme toepassing nastreeft, behouden lidstaten wel de discretionaire bevoegdheid om afwijkingen toe te staan en vrijstellingen te verlenen.

Verplichtingen voor fabrikanten

Fabrikanten van bouwproducten die onder geharmoniseerde technische specificaties vallen, zijn verplicht om een prestatieverklaring op te stellen voordat deze producten op de markt worden gebracht. Naast de prestatieverklaring is ook een conformiteitsverklaring vereist, die bevestigt dat het product voldoet aan de relevante EU-wetgeving en normen. Ter beperking van administratieve lasten worden beide verklaringen gecombineerd. Voor producten waarvoor deze verklaringen zijn opgesteld, moet de CE-markering worden aangebracht. Deze markering toont aan dat het product voldoet aan de geldende EU-eisen voor veiligheid, gezondheid en milieubescherming. Door de CE-markering aan te brengen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid op zich voor de conformiteit van het product en voor de naleving van de vereisten volgens nationaal recht, inclusief aansprakelijkheid voor de prestaties van het product.

Digitale transformatie binnen de bouwsector via DPP (“Digital Product Passport”)

Een van de kerndoelen van de nieuwe verordening is mede het bevorderen van de digitalisering van bouwproducten om de transparantie, circulaire economie en hulpbronnenefficiëntie binnen de bouwsector te ondersteunen.

Digitale productpaspoorten of DPP’s spelen hierin een cruciale rol. Deze paspoorten, toegankelijk via gegevensdragers en beschikbaar gesteld op de websites van fabrikanten, bevatten prestatie-informatie, technische documentatie, onderhoudsinstructies en andere relevante gegevens. Ze zijn, als onderdeel van de Ecodesign for Sustainable Products Regulation, specifiek ontworpen om marktdeelnemers te ondersteunen die verantwoordelijk zijn voor de voorbereiding op hergebruik, het hergebruik zelf, de herproductie en de recycling van bouwproducten.

Wat betekent de verordening nu voor de marktdeelnemers?
  • Verhoogde eisen aan duurzaamheid: Fabrikanten moeten hun producten aanpassen om te voldoen aan strengere duurzaamheids- en prestatie-eisen.

  • Vereenvoudigde procedures voor MKB’s: Kleine en middelgrote ondernemingen (MKB’s) krijgen wel toegang tot vereenvoudigde procedures, waardoor ze gemakkelijker kunnen voldoen aan de nieuwe vereisten.

  • Digitale systemen: Bedrijven kunnen profiteren van de nieuwe digitale systemen voor het beheer van productinformatie, wat kostenbesparend werkt en de toegang tot de interne markt vergemakkelijkt.

  • Sancties: Lidstaten dienen tenslotte ook maatregelen te treffen om de naleving van deze verordening te waarborgen door regels vast te stellen betreffende de sancties die van toepassing zijn bij gevallen van non-conformiteit, en dienen ervoor te zorgen dat deze regels effectief worden gehandhaafd.

Invloed op overheidsopdrachten?

De herziene verordening bouwt tenslotte voort op de noodzaak om duurzaamheid in de bouwsector te bevorderen, met directe implicaties voor overheidsopdrachten. Het brede toepassingsgebied van de verordening benadrukt de verplichting voor aanbestedende diensten om ecologische duurzaamheidscriteria te integreren bij de inkoop van bouwproducten.

Artikel 83 van de Verordening 2024/3110 legt de basis voor “groene overheidsopdrachten,” waarbij aanbestedende diensten verplicht zijn hun aanbestedingen af te stemmen op specifieke criteria voor duurzaamheid, zoals vastgesteld in de gedelegeerde handelingen. Hoewel de verordening minimale eisen stelt, kunnen aanbestedende diensten strengere duurzaamheidscriteria steeds hanteren.

Er bestaan echter uitzonderingen op de verplichte toepassing van de duurzaamheidscriteria. Zo kunnen aanbestedende diensten, na voorafgaande marktconsultatie in overeenstemming met artikel 40 van Richtlijn 2014/24/EU en artikel 58 van Richtlijn 2014/25/EU, afwijken van de minimumeisen wanneer wordt vastgesteld dat: i) het bouwproduct alleen door één specifieke leverancier kan worden geleverd zonder alternatief, ii) er geen geschikte inschrijvingen zijn na een openbare aanbesteding, iii) het toepassen van de duurzaamheidscriteria zou leiden tot onredelijk hoge kosten of technische moeilijkheden.

Conclusie

De Bouwproductenverordening heeft derhalve tot doel de digitalisering, harmonisatie en duurzaamheid binnen de bouwsector te bevorderen. Marktdeelnemers dienen zich tijdig voor te bereiden op de aankomende wijzigingen en de nieuwe verplichtingen die binnenkort in werking treden.

Bron: Caluwaerts Uytterhoeven

» Bekijk alle artikels: Bouw & Vastgoed, Handel & Consument

Boeken in de kijker: